Medicatie en autisme door een ervaringsdeskundige bekeken

In de reeks vertalingen van buitenlandse autistische (ervarings)deskundigen : de Australische Donna Williams, over medicatie.

Eerst en vooral ervaren heel wat hoogfunctionerende autistische mensen hun beperkingen op een positieve manier. Ze zien zichzelf niet als ‘slachtoffers’ van hun autisme.

Autisme behoeft geen ‘behandeling’, wanneer de persoon niet lijdt aan het autisme of aan de beperkingen die uit het autisme voortvloeien.

Sommige mensen lijden aan hun onwetendheid of de beperking binnen de niet-autistische maatschappij een plaatsje te vinden. Andere mensen lijden werkelijk aan wat aan de basis van hun autisme ligt. Het is dus zo dat ‘we’ als groep, zoals om het even welke groep, niet allemaal hetzelfde zijn en voelen.

Sommige hulpverleners zien de menselijkheid in van hun hulpverlening en zijn werkelijk verstandig. Toch is het ook waar dat medicatie lange tijd is misbruikt door hulpverleners en professionelen die onverantwoord teveel medicatie (met bekende ernstige nevenwerkingen) voorschreven en hun cliënten karig opvolgden of superviseerden om het gedrag van de cliënten eventueel bij te sturen.

Zelf verkies ik te leven met een beperkte hoeveelheid geschikte medicatie als ondersteuning. Er zijn echter mensen die nog meer gehandicapt zijn geworden, of zelfs gestorven zijn van de complicaties van onverantwoord, beperkt opgevolgde en overdreven hoeveelheden medicatie.

Medicatie is dus niet slecht noch goed. Het hangt er vooral vanaf hoe het gebruikt wordt en wie het gebruikt en waarom.

Waar iemand werkelijk lijdt aan ernstige beperkingen in de informatieverwerking, zintuiglijke prikkelverwerking, angstige reacties met onvrijwillig gedrag als gevolg, wordt de onderliggende reden vaak gezocht in een tekort aan voedingsstoffen die naar het verstand gaan en vergiftiging, door een beperkt functioneren van darm & vertering, lever en pancreas, verstoorde enzymeproductie en immuniteitsfunctie. Dit zijn allemaal functies die vaak kunnen bevorderd worden door interventie van een diëtiste en door het innemen van voedingssupplementen, vooraleer het gedrag en de symptomen te onderdrukken met medicatie.

Het anders aanpakken zou betekenen dat men voorbijgaat aan het recht van de cliënt om te kiezen voor een holistische aanpak voor een holistische aandoening.

Eens we deze middelen op een goede manier hebben geprobeerd, en het kan best dat dit door de beperkte kennis van de huis – of kinderarts op vlak van autisme niet zo goed mogelijk is, én wanneer de persoon met autisme werkelijk lijdt aan autisme-gerelateerde beperkingen, dan geloof ik dat, in sommige gevallen, minimale, verstandig toegediende, opgevolgde geschikte medicatie voordelen kan hebben. Maar het is mijn overtuiging dat medicatie niet het autisme kan behandelen, vermits er niet zoiets bestaat als autisme.

Veel van de aandoeningen die samen met autisme voorkomen, worden als een deel van autisme gezien. Iemand kan bijvoorbeeld autisme en afasie hebben, wat betekent dat die persoon het erg moeilijk heeft om te spreken. Iemand kan autisme en agnosie hebben, wat die persoon beperkt in het herkennen van wat hij of zij ziet. Iemand kan autisme en een zekere vorm van hersenverlamming hebben. Er zijn voor zover ik weet geen geneesmiddelen voor deze aandoeningen.

Een erg laag percentage van autistische mensen heeft ook verschillende types van epilepsie, sommige types al herkenbaarder dan andere maar in het algemeen samenhangend met autisme, en behandelbaar door een verstandig toegediende en begeleidde vorm van medicatie.

Hetzelfde geldt voor de overlap met de Obessief-compulsieve stoornis of het gedrags – en spraaktics van Tourette of Oppositioneel-Opstandige Stoornis of de verwante blootstellingsangst met onvrijwillige ontwijking, stoor – en wraakgedrag. Deze aandoeningen zijn, voor zover ik begrepen heb, behandelbaar met medicatie die de neurotransmitters die de impulscontrole regelen terug in balans brengt. Wanneer deze aandoeningen als een deel van autisme worden beschouwd, kan dit het verschil betekenen tussen ernstig gehandicapt of licht beperkt in het functioneren.

De bipolaire stoornis en cyclothyme stoornis overlappen ook met autisme bij een groot aantal mensen en veroorzaken tijdelijk of constant extreme manisch-depressieve gemoedswisselingen met geassocieerde gevolgen op het gedrag en de communicatie. Zoals de typische en atypische klinische depressie, die vaak tegelijk met autisme opduiken, zijn ze over het algemeen behandelbaar met de geschikte medicatie. Zonder medische behandeling, kunnen de gevolgen van deze aandoeningen niet alleen een mogelijk gevaar betekenen voor de autistische persoon zelf. Ze kunnen ook tot gevolg hebben dat iemand een leven lang overgeleverd is aan ongepaste behandelingen, vooral wanneer de cyclothyme stoornis over het hoofd gezien wordt omdat de persoon in kwestie ook het etiket ‘autisme’ heeft.

Een bepaald percentage mensen met autisme heeft ook problemen met het psychisch welzijn. Er wordt vaak gezegd dat omdat autisme geen psychische ziekte is het niet kan samengaan met een psychische aandoening. Het is echter zo dat elke aandoening kan samengaan met autisme.

Een percentage van de autistische mensen heeft een familiegeschiedenis waarin allerlei aandoeningen voorkomen, zoals oppositioneel-opstandig gedrag, stemmingsstoornissen en soms zelfs een psychiatrische aandoening.

Wanneer iemand met autisme ook aan ernstige psychische gezondheidsproblemen lijdt, is het onmenselijk deze behandeling deze personen te onthouden om hen hiermee te leren omgaan.

Dus zijn er veel dingen die medicatie niet kan doen. Medicatie kan autisme niet genezen maar aangezien autisme een paraplu-term is voor de ontwikkelingshandicap, kunnen heel wat behoorlijk behandelbare aandoeningen hiermee samengaan en bijdragen tot de impact van autisme op de ontwikkeling. Wanneer we deze randaandoeningen wegnemen en komen tot de kern, het autisme zelf, kan dit het verschil maken tussen iemand die ‘lijdt’ aan autisme en iemand die er goed mee functioneert.

In mijn geval had ik een visuele perceptuele aandoening genoemd het ‘Irlen syndroom’, darm – en immuniteitsaandoeningen en atypische epilepsie (allen formeel gediagnoseerd toen ik in de 20 was) wat mijn mogelijkheid om informatie te verwerken en zintuiglijke verwerking beïnvloedde.

Daarnaast had ik ook problemen met impulscontrole die te maken hadden met seratonine waardoor ik onvrijwillig gedrag vertoonde dat leidde tot OCD, Tourette, Blootstellingsangst en Cyclothyme stoornis wat op zich ook een grote impact had om de manier waarop ik me gedroeg, communiceerde en angst uitlokte voor zintuiglijke en emotionele overprikkeling.

Eenvoudig gezegd is genetica een gokspel. Wanneer je wat hebt van de ene kant, en de rest van de andere kant kan dit bijdragen tot een ernstig effect op de ontwikkeling, zelfs wanneer je nageslacht een andere combinatie krijgt, en eindigt met een ander of geen label.

Nadat ik dit alles gezegd heb, ben ik volgens mij het levend bewijs dat, hoewel ik nog steeds autistisch ben, ik veel minder autistisch ben dan ik dacht voor het moment van deze interventies.

© Donna Williams

bron : Medication & autism (originele tekst)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s