Spiegeltje in de geest

In de literatuur over autisme(spectrumstoornissen) wordt er af en toe vermeld dat mensen met autisme het lastiger hebben om te reflecteren over eigen gedachten en gevoelens. Dat reflecteren zou erg belangrijk zijn voor ondermeer de ontwikkeling van iemands persoonlijke leven maar, meer praktisch gezien, ook de loopbaanontwikkeling.

Wat zelfreflectie is

Zelfreflectie is het vermogen om je bewust te worden van je eigen handelen, gevoel, energie en gedrag. Mensen die reflecteren over zichzelf verwoorden (schriftelijk) wat betekenis geeft in hun leven aan de hand van een verhaal.

Reflectie gebeurt over iets maar is ook gericht naar ‘een ander’, die daarbij niet noodzakelijk fysiek aanwezig hoeft te zijn. Zelfreflectie hoort immers nooit los te staan van anderen aan wie we ons spiegelen. Het is immers mogelijk dat men reflecteert over de eigen positie of het eigen gedrag of levensgebeurtenissen met daarbij een reële of virtuele groep mensen (‘de neurotypicals’) in gedachten. Hopelijk met het nodige bewustzijn over de projectie die daarmee samen gaat.

Voor mij is het wel belangrijk dat mensen die reflecteren een aantal gevoelens toekennen aan dit verhaal en dat deze reflectie via verbanden en patronen onderkennen tot een besluit of een actie leidt.

Diverse invalshoeken zelfreflectie

(Zelf) reflectie, (zelf) bewustzijn, communicatie, projectie … kan vanuit heel wat verschillende invalshoeken benaderd worden.

Het is mogelijk zelfreflectie te benaderen vanuit persoonlijke belevingen of eigen praktische ervaringen. Zelfreflectie kan echter ook benaderd worden vanuit opvoeding of het durven onder ogen zien van de relativiteit van het eigen of opgevoede referentiekader.

Vermogen tot zelfreflectie verschilt sterk van persoon tot persoon. Dat geldt zowel voor mensen met autisme als voor mensen die dit niet hebben. Bij zelfreflectie is er steeds ook een kritische blik op het eigen functioneren nodig. Dit vergt een zekere durf en moed om de confrontatie met de eigen ‘demonen’ en beperkingen aan te gaan.

Daarnaast kan zelfreflectie ook bekeken worden vanuit een technische nuancering van wetenschappelijke methodes, vanuit een neurologische visie, in het teken van de eigen relatie met de context, het zelfbeeld, de (zintuiglijke) waarneming, de invloed van omgevingsfactoren, spirituele intelligentie, een meer filosofische beschouwing over bewustzijn en zelfbewustzijn en als onderdeel van een leerproces.

De complexiteit van deze materie maakt dat de waarheid over zelfreflectie nog lang het onderwerp zal uitmaken van een zoektocht. Het is voor sommige mensen wel mogelijk om de eigen waarheid te kennen en door communicatie een poging te doen om zicht te krijgen op de waarheid van een ander, hiermee inzicht te krijgen en te kijken wat ze hier praktisch mee kunnen doen in het dagelijkse leven.

Mensen met autisme minder zelfreflectie ?

Bij mensen met autisme zou dit minder vanzelfsprekend zijn. Vanuit mijn eigen diagnose ben ik daar dus geïnteresseerd in.

Temeer omdat er onlangs een artikel verschijnt in het tijdschrift Brain waarvan de samenvatting op de website van de BBC verschijnt (http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/8407857.stm) waarbij het volgende mij opvalt : “Sophisticated scans showed the brains of people with autism are less active when engaged in self-reflective thought.”

Kritische lezers van het BBC-artikel zouden natuurlijk even goed tot de tegenovergestelde conclusie kunnen komen. De gebruikte methode is immers niet onbesproken en kan, zoals bij vele wetenschappelijke onderzoeken, gezien worden als werken naar een gewenst resultaat.

Uit het onderzoek zou evengoed kunnen blijken dat mensen met autisme door een beperking in de ‘wij’-beleving de mate aan zelfbewustzijn van anderen niet ervaren en zich meer egocentrisch opstellen. Met als gevolg dat iemand met autisme door dergelijke ervaringen zich terugtrekt en zich volgens die ‘anderen’ onaangepast gedrag vertoont.

In de rand mag opgemerkt worden dat wetenschappers en onderzoekers op vlak van autisme zelf ook niet bepaald uitblinken in zelfreflectie over de eigen veronderstellingen en aannames in hun eigen werk. Wat volgens hen misschien een autistische of zelfs narcistische reactie is die zij wellicht ridiculiseren. Dat is jammer want mensen met autisme en neurotypische onderzoekers kunnen elkaar veel leren, als ze open staan voor elkaar.

Vanuit een diagnostische invalshoek

Wat me echter opvalt in discussies van mensen met autisme, in praatgroepen en op virtuele fora, is dat er heel wat af gereflecteerd wordt op eigenschappen terwijl dat volgens het artikel in Brain niet of minder mogelijk is.

Op het eerste gezicht, vanuit de benadering van een buitenstaander, lijkt ‘t evident om te stellen dat mensen met autisme, ongeacht welke begaafdheid, meer op zichzelf reflecteren dan veel mensen zonder autisme. Is ‘autisme’ immers niet de neiging om op zichzelf gericht te zijn ?

Anderzijds zijn er ook mensen die uit de diagnose autisme(spectrumstoornissen) afleiden dat mensen met autisme vooral in bepaalde mate contextblind zijn, naar de omgeving maar ook naar zichzelf en dus niet goed kritisch over zichzelf kunnen nadenken of erover praten.

Drie groepen mensen met autisme ?

Voor zover ik ervaring heb met andere mensen met autisme dan mezelf, zou ik zeggen dat er enerzijds mensen met autisme zijn die goed tot zelfreflectie in staat zijn (en dat ook willen) en mensen die slechts met moeite of niet tot zelfreflectie in staat zijn of weigeren om op zichzelf te reflecteren.

Maar er zijn natuurlijk ook mensen met autisme die van zichzelf vinden dat ze veel meer zelfreflectie hebben dan neurotypicals om zich heen.

Soms komt dat omdat ze in hun leven meermaals geconfronteerd zijn met mensen die hen wezen op hun uitzonderlijke en irritante gedrag. Zij zijn keer op keer gevraagd en onder zware druk gezet hun gedrag te overdenken, erbij te stil te staan, dit aan te passen en maatschappijvriendelijk te maken.

Uiteindelijk heeft dit hen ertoe gedwongen na te denken over zichzelf in relatie tot de anderen en tot de samenleving. Of minstens via imitatie een poging daartoe te ondernemen.

Ze hebben daarbij hun analytische talent, eigen aan autisme, aangesproken, maar tegelijk is door de grote druk ook hun aanleg voor manisch-depressiviteit geactiveerd wat ook heeft bijgedragen tot meer zelfreflectie.

Soms hebben zij hun ‘zelfreflectie’ erg sterk ontwikkeld. Soms tot zo’n niveau dat zij denken dat niemand hen nog iets nieuws kan leren omdat hun persoonlijke ontwikkeling daardoor verder is geëvolueerd dan het gros van hun omgeving, inclusief hun coaches.

Inzicht-autisten ?

Het is moeilijk mezelf bij een van die groepen in te delen. Als ik de mensen in mijn omgeving mag geloven, zou ik vooral bij de eerstgenoemde groep horen. Terwijl ik mezelf eerder bij de laatste groep zou indelen. Buitenuit kan ik reflecteren over mezelf, maar ik weet dat dit bijna volledig compensatie door imitatie en door keer op keer dwang is. Dat het ‘net alsof echt’ niet te zien is, dat is natuurlijk de bedoeling, vanuit een overlevingsdrang om ‘zoals iedereen’ te zijn.

Binnen die laatstgenoemde groep zijn er natuurlijk mensen die weigeren stil te staan bij zichzelf. Dat zou te maken kunnen hebben met het intelligentieniveau of met de aard van de beperkingen, maar ook met de mate van ontwikkeling van de hersenen en hun verbindingen. Wat ik twintig jaar geleden niet over mezelf snapte, krijgt nu wel zin. Elke dag gaat er een laatje open. Een trigger, een associatie en een daaruitvolgende aha-erlebnis. Dat is, naar mijn gevoel, veel meer het geval dan bij mensen zonder autisme in mijn omgeving. Maar het kan ook samen gaan met een houding waar iemand als ik voor kiest of met de opvoeding.

De eerstgenoemde groep mensen met autisme, die kunnen reflecteren, heeft volgens mij een ruimer toekomstperspectief dan de tweede. Eenvoudigweg omdat het veel zelfreflectie vereist om goed met het eigen autisme te leren omgaan. Goed leren omgaan met het eigen autisme betekent er de krachten en talenten uit weten te distilleren en niet blijven focussen op het lijdensverhaal, zonder echter de beperkingen te ontkennen. Dit zijn de zogenaamde ‘Inzicht Autisten’ die Ben Kuijpers in zijn boek ‘Begrip door Inzicht’ bespreekt.

Wat de groep mensen met autisme die moeilijk of niet reflecteren, ook parten speelt voor hun toekomst, is dat ze anderen de schuld geven van hun problemen en/of veel eisen van anderen. Soms doen ze dat gewoon uit onmacht of uit frustratie dat anderen niet zien dat ze toch inspanningen doen om stil te staan bij zichzelf, maar in bepaalde mate ook uit beperkt inzicht. Deze groep mensen met autisme, waartoe ik me helaas moet rekenen, heeft een ernstige handicap in deze samenleving.

Kloof tussen beleving en verwoording

Wat de zelfreflectie bij mensen met autisme bijzonder maakt, is dat er vaak een kloof is tussen de beleving en de verwoording. Sommigen vinden het lastig om onder woorden te brengen wat er in hen omgaat, terwijl ze wel over zichzelf kunnen nadenken. Dan gaat het dus niet om het vermogen tot zelfreflectie op zich, maar om het vermogen om het verbaal in woorden om te zetten. Schriftelijk gaat dat dan vaak ook beter. Of het gaat om een vertraagde reactie, waardoor het pas veel later tot iemand doordringt wat er gevraagd werd of wat voor antwoord hij had willen geven.

Daarnaast kan het zelfbeeld van iemand met autisme soms sterk vertekend zijn. Ondermeer doordat de waarneming zelf vaak vertekend wordt door de prikkelverwerkingsproblematiek zoals Olga Bogdashina in haar boek Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met autisme en aspergersyndroom mooi verwoord. Bovendien krijgen mensen met autisme feedback van anderen lang niet altijd mee, doordat non-verbale communicatie daarin meestal een grotere rol speelt.

Het belang van de diagnose

Zichzelf leren kennen als persoon met autisme gaat gepaard met een zekere ontwikkeling waar een duidelijk keerpunt is aan te geven bij het verkrijgen van de diagnose autisme(spectrumstoornis). Voor de diagnosering durven sommige mensen met autisme de zelfrelfectie met bijbehorende confrontatie niet aan terwijl ze er na de diagnose soms bewust voor kiezen. Of iemands vermogen tot zelfrelfectie goed ontwikkeld is, hangt volgens een aantal ervaringsdeskundigen ook sterk af van de opvoeding en wat ermee gedaan wordt.

De rol van de vervreemding

Een andere stimulans tot zelfreflectie voor iemand met autisme zou de vervreemding kunnen zijn die iemand zich voelt tegenover de omgeving. Hoe vreemder iemand zich voelt in zijn omgeving, hoe meer het vermogen tot zelfreflectie waarschijnlijk ontwikkeld zou worden. Met de bedoeling een verklaring te zoeken voor het zich anders voelen dan de omgeving en het gevoel dat er iets mis is met zichzelf uit te klaren.

Of dat wel zin heeft, en een invloed op het bewustzijn, is natuurlijk de vraag. We zien immers vooral wat we kennen, erkennen of herkennen en aandurven. Onze zelfreflectie is gestuurd vanuit oodelen en normen. De ontwikkeling van zelfreflectie is dus sterk afhankelijk van het verschil met de omgeving, de eigenwaarde, het zelfvertrouwen en de heersende norm.

Toch geen zelfreflectie ?

Zelfreflectie kan ook geassocieerd worden met theory of mind & communicatie. Zelfreflectie hoort volgens Howard Gardner, bekend van de theorie van de meervoudige intelligentie, ook tot de interpersoonlijke intelligentie, vermogen om aan zelfreflectie te doen en zich bewust te zijn van innerlijke status.

Het is volgens mij een zeldzaamheid dat iemand met autisme zich als iemand met zelfbewustzijn ervaart. Mensen proberen uit overlevingsdrang via echolalie en/of echopraxia en/of compensatie te misleiden. Compensatie en imitatie door begaafdheid probeert mensen een beter zelfbeeld te doen krijgen maar kost tegelijk ook veel energie.

Tot besluit

Waar andere mensen ofwel berusten in hun ‘tesamenheid’ (die moederkoek van sociale netwerken) ofwel voortdurend over hun grenzen gaan in een poging om zich aan te passen aan de wereld, lijken mensen met autisme daar doorgaans niet teveel over te piekeren. Ze willen vooral overleven en hun leven leven, maar voor de rest maak ‘t niet veel uit. Dat is niet eenvoudig in deze wereld maar is wel een gezonde vorm van zelfreflectie.

2 reacties

  1. Een ontzettend interessant bericht, bedankt. Ik ben er echt even voor gaan zitten.

    Ben ik in staat tot zelfreflectie? Ik denk het wel, anders had ik het ongediagnosticeeerd niet overleefd, denk ik. Maar jouw opmerkingen over dwang van de omgeving snijden hout. Als ik erover nadenk, geloof ik dat ik veel minder goed ben in spontane zelfreflectie. Daarvoor zijn er me te veel zaken over mezelf de laatste maanden duidelijk geworden. Zaken die ik eerder had kunnen – moeten – zien.

    Moelijk om hierover na te denken, om bij mezelf naar binnen te kijken om te zien of wat ik opschrijf wel klopt. Een soort geestelijk me aan de haren uit het moeras trekken. Wel fascinerend.

    Ik ga je bericht nog eens rustig herlezen en bestel zodadelijk dat boek van Ben Kuijpers. Ik was er al eerder over gestruikeld maar was het weer vergeten.

  2. kirayoshi

    Erg interessante post, en voor mij was het zeker zo dat ik geleerd heb om veel na te denken en een zelfreflectie te ontwikkelen als gevolg van het “anders zijn”. Dat ben je bijna wel verplicht als je progressie wil boeken. Het nadeel (bij mezelf) is dan weer dat ik het waarschijnlijk veel te veel doe…

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 177 other followers