Het genie in de kelder

In het midden van de jaren tachtig, werd Simon Norton beschouwd als een van de grote wiskundige wonderkinderen van de twintigste eeuw. De Eton-student met een (verondersteld) IQ van 185, werkte een tijd lang op een hyperdimensionaal wiskundig probleem dat zo complex was dat het de bijnaam ‘Het Monster’ kreeg.

Van genie tot keldermens

Maar toen liep het goed mis met Norton. De ooit veronderstelt briljante wiskundige eindigt in solitaire chaos in een smerige kelderwoning. Te midden van uitpuilende plastiek zakken en een eindeloze verzameling dienstregelingen van bussen en treinen.

Simon wordt nu onderhouden door zijn broer, een joodse juwelenhandelaar. Daarmee komt hij ruim toe, want hij geeft amper geld uit. Hij komt ook amper toe aan winkelen. “Het is onzinnig. Ik heb nooit voeling gehad met geld en koop op routine. Waar ik wel van hou is het rond snuisteren in boekwinkels. En ik leef gewoon niet extravagant zoals anderen”.

Zijn dagen slijt hij momenteel met het formuleren van op het eerste gezicht onzinnige klachten over procedurele details. Over de verpauperde staat van zijn kelderwoning. Over hoe de samenleving slecht functioneert. Over wat er beter zou kunnen in de organisatie van bussen en het verkeer in het algemeen.

Simon is geworden tot een vreemde, bizarre alleen wonende man wiens excentrieke gedrag door de een aan het Syndroom van Asperger wordt gelinkt en door een ander aan waanzin. Wat volgens een derde dan weer een en hetzelfde is

Autisme

Simon zelf herkent zich in sommige aspecten van autisme – niet zozeer het Aspergersyndroom – zoals de desinteresse in sociale contacten (‘waarom, als ik er mij niet verbonden mee voel’), overgevoeligheid voor geluid, en aseksualiteit. “Ik las ooit een artikel over aseksuele mensen, en dacht: dat ben ik helemaal!”

“Ik heb nooit de neiging gehad met iemand iets aan te gaan. Wel enkele fantasieën over relaties met een paar mensen, maar nooit zin gehad om stappen te zetten in die richting. Bovendien kan ik niet naar feestjes of disco’s om er meisjes te ontmoeten. Mijn oren zijn veel te gevoelig en alleen al over straat lopen doet pijn. Ik heb me heel af en toe wel eenzaam gevoeld maar veel van het gedoe rond sociaal zijn interesseert me gewoon niet – zoals het roddelen of me opkleden. Kledij interesseert me helemaal niet.”

Simon kleedt zich dan ook tot zijn kledij uiteen valt en wie hem heeft gesproken, getuigt dat zijn kledij al een hele tijd niet gewassen is. Zijn moeder, die in 2002 stierf, zorgde er tot haar dood voor dat hij op geregelde tijdstippen een bad nam en voor hij de deur uitging moest hij bij haar komen voor een ‘kwaliteitscontrole’.

Terwijl zijn chaotische kelder een product blijkt van een vernuftig organisatorisch systeem, getuigt de taal van Simon volgens mensen uit zijn omgeving eerder een ernstige psychische of verstandelijke handicap. Hij spreekt voornamelijk in horten en stoten, haast onverstaanbare diepe keelgeluiden.

Het genie in de kelder, zijn biografie

Norton zou in de vergetelheid gebleven zijn zonder zijn bovenbuur in Cambridge, biograaf Alexander Masters. De twee ontwikkelden een vorm van vriendschap en reisden zelfs een stukje samen.

Masters schreef er een boek over: Simon, het genie in mijn kelder. Het boek is voorlopig nog niet in het Nederlands vertaald. Masters portret is realistisch en met gevoel voor tragiek. Niet opgeleukt of overdreven positief of met de nadruk op het savanteske dus.

“Daar zat hij dan, dit buitengewoon genie, waar iedereen ooit jaloers op was. En nu is hij iemand die zijn dagen slijt op bussen en treinen. Iemand die mensen zodanig willen vermijden dat ze er straat voor oversteken”,
schrijft Masters.

De crash

Wat Norton deed ‘crashen’, is volgens Masters boek één fout tijdens een wiskundige discussie die zijn collega’s verraste. Deze ene fout leidde tot het volledige verlies van zijn genie Geen crisis met een verhaal, geen psychologische overspanning … gewoon één fout. Alleszins volgens zijn biograaf.

Volgens Simon zelf heeft het te maken met de verhuis van zijn geliefde mentor naar Amerika, waar hij voor een andere universiteit ging werken. Norton keek enorm naar hem op en plots was hij er niet meer. Van dan af ging het bergaf.

Daarna werd hij nog eens ontslagen van de universiteit om zijn manier van lesgeven. Hij kon niet goed met de studenten om en gaf teveel ‘ex cathedra’ les. Eens uit zijn stimulerende omgeving, ging het nog verder bergaf.

Maar ook de privatisering van het busvervoer door Margaret Thatcher kwam bij hem erg zwaar aan. De vertrouwde organisatie die hij 20 jaar lang had gekend, viel op korte tijd in duigen.

Bovendien was het volgens de slechte organisatie van het busvervoer dat de geliefde mentor af en toe zijn bus miste, diens vrouw daardoor scheidde en hoge alimentatie eiste, en hij naar Amerika moest uitwijken om er genoeg geld te verdienen om haar te onderhouden. Was het busvervoer goed georganiseerd geweest, dan zou het allemaal niet gebeurd zijn.

Obsessie en fascinatie

Sinds Norton de academische wereld vaarwel zei, is hij in elk geval gefixeerd geraakt door openbaar vervoer en heeft hij tal van ideeën om het efficiënter te laten werken. Zijn buitengewone wiskundige gave lijkt daarbij erg ver weg.

Volgens zijn biograaf is het nu eenmaal zo.

“Simon heeft deze buitengewone capaciteit, hij heeft ervan genoten, hij is nu van iets totaal anders aan het genieten, namelijk het verlangen om te vechten voor een beter openbaar vervoer in dit land en over de hele wereld. Hij heeft zijn leven er nu aan opgedragen. Hij heeft geen gevoel van verlies, hij voelt voortdurend dat hij met iets nuttig bezig is. Ik vind zoiets magisch.”

Esthetisch verbluffende onzin

Af en toe komt het tussen beide vrienden nog tot een gesprek over pure wiskunde. Een buitengewoon complex gesprek, zo blijkt. Zo complex dat het lijkt of Norton gewoon onzin uit. Maar dan wel esthetisch verbluffende onzin.

“Wanneer ik luister naar Simon, ben ik alleen maar onder de indruk. Het is een esthetisch plezier om hem te horen praten. Hij geeft me ook nooit het gevoel minder te zijn als mens omdat ik het onderwerp van zijn gesprek niet versta.”

Simon is gewoon Simon

Norton heeft autisme. “Iedereen die hem ziet, denkt dat meteen”, zegt zijn biograaf. Maar Masters bracht het thema niet ter sprake in het boek. Lezers zullen het woord ‘autisme’ en zeker ‘asperger’ nergens terugvinden.

“Het lijkt me dat Simon gewoon Simon is. Wanneer je geboren bent met deze vorm van genialiteit, lijkt het voor mij normaal dat je je gewoon bizar en abnormaal ontwikkelt. Simon kan autistisch zijn of niet. Misschien doet het er gewoon niet toe. Het is moeilijk uit te maken of Simon erger lijdt aan zijn genialiteit of aan zijn autisme. Beiden zijn even erg.”

Gelukkig in zijn eigen wereldje?

Uiteindelijk ervaart zijn biograaf, Masters, zijn vriend Simon Norton vooral als iemand die gelukkig is in zijn eigen, besloten wereldje. Wiskundigen zouden hem natuurlijk een volstrekte catastrofale mislukking vinden.

Een ongelooflijk verlies van talent. Maar hij is volgens Masters van alle mensen die treuren om hun lijden en verlies aan mogelijkheden, de enige die niet huilt maar lacht. Hij is gelukkig in zijn eigen wereldje. Meer zelfs: volgens Masters is Norton een tevreden mens. Een gelukkig inactief genie zelfs.

Het genie zelf zegt daarover: “Ik ben gelukkig dat ik mijn eigen karakter, mijn persoonlijkheid en beperkingen stilaan aanvaard, op mijn 58ste. Ik vermoed dat veel mensen dat niet kunnen of niet doen. Maar ben ik uitsluitend gelukkig? Welnee. En ben ik over het algemeen gelukkig? Euh, dat kan ik moeilijk uitmaken. Als anderen het zeggen, zal het wel zo zijn.”

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 177 other followers