Werk en huishouden: een evenwichtsoefening

Werken, voltijds of deeltijds (betaald) en een huishouden weten te beredderen, het is voor de meeste mensen (met of zonder autisme) lang niet evident. Anderzijds liggen de klemtonen iets anders wanneer iemand een brein heeft dat autistisch functioneert.

Werklast

De eerste voorwaarde om werk en huishouden op een haalbare manier te combineren is dat het werk relatief vaste uren heeft, het gaat om een werk op langere termijn, met relatief overzicht en relatief aangepaste zintuiglijke omgeving.

Zowel bij mensen met als zonder autisme moet een arbeidsfunctie een haalbare draaglast hebben. Niet iedereen kan om het even welke job aan of even lang volhouden.

Een mogelijke formule om de draaglast te berekenen is (taak * 1 tot 2) + (vervoer werk-thuis * 1,5 tot 3) + (onvrijwillige sociale interactie * 2 tot 4)).

Tot de taaklast kunnen ook de zekerheid van de uurregeling en taakomschrijving gerekend worden.

Dat betekent niet dat mensen met autisme absoluut een vaste uurregeling of vaste taakomschrijving moeten hebben, maar er dient wel duidelijk en concreet gecommuniceerd worden over veranderingen hierin. Sowieso wordt dit verwacht in elke goeie organisatie, maar in de praktijk blijken er, om welke reden dan ook, weinig organisaties te zijn die overzichtelijk functioneren.

Bij mensen zonder autisme zal de klemtoon eerder op taaklast dan op vervoerslast en sociale contacten liggen. In de meeste gevallen halen zij net energie uit informele contacten dan dat ze er energie in steken.

Zonder werk is een huishouding niet evidenter

Met een relatief vaste structuur, vaste tijden om te werken, is er ook mogelijkheid om het huishouden binnen een vast kader te organiseren.

Een huishouden organiseren zonder werk kan voor mensen met autisme soms iets moeilijker blijken dan voor mensen zonder autisme.

Behalve dat het moeilijker is om op te staan ’s morgens, is er ook de verleiding om de volledige beschikbare tijd op te doen aan een of andere geliefde bezigheid, zoals computer, knutselen, naar een bepaald café gaan, wandelen in het bos, of het spotten van vogels of treinen …

In die zin gaat het niet op te zeggen dat mensen met autisme geenszins kunnen alleen leven, een huishouden runnen en een baan hebben op de gewone arbeidsmarkt. Zekerheid hebben op vlak van dagbesteding en inkomen kunnen net stimuli zijn voor groeiprocessen op andere gebieden.

Relatie, huishouden en energie

Een relatie kan zowel een positieve als negatieve invloed hebben op het beredderen van huishouden en werk, afhankelijk of de andere persoon autistisch is of niet, of hij/zij zich kan inleven in de energie-investering, wat de andere persoon beschouwt als een ‘leefbare situatie’ (leefbaar huishouden, leefbare werksituatie, leefbare relatie).

In het beste geval is het zowel een stimulans om evenwicht te vinden in het werk (niet te taakgericht en ook wat procesgericht worden) en energie te steken in het huishouden (als de andere partner de lat niet te hoog legt qua hygiëne en orde).

In het minst gunstige geval zijn werk en huishouden echter niet te combineren. Wanneer de draaglast van een werk niet aangepast is aan de mogelijkheden van de persoon bijvoorbeeld.

Als de persoon in kwestie alleen nog slaapt na het werk, is dit geen goeie zaak. In dat geval is er al snel kans op verwaarlozing : niet meer eten, het huishouden laten liggen … Bij mensen zonder autisme komt dit minder vaak voor. Er is dan ook sprake van een handicap, een functiebeperking die de kwaliteit van het bestaan ernstig beperkt.

Een vaste dagbesteding, meestal onbetaald, blijft in dat geval noodzakelijk maar eveneens de mogelijkheid om op sommige momenten eruit te stappen en te kiezen om het huishouden te doen. Dat hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat het huishouden daarom veel beter wordt, maar de persoon zelf zal meestal op lange termijn gezonder en gelukkiger leven.

In sommige gevallen wordt samenwonen zelfs onmogelijk. Wanneer een persoon een inkomensvervangende tegemoetkoming, al dan niet in combinatie met een integratieuitkering, krijgt bijvoorbeeld.

Sommige mensen met autisme wonen nog thuis. Dat kan evengoed een positief als een minder gunstig effect hebben. Thuis wonen betekent namelijk rekening moeten houden met andere vormen van organisatie en structuur.

In het beste geval heeft iemand een gans afgescheiden deel van het huis voor zich waar hij of zij op ’t gemak kan experimenteren en groeien naar zelfstandig wonen, eventueel met ondersteuning van een woon – of thuisbegeleider in mentorschap. Het experimenteren en tijd & ruimte geven, zonder de eigen norm van wat een ‘goed huishouden’ is op te dringen, en de persoon met autisme zelf laten proberen een organisatie op te bouwen, is belangrijker dan een woonbegeleider opdringen. Een goeie & gepaste begeleider vinden is overigens lang niet evident.

In het minst gunstige geval heeft de persoon slechts een kamer of moet die de kamer delen, of weigert die alle huishoudelijke hulp of groeien naar zelfstandig wonen. In dat geval zal de persoon zelf moeten ondervinden dat hij zijn eigen ‘levensproject’ niet kan uitbouwen zonder op een bepaalde manier zelfstandig te gaan functioneren. Het vooruitzicht van een opgelegde begeleiding of zelfs voorziening kan zulke mensen soms ‘wakker schudden’.

Wie zelfstandig woont, gebruikt vaak een of ander huishoudschema waar op staat weke taken op welk moment van de week of maand dienen te gebeuren. Zo’n schema kan opgesteld worden al dan niet met hulp van een begeleider. Bij sommige mensen is een vrij schema met verplaatsbare modules werkbaar, bij anderen is een eerder vast schema doelmatiger. Alles hangt af van de persoon in kwestie en zijn omgeving. In de loop der tijd kan dit schema stilaan losgelaten worden, en wordt de taakuitvoering een automatisme, die bij mensen zonder autisme ook bestaat, maar dan eerder intuïtief gegroeid.

De diagnose krijgen kan een belangrijke invloed hebben op de planning van het huishouden. Het kan zowel meer inzicht als meer openheid voor organisatie brengen. Ook de toegang tot bepaalde ondersteuning wordt gemakkelijker, bijvoorbeeld naar poets -, strijk – en thuishulp.

Er zijn in de samenleving voldoende mogelijkheden om het huishouden te organiseren voor wie zelf beperkt is in tijd of technieken. Een thuishulp kan het huishouden ‘in gang steken’, zodat de persoon in kwestie de rest van de dag weet wat wanneer en hoe te doen. Een poetshulp kan, na voorbereiding van de persoon zelf (beginnend opruimen, stofzuigen, stof afnemen), de grondige poetsbeurt geven. Er zijn dienstenbedrijven waar de strijk gedaan wordt met betaling van dienstencheques. Warme maaltijden kunnen bezorgd worden door het OCMW, waarbij de prijs van een volledige maaltijd (soep, hoofdgerecht en dessert) afhangt van het inkomen van de persoon. Wat rest, is dan afwassen (bijvoorbeeld het gerief dat het OCMW brengt).

Het spreekt voor zich dat mensen die langs komen wel eerst een afspraak dienen te maken, maar dat heeft eerder te maken met mijn planning. Ik heb niet de tijd om mij bezig te houden met mensen die niets anders te doen hebben dan op bezoek te komen. Er moet een bijkomende reden zijn dan de louter sociale.

Het wordt uiteraard wat anders als mensen behalve werk en huishouden ook nog een druk sociaal leven én kinderen hebben. De combinatie van die vier wordt al wat minder evident.

Teveel hooi op de vork nemen is niet voor iedereen eenvoudig te verhinderen. Sommige mensen doen buiten het noodzakelijke vrijwel niets, dus ook geen hobby’s, geen sociaal leven dat die naam waardig is. Dat kan saai overkomen, maar ieder vogeltje zingt zoals het is gebekt.

Soms is het gemakkelijk voor iemand met autisme om thuis een huishouden met kinderen te runnen en voltijds te werken met afgebakende taken waarbij iedereen aan eenzelfde doel werkt, dan deeltijds te werken met hetzelfde huishouden op een werk waarbij niemand wil samenwerken en chaos creëert.

En het loopt soms helemaal fout wanneer iemand met autisme voltijds thuis blijft met een gezin, als moeder aan de haard, en er helemaal geen doel en structuur is, met een zee van tijd, een berg van mini-taakjes maar geen uurrooster en heleboel dat tussenin komt.

Boodschappen doen is een element dat bijzonder vermoeiend is, zeker voor mensen met autisme. Vooraleer omdat het vaak niet mogelijk is alles in een zelfde winkel te kopen, zeker niet wanneer iemand voedselintoleranties en allergieën heeft.

Daarnaast moet er ook nog een persoonlijke administratie en budget bijgehouden worden. Het is belangrijk dat dit op een gestructureerde manier gebeurt, aangepast aan de persoon zelf.

Opruimen is een ander gegeven dat vaak terugkomt bij de bespreking van mogelijke valkuilen in het huishouden van iemand met autisme. Sommigen slagen er immers in heel veel rommel te maken in heel korte tijd, hoewel ze van nature heel ordelijk zijn. Aan de rommel in het huis is de gemoedstoestand meestal af te lezen. Opruimen is vaak de voornaamste drempel om zich goed te voelen maar tegelijk ook een graadmeter. Het is ook de belangrijkste stap vooraleer te poetsen. Bij sommigen is het daarnaast ook nodig een stappenplan te volgen om poetsen aan te pakken.

Het moeilijkste blijft de start en de afronding van een taak. De uitvoering zelf lukt bij de meeste mensen wel, tenzij er iets binnendringt, een herinnering aan een favoriete activiteit, of iemand die komt aanbellen enzovoort. Hoe met iets te beginnen, wanneer af te ronden, en vooral in gang schieten is meestal niet evident.

De mate van verantwoordelijkheid opnemen in een functie maakt de combinatie van werk & huishouden moeilijker. Wie verantwoordelijke wordt van een project of leiding moet geven of naast het huishouden ook binnen de werksituatie moet organiseren, heeft het een stuk lastiger. Want daarnaast vraagt ook de partner om ‘quality time’, vragen vrienden & kennissen om tijd & aandacht, en soms zijn er ook nog ouder wordende ouders die zorg nodig hebben.

De verdeling van tijd wordt daardoor een stuk moeilijker. Naarmate mensen evolueren in een werksituatie en in een relatie, wordt het leven er een stuk complexer op. Daarbij moeten er prioriteiten gelegd, knopen doorgehakt, keuzes gemaakt worden, soms tot op het pijnlijke van dilemma’s. Buiten het privé-leven wordt het vaak haast & spoed en erg moeilijk om de eindjes rond te krijgen, zeker door het perfectionisme enerzijds en anderzijds de extra energie die geïnvesteerd moet worden in sociale contacten die anderen zonder autisme als beloning beschouwen.

Voltijds werken, een hobby hebben, af en toe een vorming volgen en daarnaast nog een eigen woning zelf onderhouden is soms teveel hooi op de vork. Vooral wanneer er dan plots een aantal zaken snel achter elkaar veranderen, en de persoon de indruk krijgt dat het kaartenhuisje helemaal begint te waggelen, slaan de stoppen soms helemaal door. Op zo’n moment is een begeleider interessant om samen de zaken op een rijtje te zetten en overzicht te krijgen.

Wanneer de omgeving inzicht heeft in het autistisch denken of open staat voor een andere manier van leven, wordt het er een stuk gemakkelijker op. Wanneer anderen zich niet moeien en alles doorheen halen, en niet constant van gedacht veranderen, lukt het heel wat mensen met autisme heel goed om huishouden en werk te combineren.

Thuis kunnen op adem komen, rust kunnen ervaren en geen onverwachte dingen tegenkomen, zonder pottenkijkers of bemoeizuchtige individuen, is vaak een essentiële voorwaarde om ertegen te kunnen. Dat hoeft niet noodzakelijk een kluizenaarsbestaan te zijn, wel de zekerheid dat er altijd het toevluchtsoord is van een veilige ruimte.

Sommige mensen met autisme staan net als ik, en terecht, eerder sceptisch tegenover inmenging van externe personen in hun huishouden.

Mijn norm is dat ik elk moment mensen van mijn netwerk moet kunnen ontvangen, hen iets moet kunnen aanbieden (drankje, kleine versnapering) en hen zonder blozen moet kunnen rondleiden in mijn woning. Daarnaast heb ik uiteraard ook eigen noden, zoals het zo stofvrij mogelijk houden (gezien mijn stofallergie) en etenswaren niet laten beschimmelen (gezien mijn schimmelfobie).

Bij dat alles de kerk in het midden houden, een evenwicht bewaren tussen het noodzakelijke en haalbare, is nog steeds elke dag een uitdaging.

1 Comment »

  1. Ja heel herkenbaar en erg moelijk om een evenwicht hierin te vinden,dit kost veel tijd en energie.
    Ook voor de eventuele partner..

    Een heel goed jaar!!!!!!!

    Angeline

    Like

Laat een reactie achter op angeline Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.