#Ananas (2): Hoe kan je mensen met autisme goed straffen?

Er is niets mis met autisten. Telkens ik die zin hoor, komt er vaak een ‘maar’ achteraan. Ofwel ‘maar natuurlijk wel met ernstig, zware autisten’. Ofwel ‘zolang je ze maar goed laat weten wie de baas is, desnoods met straf’.

Toch heb je ook mensen die vinden dat je mensen met autisme, en zeker kinderen, niet mag straffen. Mijn ouders sloten deze eerder bij de laatste mening aan, hoewel ze duidelijk waren over grenzen en regels.

Visie op straf

Straf heb ik altijd gezien als een reactie die getuigt van een onvermogen om met een bepaalde houding tegenover regels of de onduidelijkheid van die regels om te gaan. Als duidelijk is wat verwacht wordt – in verstaanbare, aangepaste taal – is straf wellicht niet nodig.

Als straf moet laten voelen dat bepaald gedrag in een situatie onaanvaardbaar is, helpt dat volgens mij niet. Als het al duidelijk is dat iets in één of een reeks gelijkaardige situaties onaanvaardbaar is, dan is elke nieuwe situatie anders, en is wat aanvaardbaar is voor de ene onaanvaardbaar voor de andere.

Het is de communicatie in de situatie zelf die duidelijk moet zijn, je kan als straf hoogstens uitleggen wat verkeerd ging, en daar iets zinvols aan koppelen. Als die communicatie niet goed zit, zal de communicatie van de straf wellicht ook niet goed zitten, en zal de gestrafte wellicht niet snappen waarom hij of zij gestraft wordt. Dan is de boodschap die overgedragen wordt eerder ‘je moet angst van mij hebben’ in plaats van ‘hier ben je over de grens gegaan’. Als de rest is misbruik van macht en ventilatie van frustratie. Maar ik ben natuurlijk geen expert in opvoedkunde.

Zelf kan ik me niet herinneringen echt gestraft te zijn, thuis, op school of elders. Wat ik me wel herinner, zijn de talloze werkjes, klusjes en extra taken die ik heb moeten uitvoeren. Om zogenaamd ‘onaanvaardbaar gedrag’. Hoewel ik mijn gedrag zelf niet zo vond, kon ik me wel inbeelden dat leraren of mijn ouders het zo zagen.

Achter elk ‘fout’ gedrag zit er een ‘juiste’ logica

Hun straffen vond ik vaak ook een beloning. Het waren geen lijfstraffen of straffen die angst inboezemden, noch emotionele chantage of productie van stemgeluid en traanvocht. Die manieren van straf vind ik flauw, en getuigen van onmacht en vooral gebrek aan creativiteit. Wie op die manier straft, wordt er voor mij alleen nog ongeloofwaardiger op en ga ik vooral mijden.

Als je wil aangeven wat grenzen zijn aan gedrag, wees dan minstens duidelijk en creatief, en leef je in hoe de ander de situatie ziet. Vaak zit er een logica achter elk ‘fout’ gedrag. Ik weet niet of het bij iedereen zo is, maar bij mij was het wel zo. Een logica die te verstaan is vanuit autistisch denken en de specifieke vorm van informatie verwerken. Vaak was het ook een reactie op steeds misverstaan worden, te hoge of verkeerde verwachtingen, gepest of beïnvloed worden door anderen.

Geen pest – of lijfstraffen

Door de creatieve straffen op school heb ik wel het een en ander geleerd. Het waren dan ook geen peststraffen.

Zoals met de tandenborstel het toilet poetsen of de schoenen van de leerkracht. Of vijftig bladzijden vervoegingen van het werkwoord dormir in de présent, passé simple, imparfait, passé composé, passé antérieur, plus-que-parfait, futur simple, futur immédiat, futur antérieur, conditionel présent en conditionel passé.

Uit het blote hoofd, en elke zin met een ander thema. Eén keer heb ik dat moeten doen, maar toen heb ik de boel zo op stelten gezet, dat ze naar meer creatieve straffen zijn overgegaan.

Vaardigheden leren door straf

Wel heb ik geleerd hoe je lange gangen dweilt, trappen poetst of ramen wast … met goed poetsmateriaal en de juiste instructies. Door een dag met de poetsploeg te assisteren. Omdat ik – door onhandigheid – zoveel morste, niet goed kon mikken bij het plassen en poepen, af en toe tegen een leraar met een kop koffie aanbotste, een emmer water omver liep, of op een doosje krijtjes trapte.

Ik heb ook leren gras maaien door de tuinman te helpen, of kippen leren verzorgen door een dagje op de stadsboerderij mee te helpen. Zodat ze een beetje van mij af waren. Ik heb ook mijn tekstverwerking kunnen oefenen door de cursus van de leerkracht over te tikken en te layouten. Omdat ik had gezegd dat de cursus van de leerkracht toch maar een rommelboeltje was. Bij elke tikfout die zij nog vond mocht ik een bladzijde straf bijschrijven.

Het ambacht van schrijver geleerd

Maar wat het voornaamste is, ik heb er ook het ambacht van schrijver door geleerd. In de aangename, gewijde stilte van de strafstudie op zaterdagmorgen. Waar zelden veel mensen zaten en op mijn verzoek, als er veel buitenlicht was, de lichten werden gedoofd.

Als ik de enige was, en het vroeg, kon ik zelfs in open lucht, op de speelplaats, werken. Soms had ik een zakje brood mee in mijn boekentas, en haalde een kommetje water, voor de vogels. Op een lentemorgen op de speelplaats zitten schrijven met vogeltjes om je heen, dat waren nog eens tijden.

Daar schreef ik in stilte aan mijn oeuvre. Aan thema’s als ‘Waarom weet ik het beter dan de leerkracht?’ (50 pagina’s straf), ‘Pourquoi j’ai besoin de français dans ma vie’ (20 pagina’s), ‘Was ich ändern möchte’ (25 pagina’s), ‘What I have learnt in my life and what I intend to do with it’ (30 pagina’s). Of aan taken als ‘Wat is beleefdheid en wat is het niet?’ (20 blz), ‘zestig beroepen waar ik wiskunde voor nodig heb’ (35 blz), ‘fit en gezond in het leven, waarom dat voor mij nodig is’ (15 blz) en ‘wat ga ik later doen als ik nu al alles vergeet?’ (30 blz).

Soms was ik zo gezwind bezig dat ik behalve het werkje dat ik moest indienen als straf het ook nog eens overschreef voor mezelf, en dus het dubbele werk deed. Stiekem, want ik had gemerkt dat dit beledigend overkwam. Een andere leerling had het eens gedaan, en was enkele dagen geschorst van school (tot zijn plezier). Enkele dagen niet naar school gaan, dat zou voor mij het einde geweest zijn. Maar dat hadden ze in die tijd niet door bij mij.

Stimuleren creatieve straffen niet dat fout gedrag?

Nu zou je kunnen denken ‘zulke aangename straffen, dat moet toch fout gedrag net stimuleren?’. Het is natuurlijk de kunst als straf-deskundige om eerst het gedrag van de bestrafte, en vooral de logica erachter te doorzien. Vooraleer uit de rijk voorziene alaambak van straffen er eentje uit te pikken. Een geschikte straf zoeken, dat is immers een kunst die weinig mensen verstaan.

Op school hadden leerkrachten een soort ‘straf-fiche-bak’, waar een leerling die gestraft was een kaartje mocht trekken. Daarop stond een omschrijving van de straf, hoe ze precies moest uitgevoerd worden, wie erop zou toezien, en dan bepaalde de leerkracht die ze gaf – ook op basis van de reactie van de leerling op het kaartje – de strafmaat.

Las je al lachend dat kaartje voor, dan was de kans groot dat je voor de rest van het schooljaar op woensdagmiddag iets mocht doen wat je niet leuk vond. Er waren in die ‘fichebak’ ook wel straffen die ik helemaal niet leuk vond. Alleen kreeg ik ze nooit, omdat uit een straf op school ook eentje thuis voortvloeide. Eentje die meestal niet zo leuk was.

Het minder leuke aan al die straffen was ook wel de uitleg (zeg maar ‘preek’) die eraan voorafging. Als ik het nu bezie, waren dat gewoon lessen in moraalfilosofie. Er werd immers uitgelegd waarom het fout was wat ik deed, en wat er zou gebeuren mocht iedereen dat zo zou doen.

Straffen thuis

Thuis blonken mijn ouders ook uit in creatieve taakjes. Ze legden wel uit dat ik mocht weigeren maar wat er dan ging gebeuren: vermindering televisie – of computertijd, gesprek met de psycholoog, geen choco … Ze legden ook wel goed uit (met visualisatie als dat moest) wat de regels waren, welke consequenties die hadden, en waren zeer consequent en rechtvaardig. Maar, je zou het misschien niet zeggen van mij, ik was en ben dan ook erg braaf, lief en volgzaam. Zoals veel mensen met autisme. In de grond dan wel. Daarboven soms iets minder.

Tot slot: te braaf zijn is ook niet goed

Ik heb nooit het inzicht, het karakter en de energie gehad om mij slecht te gedragen. Het is een van mijn grootste beperkingen, vind ik. Omdat aardige mensen het in het leven nooit ver lijken te brengen. Te braaf zijn, heb ik geleerd, is echter ook niet goed. Waar had ik anders leren poetsen, gras maaien, kippen verzorgen, en vooral, waar had ik anders mijn blog leren schrijven?

Project Ananas is een initiatief van Tistje.com waarbij elke maandag een vraag wordt behandeld.  Ananas is een variatie op Ask An Autist en de vrucht waarmee ik me soms associeer. De vragen werden de afgelopen jaren gesteld via mail, facebook of bij voordrachten.  Deze week is de vraag ‘Hoe kan ik mijn zoon met autisme en gewone begaafdheid goed straffen? Bijna niets lijkt te lukken. Van de ene hoor ik dat ik hem maar eens stevig moet laten voelen wie de baas is. Van een ander hoor ik dat je best mensen met autisme en zeker kinderen of jongeren niet straft (of ze hebben er levenslang problemen mee). Ben jij veel gestraft vroeger? Hoe reageerde je daarop? Heeft het iets geholpen, in de zin dat je verstond wat je verkeerd had gedaan (en het niet meer ging doen)?”

Heb je nog een vraag die je altijd al hebt willen stellen? Stuur ze naar sam@tistje.eu en ik verzin er een origineel antwoord op. Wil je zelf een antwoord geven? Reageer gerust! Wil je zelf een antwoord schrijven op je blog? Nog beter ! Laat me gerust weten waar het staat en vermeldt ook liefst mijn blog.

9 Comments »

  1. Op zich is het waar wat je zegt, over dat straf niet goed is. Helemaal los van autisme gezien zelfs. Ik ben van mening dat je kinderen altijd zo min mogelijk moet proberen te straffen. Op die manier geef je vooral aandacht aan het negatieve, het kan het zelfbeeld van het kind aantasten, het kind kan er immuun voor worden, het kind weet niet wat wél het goede gedrag is en natuurlijk is het heel vervelend om te moeten ondergaan. Zowel voor de ouder/docent/oppas/opvoeder als voor het kind. 😉 Beter spreek je vanuit de ik-boodschap, leg je indien nodig uit waarom je iets niet goed vindt en het belangrijkste van alles: Suggereer vooral wat het kind wél kan doen zodat jij trots op het kind bent. Ikzelf loop wekelijks tussen een horde peuters en kleuters en als ik dan roep: “Je moet nu écht gaan opruimen!”, kan ik echt véél beter roepen: “Wíe kan er het snelst de meeste blokjes in de bak gooien? Die wint!” Zul je eens zien hoe snel die mat leeg is. 😉

  2. Onhandigheid. Praat me er niet van. Ik heb heel wat kapot gemaakt, omgegooid, gemorst, of ben zelf tegen heel wat aangelopen. En dat werd dan keihard afgestraft. Mijn moeder had besloten dat het hard aangepakt moest worden. Toen ik nog jong was was het wel duidelijk dat er “iets” met mij aan de hand was, maar dat het “iets met autisme” was, dat wist niemand. Jaren later begrijp ik de bedoeling van mijn moeders aanpak wel, maar geloof ik niet dat die aanpak mij echt goed gedaan heeft. Vooral het uitschelden komt nog regelmatig onder bepaalde omstandigheden bij mij naar boven. Meestal is dat als ik iets niet goed gedaan heb.

  3. Ik ben Asperger-patiënt. Mijn hele jeugd stond in het teken van conflicten. En altijd kreeg ik lijfstraffen. Heel vaak deed het echt pijn. Zoals die ene keer toen mijn moeder me op de grond wierp en met haar puntschoenen tegen mijn ribben begon te stampen. Ik was toen 10 jaar oud en had geen verweer. Ik dacht dat ik zou doodgaan.

    • Dag Inge, dankjewel voor je reactie. Amai, je zal maar zo’n moeder hebben. Dat lijkt meer op martelen dan straffen, en het levert niets dan angst en trauma op of een leven je afvragen waar je dat in godsnaam aan hebt verdient (tenminste: ik spreek voor mezelf nu).
      Bij je reactie vroeg ik me eigenlijk ook af hoe het komt dat je jezelf patiënt noemt. Je mag je natuurlijk voorstellen zoals je wil, maar Asperger-patiënt is eerder ongebruikelijk, of ik heb het toch nog niet vaak gehoord.

  4. Dag Sam, ik noem mezelf patiënt omdat ik Asperger een ziekte vind. Ik vind het zelfs een van de ergste ziektes die er bestaan omdat Asperger ongeneesbaar is en omdat je, zoals in mijn geval, in een sociaal isolement raakt. En dat terwijl de essentie van de mens is dat hij een sociaal wezen is. Ik heb mijn hele leven lang alles geprobeerd om echte vrienden te maken, maar dat is me nooit gelukt. Drie jaar geleden heb ik het opgegeven en heb ik me erbij neergelegd en ermee verzoend dat ik tot het einde van mijn dagen eenzaam zal zijn. Ja, ik haat die ziekte.

    • Het is een visie zoals een ander, maar toch een die theoretisch en medisch moeilijk houdbaar is, denk ik.
      Ik kan me wel voorstellen dat je autisme ziet als een vorm van (psychisch) lijden, maar de meeste mensen zien dat als een gevolg van anders-zijn, hersenen die teveel te verdragen krijgen en een omgeving die niet aansluit bij wie je bent.
      Wat ik ook merk in je reactie is dat je een vrij idealistisch mens – en wereldbeeld hebt. Dat is prima, maar af en toe is het ook goed om dat eens te relativeren en bij te spijkeren.
      De veronderstelling dat mensen sociale wezens zijn, is volgens mij wat kort door de bocht. Sommige mensen zijn dat inderdaad, maar evengoed zijn er ook veel mensen die samen leven tot het noodzakelijke beperken, en heel graag alleen zijn.
      De reactie die je geeft, herken ik wel van een jaar of vijftien geleden – toen ik sukkelde met een depressie. Daar heb ik mee leren leven (met ondersteuning) en langzamerhand heb ik gezien dat er toch ontwikkeling mogelijk is in de goede richting. Met enigszins andere doelen en eenzaamheid blijft wel iets dat er af en toe bijkomt, maar ik denk dat het ook voor jou mogelijk kan zijn om ‘autistisch gelukkig’ te leven. Ook al denk je op dit moment in je leven misschien dat dit onzinnig is.

  5. Allereerst respect voor diegene die hun verhaal doen.
    Ik zal in het kort mijn situatie beschrijven.

    Ik merkte altijd al dat ik niet als anderen was, destijds vond ik het stoer en leuk om afwijkend te zijn, ik dacht dat ik daarmee een uniek iemand was.
    Sinds kort heb ik diagnose autist, het verklaard heel veel over het verleden.
    Ook ik werd flink gestraft voor mijn dingen die niet als algemeen geaccepteerd werden, van eerst lijfelijk daarna emotioneel, ik kan niks ik kon niks en het zou ook nooit iets worden met me.
    Nu vele jaren later heb ik nog enorme last van dat emotioneel bewerken..
    Eigenlijk ben ik daar kapot van en heb geen idee wat er mee te doen.

  6. @Toon. Ik denk dat heel veel autisten op allerlei manieren gestraft worden.
    Gewoon omdat mensen die niks van autisme weten het niet herkennen en denken dat je ze expres pest, veel te veel aandacht vraagt, dingen kapot maakt, voor hen een irritant iemand bent die DUS aangepakt moet worden.
    Wat ze voor het gemak vergeten is dat zij voor ons juist buitengewoon veeleisend en irritant kunnen zijn, en zoals je al zegt – ze zijn vaak ook erg goed in emotionele chantage.
    Dat emotioneel verwerken is denk ik een kwestie van tijd, het is een soort rouwproces, en er helemaal overheen komen is moeilijk, zo niet onmogelijk. Ze zeggen dan altijd dat ‘je ermee moet leren leven’ .
    Misschien helpt het een beetje om te weten dat je niet alleen bent met je worstelingen en problemen, heel veel autisten hebben veel last van stress, onbegrip en frustraties. Althans dat denk ik. Ik ken een paar autisten en ik ben er zelf één, en ik hoor van iedereen dezelfde strubbelingen. En toch ik zou geen nt willen zijn 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s