Antwoorden op de Volksbevraging …

antwoorden-op-de-volksbevraging

Aan volksbevragingen doe ik normaal gezien niet mee. Omdat ik me afvraag of ik wel tot het volk behoor, misschien, Maar toch vooral omdat ik me niet aangesproken voel. Voor het nieuwste gedicht, de Volksbevraging van Maarten Inghels, stadsdichter van Antwerpen, maak ik graag een uitzondering. Het is dan ook een poëtisch en absurd meesterwerkje geworden.  Ook al ben ik geen Antwerpenaar. Anderzijds, in ons hart zijn we allemaal wel een beetje Antwerpenaar (of Antwerpse), toch?

  1. Op de eerste vraag, naar wie ik ben en wat mijn verdriet is, kan ik kort zijn: ik ben niemand anders dan mezelf, en kan niemand anders zijn. Ik probeer het wel eens, maar dan draait het toch weer erop uit dat ik mezelf wordt. En mijn verdriet is dat ik mij niet naadloos kan aanpassen aan de veranderende context, of die context niet kan lezen als een laser.
  2. Of ik de juiste naam draag, is een volgende vraag, en inderdaad ben ik ooit janker en watje genoemd, maar ook het tegenovergestelde, en hoe ik genoemd wordt hangt meer af van de naamgever dan van de genoemde.
  3. Zo wordt ik evenveel keren vrouw als man genoemd, en daar heb ik mee moeten leren leven. Dat is zodanig gelukt dat ik me noch man noch vrouw voel, en deze schaal intussen heb verlaten. Het is trouwens mijn ambitie om zoveel mogelijk van dergelijke schalen te verlaten tijdens mijn leven.
  4. Binnenstebuiten op het neon kleefkruid voelt het rompertje zich unheimlich invisible de ton-sur-tonmode vervloekend. En bij deze de uitnodiging om deze woorden van mijn kralenketting anders te schikken of er desgewenst een andere te maken van uw favoriete woorden. Dat is alweer de vierde vraag uit de Volksbevraging. Een interessante vraag trouwens, die al eens eerder op een van mijn sollicitatiegesprekken werd gesteld. Een kralenketting van favoriete woorden zou immers een staalkaart zijn van iemand arbeidspersoonlijkheidsstructuur.
  5. Of ik ooit vermist was voor meer dan een uur? Wel voor net iets minder lang, namelijk 59 minuten, maar nooit eerder heeft iemand van deze afwezigheid geweten. Het gebeurde op een regenachtige winterse dag in juni van 1998. Ik zag er ook de zin niet van in deze afwezigheid te melden. Mocht ik in de toekomst voor meer dan een uur afwezig zijn, dan zou ik dat uiteraard wel melden.  Aan wie weet ik nog niet, maar dat komt misschien nog.
  6. De volgende vraag dan. Of ik het recht om vergeten te worden verkies boven het recht om verkeerd begrepen te worden of andersom? Mmm, geen eenvoudige, maar ik denk dat het recht om verkeerd begrepen te worden toch iets zwaarder doorweegt. Het recht om vergeten te worden veronderstelt al dat er zoiets bestaat als onthouden worden, en ik twijfel daar aan.
  7. Nummertje zeven. Als ik op een schaal van 1 tot 10 moet zeggen hoe bang ik ben van de ander, hangt dat vanzelfsprekend van veel factoren af. Van de ander, van de toestand waarin ik me bevind, van de stand van de sterren, de richting van de wind, de sterkte van de druk … maar een acht zou een goed gemiddelde zijn.
  8. Een vraag over de hoogte van de haag is de volgende. Ik heb er zelf geen, en ben geenszins een specialist in aanleg van tuin of haag, maar volgens mij groeien hagen het best zo hoog dat er geen eenhoorns of andere fabelwezens overheen kunnen springen.
  9. Evenmin ben ik een kenner van stegen of garren. Toch ken ik wel enkele steegjes waar je kan snijden tot een valkuil en waar het duister zo op je rug klimt dat je eronder door valt. De meest bekende daarvan is ongetwijfeld het steegje van doodgeboren bomen en scherven van plezier. Als ik in de buurt ben ga ik er ook wel eens voorbij.
  10. De tiende vraag is iets ingewikkeld en gaat over mijn hoofd. Verondersteld dat ik een geheim ben, in een fout in een vraag, in een antwoord, dan draagt mijn januskop doorgaans drieënhalve gezichten met daarop de vierkantswortel getrokken uit vijfentwintig gedeeld door tweeënveertig.
  11. Over persoonlijk hygiëne wordt flink getwist.  Zeker als het gaat over de zeep. Om grondig te wassen kan je je zeep best aanpassen aan je leeftijd, je geslacht, de locatie waar je je wast, de kleur van je huid en je ondergoed, je origine en je religie. Met de nieuwe Zeep-o-matic, verkrijgbaar in de betere speciaalzaak, kan je nu zepen van alle windrichtingen mengen tot je gegarandeerd ruikt naar de sociale status die je wil uitstralen.
  12. Met alle oorlogen die tegenwoordig woeden, van die op televisie tot die in het dagelijks leven, is het altijd mogelijk verloren te lopen. Of in een oorlog die de jouwe niet is binnen te vallen. Het kan iedereen gebeuren, dus zeg niet dat het aan je contextblindheid of de stand van de sterren ligt. Daarom heb ik altijd een lat en een stralend witte zakdoek mee. Als ik dan in een conflict kom dat niet het mijne is, zwaai ik daar dan mee.
  13. Een ongeluksgetal, o jee. Ik heb al ongeluk genoeg dus probeer ik er alles aan te doen het ongeluk te vermijden.
  14. Stel je een tekening voor. Eén oog half gesloten, priemend, met een zwarte wimper. Een ander oog open, je kan het oogwit zien. Wat deze ogen willen zeggen, weet ik niet. Ik heb me altijd afgevraagd hoe mensen betekenis kunnen halen uit een blik. Ik zie er vooral esthetiek in. Ogen zijn mooi om in te kijken, maar vooral om de fascinerende kleurschakeringen. Ik had oogarts moeten worden.
  15. Elke stad zou een stadshandboek moeten hebben. Met duidelijke verwachtingen naar doen en laten van een stadsbewoner. Met richtlijnen, geboden en verboden. Wat mij betreft mag het ontbloten van het bovenlichaam in openbare – en handelsruimten verboden worden. Ook uitzonderlijk sterke geluiden en geuren zouden moeten beperkt worden. Zo mag er beslist een gemeentelijke administratieve sanctie komen voor mensen met enorm sterke parfums of voor lawaaierige brommertjes.
  16. Wat me wakker hield toen ik zestien was, weet ik niet meer. Het lijkt tegenwoordig wel een rage dat mensen me vragen wat ik zoal dacht of deed op mijn zestiende. Zeker omdat ik nooit zestien ben geweest. Of toch niet bewust.
  17. Deze is interessant: van welk bedrag raap je vuil geld op van de straat? Vuil geld raap ik sowieso niet op, je moet immers steeds kosten afwegen tegenover baten. Voor hetzelfde geld heb ik er een of ander virus mee gescoord, en kom ik terecht op televisie in dat programma waarin ze kermende mensen op de spoedafdeling van een universitair ziekenhuis filmen. Dan nog liever arm en proper.
  18. Met duizelingen, kopzorgen en neusbloedingen moet je op zo’n spoedafdeling alvast niet afkomen. Dat is meer iets voor talkshows over gezondheid, waar huisarts Tom Jacobs uit Antwerpen over zou kunnen uitweiden. Wellicht weet sympathieke Dr. Jacobs ook wel hoeveel mensen jaarlijks last hebben van duizelingen, kopzorgen of neusbloedingen. Ik ga er mijn kop niet over breken.
  19. Wat er wel door mijn hoofd spookt, dat kan je niet op één hand tellen. Geldperikelen natuurlijk, maar iedereen heeft daar last van, ofwel door te veel of te weinig geld, ofwel door te veel of te weinig tijd.  Ook jodiumpillen, verdoving, kinderen, verveling en huisdieren spoken door mijn hoofd, niet noodzakelijk in die volgorde.
  20. Het is me al meermaals gevraagd hoe ik in elkaar zit, en er is uiteenlopende antwoorden mogelijk. Het blijft meestal bij schattingen en de meningen lopen sterk uiteen. Vermoedelijk besta ik uit voor 13% dromen, 41% verstand, 32% gevoelens en 14% tranen. Al hangt dat natuurlijk af van wie de meting uitvoert, in welke bewustzijnstoestand ik me bevindt, en of er al dan niet romantische gevoelens zijn tegenover degene die meet.
  21. Wie tranen zegt, heeft het over littekens. Wie liefde zegt, heeft het over tonen van littekens, ze open spreiden als een stafkaart. Een stafkaart die te ingewikkeld is om door een menselijke hand te tekenen of door een menselijk oog te lezen.
  22. Wie er allemaal in de naam van de vader woont, dat is een van de best bewaarde geheimen. Doorgaans wonen we in de naam van de moeder, en soms in de naam van de zoon.
  23. Dat heeft uiteraard weinig van doen met de uren van de begraafplaatsen, die mij goed bekend zijn. Ik ga er namelijk geregeld heen om inspiratie te vinden. Inspiratie om te leven. Alle respect voor degenen die leven in een andere dimensie, en hun sluitingsuren. Ze verdienen hun rust.
  24. Moeder neigt meestal stil te vloeken, hoewel de vraag naar hoe zij vloekte volgens mij een voorbeeld is van symbolische contextblindheid. Met andere woorden: not done, en onverstaanbaar.
  25. Net zoals deze vraag een raadsel is: als het op één been staat, twee vleugels heeft, niet weg vliegt, weinig haar bevat dat nooit gekamd wordt, een bril draagt maar toch niets ziet. Tenzij voor wie de knokige engel kent uiteraard.
  26. Of deze vraag, over die droom waarin je na vele gedaanteverwisselingen halt houdt met de deurknop koud in je hand, om te blijven waar je zijn moet. In dergelijke dromen kom ik meestal terecht in de Stationskathedraal, waarin een Meester-Omroeper getal na getal afroept, en reizigers één na één vertrekken in treinen die niet meer terugkomen.
  27. Een eerder retorische vraag is deze: hoe vaak zijn wij niet iets begonnen wat we nooit hebben afgemaakt en hoe vaak hebben we afgemaakt wat we nooit wilden beginnen? Een mogelijk antwoord zou kunnen zijn: heel vaak en in het merendeel van de gevallen. Iets is immers zelden af en als het af is, dan is het omdat we aan iets anders hadden willen beginnen maar daarmee maar een stuk zijn gevorderd.
  28. Gecensureerd antwoord
  29. Onzinnige vraag
  30. Op de vraag of ik al iets heb gestolen, is mijn antwoord altijd ontkennend. Tenzij het gaat om niet tastbare dingen zoals iemands hart. Ideeën stelen lukt niet zo goed, ze passen me zelden.
  31. Onverstaanbare vraag
  32. Het is mij niet gegeven om iemand te vergeten, noch om iemand die te kennen die mij wil vergeten.
  33. Niet van toepassing – andere doelgroep.
  34. Als ik hoest in mijn hand, komt er op dit moment iets groens uit mijn lichaam. Het is een van de kleuren van snot en slijm, naast geel, bruinig en roodachtig. Naar verluidt is groen snot niet gevaarlijker dan wit snot, Maar toch eet ik het liever niet op.
  35. Hoe hard het hart in mijn hart, in mijn hart, in mijn hart klopt, is moeilijk meetbaar omdat het geluid van het kloppen, van het kloppen, van het kloppen versterkt. Niettemin: het gemiddelde ligt meestal rond de 69 slagen per minuut.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s