Het Experiment … het begin van het begin

het-experiment

Het is gezellig koud buiten als ik in de warme dokterspraktijk binnen wandel. Hier kom ik meestal alleen als ik ziek ben. Of mezelf heb wijsgemaakt dat ik ziek ben. Op de deur van de wachtzaal hangt, slordig en amper leesbaar, een blad met ‘deelnemers aan het experimenteel onderzoek’. Binnen zitten al vier mensen ongemakkelijk op hun stoel te wriemelen.

‘Voor het experiment?’. Een ijzige vrouwenstem klinkt van achter de balie. Zonder mijn antwoord af te wachten dreunt ze haar voorgekauwde zinnen monotoon af. “Nummer 44. U zet zich in de wachtzaal. Wij komen u halen. Ok?’. Ik knik en wil al in de wachtzaal zitten. ‘Ik vroeg u iets, mevrouw’ roept ze me toe. ‘Ik heb u gehoord, ik ben mijnheer en het is ok’ antwoordt ik haar zonder haar aan te kijken. ‘Jeezus’ hoor ik de verpleegster nog zuchten.

Ik doe graag mee met experimenten, al zijn ze zelden wat ik ervan verwacht. Meestal gaat het onderzoek over iets heel anders dan waarvoor je uitgenodigd wordt. Waar het dan wel over gaat, is geheim, en soms weten de onderzoekers die het experiment afnemen zelf niet eens waar ze aan meewerken. Dit keer ben ik uitgenodigd om een medicijn te testen. Ik behoor tot de doelgroep en ben via via gecontacteerd. Het experiment start in de praktijk van mijn huisarts. ‘Voor u is dat het dichtst, en voor ons bespaart het vervoerkosten’, zei de vrouw die uit Duitsland belde.

Intussen zit ik in de wachtzaal waar nu vijftien mensen zitten. ‘Fase 3 van een experimenteel geneesmiddel’ staat er op het pakketje dat ik zopas heb gekregen. In het pakket zit een bundel papier, een paar meetinstrumenten, potjes om stoelgang en urine te bewaren en enkele enveloppen.

In vijfentwintig bladzijden staat uitgelegd wat verwacht wordt, aan welke voorwaarden deelnemers aan het onderzoek moeten voldoen, welke nevenwerkingen er zijn en dat iedereen op eender welk moment zowel kan afhaken als zwijgplicht heeft. En, o ja, er staat ook hoeveel zo’n deelname opbrengt. ‘Daar kan je al iets leuks mee doen’, zal de onderzoeker me even later zeggen, ‘maar dat mag niet uw hoofdmotivatie zijn. We doen het allemaal voor de wetenschap. Voor de generaties die komen, zodat mensen in de toekomst nog comfortabeler zullen kunnen leven’.  Dat spreekt voor zich. Alles voor de wetenschap.

We wachten. Ik wacht. Jij wacht. Hij wacht. Zij wacht. Of nee, hij is al opgestapt. De neveneffecten schrikken hem af, en hij houdt er niet van dat ze bloed trekken. Plots ontstaat er een gesprek tussen de wachtenden. Over alle mogelijke doemscenario’s, helaas. Alle dokters die ze kennen passeren de revue. Dr. Oz, Dr. Barry, Dr. Pol, Dr. Oetker, Dr. Vogel, Dr. Martens … enfin, ga maar door. Mijn voorkeur gaat uit naar Dr. Jan Pol, de Amerikaans-Nederlandse dierenarts, en Dr. August Oetker, de Duitse apotheker.

Anderhalf uur gaat voorbij. Dit is gewoon een onderzoek naar de groepsdynamiek van wachten op een experimenteel onderzoek in de wachtzaal van een huisarts. Ik probeer me te herinneren welke wetten, fasen en valkuilen er zijn in een groepsproces, welke rollen wachten kunnen vertolken en wat er allemaal kan gebeuren. En ik probeer vooral niet te zoeken naar de verborgen camera’s. Mijn rol is die van de onhandige vragensteller, en ik speel mijn rol zodanig goed dat ik een glas water omgooi. Nog twee mensen stappen ontzet op en wanneer ik als eerste bij de arts mag, zijn we nog met vijf.

‘Goedemiddag, mijnheer. Sorry voor het wachten’ groet de arts. ‘Dat hoort erbij. Niet erg’ knik ik. Hij stelt zichzelf en zijn assistente voor, en begint met zijn uitleg over het experiment. Ik krijg een pilletje, een injectie met vloeistof en een dagboek om alle mogelijke werkingen te beschrijven. Daarna mag ik weer naar de wachtkamer. Ik moet er nog een kwartier wachten. ‘Kwestie van adequaat te kunnen reageren op mogelijke nevenwerkingen. Dat wordt ons voorgeschreven’, legt de assistente uit. Intussen tik ik mijn eerste ervaringen neer op, terwijl mensen om me heen ervaringen uitwisselen. Over experimenten die fout afliepen, vooral van anderen. Maar ik ben er gerust op, ik ben vast een placebo gegeven, zoals bij de meeste medicatie die ik neem. Of dat is mij toch wijs gemaakt. Niemand zal me immers ooit zeggen hoe de vork in de steel zit, hoe het werkelijk is. Of dat een geluk of een ongeluk is, daar ben ik nog niet helemaal uit.

2 Comments »

  1. Leuk :-). Net als zo dikwijls zit ik te knuffelen terwijl ik dit lees.
    Heb al dikwijls gedacht om me ook eens in te schrijven voor zo’n experiment, maar de idee dat ik daar dan vermoedelijk verlof voor moet opnemen, houd me altijd tegen.

    Benieuwd om het vervolg te lezen en te ontdekken welke, al dan niet psychologische/hypochondrische, nevenwerkingen je opmerkte ;-).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s