Gekneld tussen voorkomen en verhelpen …

voorkomen noch verhelpen

Tussen voorkomen en verhelpen, zo voltrekt mijn leven zich, en zit ik steeds vaker gekneld. Lastig als ik ben, wil ik geen van beiden. Ik zoek mijn heil namelijk vooral in  andere v’s … voorbereiding, vrouwelijke inspiratie, vrijheid en voorspelbaarheid.

Toch is dat buiten veel anderen gerekend. Je kan immers nooit voorzichtig genoeg zijn, zeggen die. Neem toch maar je voorzorgen. Als je iemand ziet die zich verdacht gedraagt kan je je maar beter uit de voeten maken, en jezelf in veiligheid brengen. Je vege lijf redden, en eieren kiezen voor je geld.

Dat gekneld gevoel lijkt tegenwoordig de overhand te nemen als ik gesprekken opvang van mensen om me heen. Terwijl ik me van nature al gekneld genoeg voel. Zowel in lichaam en verstand als in tijd en ruimte.

Daarbij komt nog dat artsen en hulpverleners die me behandelen ook al eens bekvechten. Dat neigt steeds vaker tot polarisatie, waarbij het er ook vaak polair ijselijk aan toe gaat.

Al houden ze dat meestal wel beleefd. Schriftelijk en bewapend met adviesnota’s, die elkaar tegenspreken, en bol staan van termen waarvan ze hopen dat ik ze niet versta. Tevergeefs, ik ken intussen de woordenschat en grammatica van mijn pappenheimers.  Als ze echt onverstaanbaar willen overkomen, dan zullen ze al hoog-Mandarijn of Sanskriet met een Fries accent moeten babbelen.

Aan de ene kant zijn er hulpverleners of artsen die heilig vasthouden aan voorkomen, zo snel mogelijk ingrijpen, en de nodige onderzoeken of behandelingen doen vooraleer het grote onheil is geschied. Soms kan ik daar best wel inkomen. Je moet immers niet wachten tot het kalf is verdronken om een barbecue te organiseren.

Aan de andere kant zijn er dan weer medici die het probleem aanpakken als het zich stelt. Of liever, als het zich volgens hen stelt. Meestal stellen zij hun klinische blik voorop, hoewel ze die lang niet altijd even betrouwbaar is. Als die blik twijfelt, zijn er natuurlijk ook nog diagnostische instrumenten als hersenscans (PET, SPECT, CT, NMR, EEG, …), interviews, gesprekken, onderzoek van lichaamsstoffen (bloed, urine, stoelgang), psychodiagnostische tests, observatie in het dagelijks leven enzovoort. Steeds getoetst aan normen die lijken te verschillen van labo tot labo, en anders geïnterpreteerd worden.

Gekneld tussen voorkomen en verhelpen zit ik daar dan. Als mens, met verschillende titels geëerd (patiënt, cliënt, ervaringsdeskundige, betweter). Analyserend en bedenkend wat voor mij het beste zou kunnen zijn.

Meestal begin ik dan vragen te stellen. Vooral om te zien of de hulpverlener die voor mij zit erover nagedacht heeft, of klakkeloos advies uit een boekje haalt.

Als een arts of hulpverlener nors of betuttelend, of met autoriteitsargumenten reageert (‘mijn ervaring leert me dat’ of ‘ik ben al 30 jaar actief met autisten’), is dat voor mij een teken dat er stront aan de knikker zit.

Meestal wordt ik daar boos van, en vind ik het jammer dat een stuk kostbare levenstijd aan deze vorm van hulpverlenerseducatie is verloren gegaan. Soms is bepaalde uitleg echter zodanig onzinnig dat ik geen vragen meer hoef te stellen, en ik eigenlijk zin heb om meteen op te staan.  Vaak houdt mijn beleefdheid – of mijn moeder, als zij mee is – mij tegen.

Als het goed zit, zoals bij de slimste onder mijn hulpverleners, komt het tot een dialoog, en kunnen zij prima en verstaanbaar uitleggen waarom zij een bepaalde positie tussen voorkomen en verhelpen innemen en wat ik al goed heb gedaan om mijn leven beter te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s