‘Waarom appt hij liever dan ons te bezoeken?’ … autisme en communicatie

waarom appt hij liever dan ons te bezoeken

Het zit Jocelyn, lezeres van Tistje, duidelijk hoog met de vraag die ze me de voorbije week mailde. Ze is moeder van een ‘gemiddeld begaafde’ zoon met autisme, Jonas. Haar zoon woont sinds het begin van oktober, sinds de start van het nieuwe academiejaar, op kamers (of op ‘kot’, zoals dat in België wel eens wordt genoemd).

‘Zoals het een goede moeder betaamt’, schrijft Jocelyn, ‘wil ik graag weten of het goed met hem gaat. Of ik, of wij, mijn man en ik, iets kunnen doen. In het begin kwamen we geregeld langs met voeding, deden we inkopen, kwamen we zijn woonst opruimen en gaven we tips aan medestudenten in de groepsresidentie waar hij woont’. Dat vond haar zoon blijkbaar niet zo leuk, en er ontstond na enkele weken een flinke ruzie. Op aanraden van haar huisarts heeft Jonas’ moeder een klankbord gezocht, via een psychotherapeut die beweert dat hij inzicht heeft in autistische logica. Ze schrijft dat dit voor haar een hulp betekende, om minder ongerust te zijn.

Hoewel ze best verstaat dat haar zoon op eigen benen wil staan, en daarvoor vader en moeder wat op afstand wil houden, vraagt ze zich af waarom hij liever appt dan hen te bellen of gewoon op bezoek te komen. ‘We wonen echt niet aan het einde van de wereld’, schrijft ze. ‘En ik vind het zo onpersoonlijk, dat app’en.  Het liefst zou ik hebben dat hij langs komt maar bellen zou al iets zijn. Communicatie gebeurt toch in de eerste plaats met je stem of door elkaar aan te kunnen raken?’. Haar vraag is of hoe ik hiertegenover sta, en of dit misschien kan gepost worden op mijn blog in de hoop dat er ook nog andere ouders of personen met autisme zijn die op dit euvel stuiten.

Ik wil graag antwoorden op je vraag, Jocelyn. Natuurlijk kan ik dat alleen vanuit mijn eigen ervaringen, als zoon (met, vanzelfsprekend, een moeder), als voormalig student hoger onderwijs met kennis van op kamers/kot wonen tijdens het academiejaar, als man van in de veertig en als gebruiker van nieuwe media.

Toen ik studeerde, had ik nog geen gsm en bestond het internet nog lang niet. Het enige contact dat ik met mijn ouders had tijdens de week was via een van de weinige telefooncellen in de stad. Meestal was dat alleen in noodgevallen. Verder gebeurde het vooral op vrijdagnamiddag voor ik op de trein stapte naar huis of op zondagavond om te laten weten dat ik weer goed was aangekomen. Verder had ik geen enkel contact met het ‘thuisfront’.

In de drie jaar dat ik er studeerde, zijn mijn ouders er twee tot drie keer langsgekomen. Een keer om te poetsen, en verder om me op te halen toen ik te ziek was om met de trein naar huis te komen. Op het einde van de straat was een supermarkt. Ik had ook een klein keukentje op mijn studentenkamer. En verder was er een studentenrestaurant waar ik af en toe, als het minder druk was, ging eten.  Het heeft mij geholpen om stilletjes aan toch een beetje op eigen benen te staan. Af en toe hielpen er ook medestudenten – vooral studentes – mij met de organisatie en met iets klaarmaken. Met zachte hand weliswaar, omdat ze aanvoelden dat ik het liever allemaal zelf wilde uitproberen.

Dat uw zoon initiatief neemt om met u zijn ervaringen te delen via een app, vind ik dus best wel positief. Dat hij het niet leuk vind dat u duidelijk aanwezig blijft in zijn studentenleven, kan ik me voorstellen. Dat zou ik namelijk ook niet appreciëren. Ook al versta ik ook dat u bezorgd bent dat hij zichzelf, zijn hygiëne of voeding zou kunnen verwaarlozen. Toch zal uw zoon ooit in zekere mate op eigen benen moeten staan. Een studentenflat kan daarbij een aanzet zijn of hem een concreet beeld geven van alleen wonen. Dan kan het niet de bedoeling zijn dat de omstandigheden van thuis meeverhuizen naar de studentenflat.

Blijven contact houden, via een app, is volgens mij het beste wat u kan doen. Waarschijnlijk biedt dat medium voor hem het meest mogelijkheden om tegelijk afstand te houden, de (zintuiglijke/sociale) prikkels net op zijn maat te doseren en toch contact te maken. Ik denk dat dit van autist tot autist, van mens tot mens, verschilt. Sommige mensen mailen op momenten dat ze daartoe de gelegenheid zien. Anderen spreken een boodschap in op een audiomail, skypen of bellen liever. Nog anderen zullen liever iets tikken op een chat of in een app. Het is vooral belangrijk concrete afspraken te maken over het hoe en wanneer, maar wat telt is toch vooral contact te houden op een manier die rekening houdt met gevoeligheden als gevolg van autisme. Het zou volgens mij toch jammer zijn mochten ideeën over (neurotypische) communicatiemethoden een beletsel vormen, zowel in contact als in het groeien in zelfstandig leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.