De autistische mens als toekomstige menselijke conditie? … autisme en technologie

Geven autistische mensen ons een inkijkje in onze toekomstige menselijke conditie? Het is een vraag die af en toe opduikt in gesprekken, hoewel lang niet iedereen dat zo leuk vind, en vaak leidt tot een hoop misverstanden. In een van deze discussies kwam een autistische man op de proppen met het boek ‘Context Blindness: digital technology and the next stage of human evolution’ van prof. Eva Berger, professor in Media Studies en Semantics. Toevallig kon ik een recensie-exemplaar bemachtigen en leek het me leuk om er iets over te schrijven voor deze blog.

In haar boek gaat prof. Berger op zoek naar de impact van de verspreiding van contextblindheid, zoals beschreven door Peter Vermeulen, op de komende generaties en hun omgang met klimaatopwarming, communicatie, media, democratisch bestuur, samenzweringstechnieken en veilige ruimtes. Haar boek gaat dus niet zozeer om autisme, hoewel het daar wel in aan bod komt.

Professor Berger poneert onder andere dat steeds meer mensen contextblind zijn geworden sinds ze het vermogen om de context te lezen gedelegeerd hebben aan contextuele technologieën zoals social media en allerlei sensoren. Aangezien contextblindheid – of caetextia in het Latijn – volgens haar een van de meest dominante symptomen is van autisme, geven autistische mensen ons inderdaad een inkijkje in de mensheid van de toekomst, de Homo caetextus.

Hoewel het anders lijkt, wordt in het boek behoedzaam met de term autisme omgesprongen. Meer zelfs, de auteur schrijft dat de term autisme gebruiken als blaam onrechtvaardig is, tot stereotypering leidt en tot verwarring over de beperkingen en dagelijkse noden van autistische mensen. Ze benadrukt dat de term autisme in haar boek niet bedoeld is als medische diagnose, en al zeker niet als belediging.

Autisme lijkt volgens haar wel de best mogelijke metafoor om de menselijke conditie aan het begin van het derde decennium van de eenentwintigste eeuw te beschrijven. Ze verwijst dan vooral naar de absolute wijze waarop autistische mensen betekenis geven aan de wereld om hen heen. ‘Dit heeft een invloed op hun vermogen om gezichten te lezen, emoties te herkennen, taal en communicatie pragmatisch te verstaan en problemen efficiënt op te lossen’, schrijft prof. Berger.

Sommige eigenschappen van deze autistische mensen vertonen volgens de auteur opvallend veel gelijkenis met het gedrag en ervaringen van de doorsnee gebruiker van hedendaagse technologie. Ze stelt zich de vraag of het mogelijk is dat deze contextblindheid, uitgelokt door gebruik van technologie, minstens deel verantwoordelijk is voor de toegenomen aandacht voor (mensen met) autisme?

De Covid-19-pandemie heeft deze vraag volgens haar nog actueler gemaakt. Prof. Berger heeft het dan vooral over de snelle opkomst van beeldbellen. Die vorm van communicatie heeft volgens haar toch vooral voordelen voor mensen met autisme of mensen die omwille van neurologische redenen moeilijkheden ervaren met sociaal contact in levenden lijve of met gesprekken waarbij meerdere mensen tegelijkertijd praten. De auteur erkent wel dat lang niet alle autistische mensen zo opgezet zijn met beeldbellen. Autistische mensen ervaren ook Zoom-vermoeidheid en sommigen onder hen, schrijft ze, worstelen ook regelmatig met overprikkeling als gevolg van fel licht en lawaai. Toch beschrijft ze deze manier van ontmoeten op afstand met tijdintervallen als een zegen voor autisten, voornamelijk omdat ze zo de stress en de angst kunnen overwinnen die voortkomt uit hun moeite om te herkennen wanneer het hun beurt is om aan het woord te komen.

Dat mensen met autisme een voorafspiegeling van de toekomst zouden zijn, was volgens prof. Berger al lang duidelijk voor de pandemie. Ze maakt de vergelijking van de smartphone gebruiker met het autistisch kind dat constant aan het stuur van zijn speelgoedauto draait, zijn ogen gefixeerd, zonder op te letten als zijn naam wordt genoemd, zonder zich bewust te zijn van de situatie om hem heen. “Als we de speelgoedtruck vervangen door een smartphone, zien we een nauwkeurige beschrijving van het grootste deel van de wereldbevolking van vandaag”, schrijft ze. “Autisme is niet zozeer een overblijfsel uit het verleden, maar een glimp van wat komen gaat: de volgende evolutionaire stap in een wereld waarin we steeds meer door gegevens worden verstikt.”

Berger’s boek wil vooral de klaagzang over de geleidelijke afname van menselijk perspectief en context in onze samenleving onderzoeken. Daarbij ziet ze autisme toch eerder als een verlies van bepaalde menselijke kwaliteiten dan als een positieve trend. Het boek is dan ook een kritisch en soms wat zwaarmoedig boek geworden. Ook al wordt er ook best wel hoop gekoesterd. Meer zelf keuzes maken, minder via technologische hulpmiddelen communiceren als de vorm van communicatie zich daar niet toe leent, ziet zij als oplossingen om daartegenin te gaan. Hoewel ze denkt dat de transformatie de we ondergaan al zo ver gevorderd is dat dit het begin is van een nieuwe fase van de menselijke evolutie – die van de Homo caextextus, de contextblinde mens.

1 Comment »

Laat een reactie achter op Eva Berger Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.