Spring naar inhoud

Tag: minderheidsinvloed

Het Laatste Woord

Het laatste woord willen hebben. Doorgaan tot het einde. Of minstens tot het gelijk. Altijd denken het antwoord te hebben. Zodra iemand er anders over denkt die mening zien als een aanval zien. Niet langer vatbaar zijn voor een redelijk gesprek.

Is het laatste woord willen hebben iets typisch autistisch? Volgens sommigen wel. Het is in elk geval onderdeel van blijven hangen in het eigen verhaal, wat bij mensen met autisme vaak zou voorkomen.

Toch komt het laatste woord willen hebben volgens mij ook vaak voor bij anderen, niet-autistische mensen. Erg verbale en begaafde mensen, chronisch ontevreden burgers en autoritaire intellectuelen overtreffen hen soms.

Over het algemeen vind ik het niet gemakkelijk om het op een ‘gepaste’ manier oneens te zijn. Het laatste woord willen hebben wijst volgens mij op een aantal autistische kenmerken. Vooral geen maat kunnen houden in wat enthousiasmeert.

Mettertijd ga ik steeds minder in discussies mee, want het is verloren energie, en ik heb er vaak spijt van het laatste woord gewild te hebben. Of ik hanteer het adagio ‘choose your battles’ en op langere termijn te denken. En niet te denken dat mensen mij onrecht aandoen.

Als mij nog verweten wordt het laatste woord te willen hebben, is dat vooral omdat ik een andere kijk op allerlei situaties heb dan anderen, vooral dan neurotypicals. Wat ik als belangrijk beschouw wordt doorgaans door neurotypicals als kommaneukerij of onzin beschouwd.

In situaties en discussie waarin ik vind dat mijn opinie belangrijk is, geef ik ze meestal in een eerder stadium te kennen, dus voordat er consensusvorming gebeurt. Soms zet ik ’t op papier, of probeer in een gesprek vooraf te peilen wie welke mening heeft, en met wie ik een coalitie kan sluiten.

In een vergadering van veel personen wordt het nog lastiger. Samen komen met een groep mensen die elk hun eigen agenda hebben, meestal niet zeggen wat ze eigenlijk bedoelen, bezig zijn met een proces dat al een hele tijd aan de gang is, en leidt naar wat soms al beslist is door enkele deelnemers.

Op momenten dat ik me verdwaald of verrast voel, stel ik meestal de vraag naar een overzicht of, als er een consensus buiten mijn inbreng is of als er een besluit blijkt genomen te zijn, een samenvatting van wat beslist is. Het hangt van de soort vergadering af, en of het besluit erg afwijkt van mijn opinie, of ik dan nog mijn mening laat horen. Als te vaak voorkomt dat ik niet wordt aangesproken of niet aan bod kan komen, betekent dit vooral dat ik daar niet op mijn plaats zit, en ga ik niet meer naar de vergaderingen.

Is de indruk van sommige mensen dat altijd het laatste woord willen hebben autistisch gedrag inhoudt dan juist ? Toch niet helemaal en niet altijd. Heeft ’t dan meer te maken met betweterij ? Soms wel. Naast een stukje contextblindheid en wat dwangmatigheid is het laatste woord willen hebben volgens mij ook tenslotte ook een stuk ongeduld

Het is als persoon met autisme eerder de kunst energie te sparen voor de marathon. Om van gelijk willen krijgen te evolueren naar minderheidsinvloed die leidt tot groei.