‘Meestal zeg ik niet dat ik autistisch ben, hoewel ik daar zelf niet aan twijfel’, begint Karel, die sinds enkele jaren een autismediagnose heeft’, zijn mail. ‘Ik raak telkens overstuur als ik in zo’n geval een vraag teruggeworpen krijg. Dat gebeurt meer dan ik zou willen. Ik zit daar nadien dan tot weken mee in mijn hoofd. Ik wou dat ik een beetje meer ad rem was, en gewoon iets eruit kon floepen, ook al zou dat tot een ruzie geleid hebben. Onlangs kreeg ik weer zo’n vraag, waarvan ik me afvraag hoe die mensen er toch op komen zoiets aan mij te vragen. ‘Geloof in je autisme’, klonk het toen. Wat kan een mens daar nu voor zinnigs op antwoorden? Weet jij misschien iets?” Ik probeer deze vraag vanuit eigen ervaring en met de nodige nuance te beantwoorden.
Fragment uit het verhaal van Roland, gelovige man met autisme, in ‘Is er een hemel voor autisten? Persoonlijke verhalen over autisme en het christelijk geloof’ van Alianna Dijkstra, uitgegeven bij Kok (2019) over zijn interpretatie van de religieuze bewering dat wie gelooft gered zal worden.
Bert (45) wil graag het volgende weten: ‘Wat zou u doen wanneer de dag des oordeels aanbreekt? Ik ben daar namelijk door gefascineerd, maar de antwoorden die ik vind stellen me teleur. Als autistisch persoon zou u naar verluidt buiten de hokjes denken, dus u heeft vast wel een oplossing die elders onbedacht is gebleven?” In deze blog probeer ik op deze vraag een antwoord te geven
Gelovig zijn, het is altijd een uitdaging geweest. Gelovigen, zeker in een persoonlijke God, zijn tegenwoordig ‘challenged people’, mensen met een handicap. In de zin dat het niet gemakkelijk is in onze samenleving ermee te leven, ervoor uit te komen, ermee om te gaan. Gelovigen die zeer godsdienstig zijn of het geloof erg strikt nemen, worden al eens smalend ‘autistisch’ genoemd. Tot een tijdje terug. Toen verscheen een artikel dat mensen met autisme minder of zelfs niet gelovig zouden zijn. Wat me meteen te binnen schoot: nu moeten die arme… Read more Geloofd, gewikt en gewogen →