Zes dagen lang schrijf ik elke dag op een originele manier rond een letter van het woord B-E-G-R-I en P en toon zo mijn begrip voor mensen met autisme en hun omgeving. Ik nomineer alle bloggers (met autisme) met de tag #begripvoorautisme. De vijfde bijdrage gaat over de letter I.
Zes dagen lang schrijf ik elke dag op een originele manier rond een letter van het woord B-E-G-R-I en P en toon zo mijn begrip voor mensen met autisme en hun omgeving. Ik nomineer alle bloggers (met autisme) met de tag #begripvoorautisme. De vierde bijdrage gaat over de letter R.
Zes dagen lang schrijf ik elke dag op een originele manier rond een letter van het woord B-E-G-R-I en P en toon zo mijn begrip voor mensen met autisme en hun omgeving. Ik nomineer alle bloggers (met autisme) met de tag #begripvoorautisme. De derde bijdrage gaat over de letter G.
Op vraag van een niet-autismespecifieke gezinsorganisatie heb ik een week in mijn leven beschreven. In iets minder dan 2200 woorden kan je lezen hoe mijn week op vrijdag begint en ik, dankzij een goed voorbereid overzicht met mogelijkheid tot uitspattingen op een inzinking op dinsdag na heelhuids de donderdagavond bereik.
Zoek eens een metafoor voor hoe je in de wereld staat, vroeg ze op een dag. En dus probeerde ik dat, ook al heb ik niet veel met metaforen. Na wat pogingen kwam ik terecht bij de metafoor van het zwemmen. Die werk ik deze blog uit.
Fragment van Melanie Yergeau in ‘Authoring autism: on rhetoric and neurological queerness’ (Duke University Press, 2018) over de evolutie van bewustzijn rond autisme in het begin van de eenentwintigste eeuw en discriminatie binnen de autismegemeenschap zelf.
Bespreking van het artikel ‘What my son with autism taught me about managing people’ (wat mijn zoon me leerde over het leiden van mensen) van Alexandra Samuel in The Wall Street Journal van 16 februari 2018.
‘Het zit zo …’, schrijft Kayla me, naar eigen zeggen al jaren enthousiast lezeres van deze blog, ‘… ik heb een tijd geleden een relatie gehad met een man met autisme. Die is jammer genoeg op de klippen gelopen. Ik verwijt hem alvast niets, maar zit nu met een probleem: ik kom niet los van hem. Op een of andere manier blijft het, blijft hij in mijn hoofd spoken. Af en toe komen we elkaar, helemaal toevallig, tegen in het dagelijks leven en komt er schuldgevoel bovendrijven. Dat ik niet genoeg moeite zou gedaan hebben en dat het toch iets had kunnen worden. Kan jij mij tips geven om hem achter me te laten?’