Een kwestie van geloof? … autisme en samen leven

Al van jongs af ben ik op velerlei vlak een geus.  Een ‘armoezaaier die in weinig echt strikt gelovig is’.  Toch is er veel waarin ik wel geloof. In Sinterklaas bijvoorbeeld. Of in de kerstman. In onzin geloof ik dan weer niet. Ik geloof evenmin in volwassen worden. Of in al wat geassocieerd wordt met mannelijkheid of vrouwelijkheid. Daartussenin is er vooral veel twijfel. Twijfel aan anderen, twijfel aan niets, twijfel aan alles, twijfel aan mezelf. Mijn geloof is een rots die bestaat uit  ontelbare minuscule scherven die miraculeus virtueel een geheel lijken te zijn. Op het eerste gezicht. Bij nader inzien, echter, …

Ook als het op autisme aankomt ben ik een geus. Autisme heeft immers niets te maken met geloof. Wie bij mij afkomt met de vraag of ik (werkelijk) in autisme geloof, komt dan ook van een kale reis terug. Ik geloof overigens dat er teveel stil gestaan wordt bij dat ‘geloof’. Bij alle geloof trouwens. Stilstaan kan wel eens vooruitgaan betekenen, maar het kan ook gemakkelijk ontaarden in apathie en lethargie.

Voor mij is de (diagnostische) term autisme (net als geloof trouwens) vooral een aanzet om over oplossingen na te denken om aangenamer samen te leven, erover te spreken en ze te delen. Natuurlijk kan het zijn dat de oplossingen die ik bedenk ook bij anderen, zonder autisme, werken.

Het zou nogal vreemd zijn mocht dat nooit het geval zijn, zeg ik wel eens. Ik blijf immers in de eerste plaats een mens. De kans is dus groot dat de manier waarop ik bijvoorbeeld mijn kledij sorteer ook voor om het even wie werkt.  Daarom is die oplossing nog niet ontdaan van de functie voor iemand (en lang niet iedereen) met autisme. Dat denken hokjesmensen, die geloven dat iets maar kan werken voor ofwel iemand met autisme ofwel iemand zonder autisme. Het tegenovergestelde, dat wie zijn of haar kledij sorteert zoals ik dat doe ook autisme heeft of autistisch is, geloof ik echter niet.  Meer zelfs, ik vind het bizar dat iemand dat kan denken. Met zo iemand is wel iets aan de hand maar dat het autisme is, dat geloof ik niet.

Een groep mensen waar iets ernstigs mee aan de hand is, zijn degenen die stellig beweren ‘niet in autisme te geloven’. Het kan gebeuren dat je zoiets denkt als je net een diagnose hebt gekregen, of te horen hebt gekregen dat je autisme hebt, tot daar.  Dat kan je nog zien als een van de negen fasen waar mensen met autisme mee te maken krijgen tijdens hun leven. Maar zelf geen autisme hebben, van alles denken te weten over de menselijke geest, en niet geloven in (bepaalde vormen van) autisme, dan is er toch iets mis.

Alleen al denken dat je in autisme kan geloven, maakt hen voor mij een te mijden groep. Een sekte, zeg maar. Ze horen wat mij betreft thuis bij  de Scientology, Landmark, de Children of God en andere (pseudo)religieuze groeperingen. Erger nog zijn zij die beweren ‘gestopt zijn in autisme te geloven’ en daardoor ‘genezen’ zijn of anderen genezen hebben.

Maar, voegen sommige mensen er voorzichtig aan toe, ‘dat geldt niet voor mensen met zwaar autisme, die kunnen hun autisme niet zomaar wegdenken’. Sindsdien verdenk ik mezelf ervan ‘zwaar’ autisme te hebben. Niet dat ik dat echt geloof, verre van. Ik ben gewoon mezelf, met autisme. Naarmate anderen licht of zwaar normaal zijn, lijk ik licht of zwaar autistisch. Met de nadruk op ‘lijken’. Bij ‘zwaar normalen’ ben ik zo ‘zwaar’ dat ik niet kom opdagen en mij terugtrek in omgevingen waarin ik me aanvaard voel. Als dat niet autistisch is.

Uiteraard zijn er ook ‘deskundigen’, zoals psychiaters, die met autisme worstelen, of met de botsing van hun eigen geloofsprincipes met het gegeven autisme. Hoe vaster die principes, hoe moeilijker het voor hen lijkt om de onwrikbare vastheid en tegelijk grillige onvatbaarheid van autisme een plaats te geven in hun geloofsuniversum. Het geeft hen een ongemakkelijk gevoel. ‘Autisme is een bescheten commissie‘ vertrouwde een dialect-sprekende psychiater me ooit toe. Iets dat ongemakkelijk is, maar resoluut afgehandeld moet worden. Collega’s van hem zien het dan weer als een ‘onkunde om kinderen op te voeden’, of ‘een regressie naar kinderachtig gedrag van doodvermoeide volwassenen als gevolg van te hoge verwachtingen van hun ouders in de kindertijd’. En dan zijn er natuurlijk ook de slimmerds die beweren dat iedereen autisme heeft, het dus niet bestaat en er in hun spreekkamer niet moet over begonnen worden.

Als geus in van alles en nog wat heb ik ervaren dat er overal mensen zijn die je van alles willen overtuigen. Van koken op gas (of op elektriciteit), een of andere therapie (CGT, mindfulness, NLP), over gebruik van dit kruid of die voeding of drank, tot een ‘louterende’ tocht naar Santiago de Compostella. Omdat het ooit bij iemand zou gewerkt hebben, hoef ik het daarom niet te proberen. Ik betwijfel niet dat ik het werkt, ik zeg meestal dat ik er nog niet klaar voor ben, en daarmee is de kous af. En ja, ik ben eigenzinnig, koppig, wantrouwig … zo ben ik, ze mogen dat gerust zeggen. Zolang ik anderen geen schade of ongemak bezorg, zie ik geen reden om nog mij nog verder te willen overtuigen.

Vanuit die ervaringen ben ik ook voorzichtig in het anderen willen vertellen (of overtuigen) van mijn autisme. Bij anderen zijn er immers altijd orthodoxen, mensen die tot elke prijs vasthouden aan hun (vaak idiote) ideeën (over autisme bijvoorbeeld). Dat het niet bestaat, dat ze er niet in geloven, dat het wel overgaat, dat het allemaal big business is, een uit de hand gelopen waanidee van farmaceutische bedrijven. Kortom, sektarische ideeën, en moeilijk uit hun hoofd te praten met ratio en feiten. Zulke mensen probeer ik zoveel mogelijk te mijden. Ook al komen ze mijn wereld wel eens binnen via de media, ze zijn immers vaak publieksgeil en bijzonder happig op ‘maatschappijkritische’ boeken vullen.

Daarnaast zijn er ook mensen die wel openstaan voor rustige uitleg en redelijke aanpassingen. Bij hen kan ik nu en dan wel eens een tipje van de sluier opheffen, zonder dat ze meteen aanwijzingen zoeken om dat te weerleggen. Ze erkennen dat het me veel moeite kost om me sociaal aanvaardbaar te gedragen, en zien me nu en dan ook worstelen met mijn communicatie zonder echt te weten waarom. Ze beseffen dat ik de context niet altijd goed aanvoel, maar vragen zich wel eens af hoe dat komt, en hoe ze een steentje kunnen bijdragen. Omdat ze vinden dat ik in mijn ‘goede momenten’ echt wel een leuke, humoristische kerel ben, die ze op mindere momenten, bij overprikkeling, wel eens zien veranderen in ‘een krijsend stekelvarken’. Voor hen maak ik met veel liefde tijd vrij, om het erover te hebben, en ook te luisteren naar hoe zij in het leven staan. Ook zij hebben immers beperkingen, en ervaren wel eens frustraties.

Gelukkig zijn er tenslotte ook degenen waar ik het meest mee omga. Bij hen kan ik mezelf zijn zonder steeds van alles te moeten uitleggen. Hun voelsprieten, hun palet aan communicatieve – en sociale vaardigheden, hun empathie in anders-zijn, hun gevoeligheid is zo goed ontwikkeld dat ze met mij kunnen omgaan als mens (met autisme). Bij hen voel ik me mens van top tot teen, van binnen en van buiten, kortom echt mezelf.

Geïnspireerd door het mooie artikel van Karolien over geloven in autisme.

7 Comments »

  1. Tja, er bestaan altijd mensen die stellen ‘wetenschap is ook maar een geloof’.
    Ik heb ooit eens een mooi (vind ik zelf) gesprek gevoerd met mensen die vertelden dat ze zoveel aan hun geloof in een god hadden. Mijn vraag ‘wat als de god waarin jullie geloven, niet bestaat’ konden ze niet vatten. Hun geloof was taaier dan hun vermogen daarover na te denken. Niet doorheen te komen, door dat onvermogen.
    Gelovigen proberen te laten denken over het uitgangspunt van hun eigen geloof kan een heel hopeloze zaak zijn. Toch kan ik me er nog wel eens mee vermaken.
    En inderdaad, soms of vaker, het ligt aan m’n gemoedstoestand, ga ik ze uit de weg. Wanneer mijn onmacht tot tegenargumenten mij in de weg dreigt te staan.

    Like

    • Ik geloof zelf wel (in God bvb), maar daarom hoeven anderen dat niet te doen of me te overtuigen van het tegendeel. Maar dat komt volgens mij omdat God in mij gelooft, en bij anderen gelooft wetenschap of de baghwan in hen, fair enough 🙂

      Liked by 1 persoon

    • Geloven is inderdaad een persoonlijke relatie met Iemand.
      Moet een ongelovige een gelovige “tot de rede” kunnen brengen?
      Geloof en wetenschap sluiten elkaar niet uit. Ik redeneer heel wetenschappelijk, heel mathematisch maar ik ben ook heel gelovig.
      Ik heb het ook afgeleerd om een ongelovige van zijn ongeloof af te brengen. Ik ben immers tot de slotsom gekomen dat men niemand kan dwingen tot een relatie.
      Spijtig dat ongelovigen nog steeds die “missie” hebben om gelovigen te willen bekeren.

      Liked by 1 persoon

  2. Geloof & Gelovig zijn voor mijn manier van denken heel mooie en belangrijke begrippen.
    Wat ik niet zo netjes vind van religieuzen is dat ze begrippen als Geloof & Gelovig gebruiken als synoniem voor religie. De term ‘ongelovige’ impliceert ook dat religieuzen het alleenrecht menen te claimen op begrippen als Geloof & Gelovig. De term ‘ongelovige’ is ook een niet-identiteit, net zo krom om een voetballer te betitelen als een niet-tennisser. Voor de zuiverheid zou het een goede zaak zijn als er een strikte scheiding zou zijn tussen enerzijds religie en anderzijds wetenschap. Voor mij is er die scheiding, maar veel mensen proberen religie toch compatible te maken met wetenschap, an sich begrijpelijk dat religieuzen mee willen liften met wetenschap. Het spijtige gevolg is dat er naar mijn mening vertroebeling optreed als je deze 2 gaat mixen. In Nederland heb je Cees Dekker, hij maakt een mix tussen religie en wetenschap, deze man kan praten als Brugman. Ga ik echter de woorden die deze man gebruikt toetsen aan de logica-meetlat dan bevinden zich er flink wat haken en ogen in zijn betoog.
    Schoenmaker houd je bij je leest is mijn advies.

    Ik ben gelovig maar niet religieus 🙂

    Like

  3. Ik ben christelijk opgevoed, maw gedoopt, communiefeesten, godsdientles, enz..
    Maar zoals de meesten van mijn leeftijd ben ik niet gelovig, ik geloof niet in “God”.
    Al van kleins af aan heb ik eerder een voorkeur aan het boedhisme, en oa griekse filosofen.
    Voornamelijk omdat bvb boedhisten niet zeggen “geloof in mijn god, of je gaat voor eeuwig naar de hel”.
    Ik heb geen eeuwenoud religieus boek nodig om het verschil tussen goed en kwaad te kennen.
    Als je rationeel/logisch nadenkt, of empatisch bent, of een beetje zelfkritisch bent,
    dan komt dat toch vanzelf? Tot een god bidden is toch gewoon een vorm van zelfreflectie?

    Van mij mag iedereen (bij)geloven wat hij of zij wil. Zolang ze er niemand mee kwaad doen.
    Alleen geloven heel veel “religieuzen” in hetgene er hen gezegd is dat ze MOETEN geloven.
    Ik vind persoonlijk dat de 3 monotheistische religies voornamelijk oorlog en miserie hebben gebracht.
    Nu nog steeds zijn er regeringen die religie misbruiken voor hun eigen (oorlogszuchtige) doeleinden.
    Ik word er soms echt ziek en depressief van. Vooral van al de leugens en vooroordelen in de media…

    PS mijn excuses als ik hiermee een grens overschreden heb, of als ik iemand kwets/beledig,
    maar dit is allemaal gewoon maar mijn mening. Ik ben er zeker van dat er anderen zijn die dit ook denken.
    Dit is iets dat al heel lang aan mij knaagt. Ik moest echt mijn best doen om het zo kort te houden. 😉

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.