Just Add Water: a surfing savant’s journey is het verhaal van de Australische Clay Marzo, een man met autisme die erg goed kan surfen. Het boek vertelt de op – maar ook neergang van Marzo in de professionele surfwereld, maar is ook het verhaal van zijn weg naar een diagnose autisme. In deze blog bespreek ik kort het boek, dat ik eerder middelmatig vond.
Citaat uit ‘In a Different Key: the Story of Autism’ over een film uit 1969 met in de hoofdrol Elvis Presley (de heupwiegende zanger) als arts-psychiater die een meisje met autisme ontmoet in zijn centrum voor kansarmen.
Een correcte beeldvorming van autisme bestaat niet.
Autisme bestaat uit een spectrum. Er bestaat dus niet één autist. Er is een uiitspraak die zegt: “Als je één autist hebt gezien, ken je slechts één autist”. Zo is dat natuurlijk ook met films. Elke film is een weergave van een autist.
Alleen hebben films de neiging om alle stereotypes van alle autisten in één film te willen proppen. Verschillende personages tonen is geen oplossing.
Een correcte weergave is er wat mij betreft als de handicap respectvol en subtiel in beeld wordt gebracht. Maar in beeldvorming een evenwicht vinden tussen subtiel en duidelijk is niet eenvoudig.”
Ik wilde aantonen dat ook jonge mensen met een autismespectrumstoornis uitstekend in groepsverband kunnen werken. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt, want op het vlak van sociale interactie hebben ze beperkingen. Ze beheersen niet alle omgangsvormen, maar tijdens de opnames is gebleken dat ze wel degelijk hun gevoelens kunnen tonen. Zo verwoordde een van de jongeren hoe hij de buitenwereld ervaart. “Mensen kijken me raar aan, wat heb ik hun misdaan? Heb ik misschien een fout begaan?” schreef hij in een rapnummer, dat de soundtrack van Twilight: Game Over… Read more ‘Mensen kijken me raar aan, wat heb ik hun misdaan?’ →
Ten slotte een verhaal over autisme en seks. Een autistische vrouw heeft een verhouding die algauw uit raakt. Op de vraag waarom antwoordt ze: ‘We waren samen naar de bibliotheek geweest, we hadden samen bij Hardee’s gegeten en we waren samen naar de film gegaan. Zodoende hadden we alles gedaan wat we samen konden doen, en nu wordt het tijd om een andere verhouding te beginnen.’ Ik ken nogal wat van autisten Herman De Coninck in ‘De Vliegende Keeper: essays over poëzie’ (De Arbeiderspers, 2011)
Leesverslag The Autistic Brain: thinking across the spectrum / Temple Grandin and Richard Panek (Houghton Mifflin Harcourt, 2013)
De Nederlandse film – en televisiedeskundige Anne Van de Beek heeft een Master gevolgd aan de Universiteit van Utrecht. Ze maakte haar scriptie over De representatie en stereotypering van autisme in films van 1988 tot 2010. We hadden een gesprek in Utrecht. Dit stuk is daarvan een neerslag.
Anne Van de Beek analyseerde de vier belangrijkste films met het thema autisme van de afgelopen twintig jaar. Ze onderzoekt hoe we film als taal gebruiken om gedachten en gevoelens over te brengen. . Vier films die iets kunnen zeggen over de beeldvorming van autisme zijn volgens haar Rain Man, What’s Eating Gilbert Grape, Mercury Rising en Mozart and the Whale.
In Rain Man ziet het publiek voor het eerst in publiek de verbeelding van een autist, en wordt autisme gekoppeld aan het hebben van een bepaald intelligentieprofiel. Savantisme en kledij worden geïntroduceerd als stereotypes van toepassing op Raymond. Charlie daarentegen is zijn normale broer, in functie van het stereotype ‘othering’ (tegenover elkaar uitvergroten van het anders-zijn). Rain Man is een spiegel van wat op dat moment de meest gangbare opvatting was over autisme.
What’s eating gilbert grape is een buitenbeentje in de gekozen films. Hier wordt de autist als een zwakbegaafde met echolalie op het scherm gebracht en in de rol van het onschuldige gehandicapte kind.
Mercury Rising, de derde keuze, lijkt dan weer een stap terug te zetten naar Rain Man. Hier komt autisme naar voor als het extreme anders-zijn: buitenaards wezen, robot en computer. Ook het stereotype ‘overcoming’ of het overwinnen of verbergen van je handciap komt naar voor. Simon is de verbeelding van een Supercrip, omdat hij zijn intelligentie kan inzetten om zichzelf te redden, maar is ook een onschuldig gehandicapt kind van op de posters.
In de laatste film, Mozart and the Whale, tonen mensen zich volgens Van de Beeck zoals ze zich voelen. Het is de film die volgens haar het meest ingaat tegen het stereotypisch beeld. Toch is er wel sprake van cijferobsessie, kleding en hysterie.
Een meer genuanceerd beeld vinden we toch vooral bij kleinere Europese films. Zoals Ben X, die in onze streken wel relatief bekend zijn, maar elders veel minder. Ook Ben X toont dat de bekendheid van autisme wel beter is maar dat mensen met autisme nog steeds eenzaam en uitgesloten zijn.
Bovendien blijkt autisme steeds weer een stoornis van fascinatie. Voorbeelden daarvan zijn de artikelen waarin van televisiepersonages wordt gezegd dat ze autisme hebben en kijkers die dit beamen, vanuit de zoektocht naar rolmodellen. Deze beeldvorming is echter anders dan bij films.
Wat is dan een correcte weergave? Zo eenvoudig ligt het niet. Kijkers naar een film mogen dat personage vooral niet veralgemenen. Kwaliteiten en beperkingen moeten in een personage wel duidelijk in de ver gezet worden. Een voorbeeld van goede beeldvorming is volgens Van de Beek de Australische animatieprent Mary and Max. Maar in zijn genre is Ben X ook correct qua beeldvorming en zelfs Rain Man geeft een eerlijk beeld van wat autisme kan zijn.