Spring naar inhoud

“ik ben een aspie, jij bent een echte autist!”

Wat het psychoanalytisch kan betekenen wanneer een jongere met autisme op het scheldwoord ‘autist’ opwerpt dat hij een ‘aspie’ is en de andere “een echte autist”. Uit Verstandelijke beperking en psychoanalyse: echo’s van een verlangen / gered. door Johan De Groef, Rudi Vermote (Garant Uitgevers, 2016)

Blootvoets geschreven, en danseuse

Schrijven hoeft een mens niet alleen in woorden, het kan ook in beelden, in muziek, met zand of met water, en mogelijks zelfs in zuchten. Op het einde van de dag maak ik op mijn Tumblr-stek een verhaal in beelden. Zonder veel gedoe. In deze blog schrijf ik enkele achterliggende gedachten daarbij.

De tiende man op de foto …

Op onze gebruikelijke zondagse wandeling worden we plots aangeklampt door een jonge vrouw die mij vraagt haar tiende man te zijn. Het is niet meteen duidelijk wat ze met deze onverwachte vraag bedoelt, in deze korte blog schrijf ik erover.

‘We zijn helemaal niet zo speciaal’

Kenzo (29) mailde me gisteren deze bedenkingen bij mijn blog, met name dat autisme als te speciaal, te negatief wordt voorgesteld op deze blog. Dat mensen met autisme helemaal niet zo speciaal zijn, iedereen wel een barst in zijn bovenkamer heeft., en dat de samenleving zelf ‘schuld’ heeft aan hoe het met ‘ons’ (mensen met autisme) gaat. Ik probeer hier kort op te reageren.