Nummer zesenveertig in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Over de momenten in mijn leven waarop er een rood licht gaat knipperen, of ik wel eens een wereldwonder heb gezien, hoe mijn land zou veranderen mocht iedereen kunnen stemmen, waar ik mijn nieuws vandaan haal, welke decoratie ik in huis heb, met wat ik voor het laatst hard heb gelachen, welke vreemde voedingscombinatie ik lekker vind, of ik soms fantasiegesprekken heb in mijn hoofd, of ik een geheim goed kan bewaren, en wanneer ik voor het laatst een feest heb meegemaakt.
Nummer vijfenveertig in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Over in welke talen ik me verstaanbaar kan maken, waarover mijn (klein)kinderen me zullen vragen te vertellen eens ik oud ben en wat er verkeerd is maar goed klinkt. Of ik mezelf mooi vind, welk sociaal stigma de samenleving maar niet kan afleren, en wat er in de mode zal zijn ongeacht welke tijd. Over wat het spontaanst is dat ik ooit heb gedaan, wat (of wie) er met mij begraven zou moeten worden, wat er in een contactadvertentie over mij zou moeten staan en hoe ik mij gedraag in een spookhuis.
Vlak na de aankondiging van een voordracht die ik geef voor een regio van de Vlaamse Vereniging Autisme, rond ‘autistisch denken’, stuurde Joris, geabonneerd op Tistje, mij een mail. Joris schreef dat hij zelf autisme heeft, en de aankondiging heeft gelezen. Vooral de laatste zin, of mensen met autisme anders denken dan mensen zonder autisme, integreert hem. ‘Ik kom wel eens tegen dat je als autist een andere blik op de samenleving zou hebben, kritischer zou zijn, en daardoor buiten de hokjes zou denken. Of dat ik door mijn autisme ‘anders’ zou zijn. Maar wat wordt daar dan mee bedoeld? Als ik andere autisten ontmoet, merk ik daar ook niet echt iets ‘anders’ aan. Denken en zijn mensen met autisme echt zo anders? Hoe zie jij dat?’ In deze blog probeer ik daar een zo genuanceerd mogelijk antwoord op te geven vanuit eigen ervaring en verwijzing naar onderzoekers.
Nummer vierenveertig in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Wat er meer gepast is in een urinoir: naar beneden kijken of een praatje maken met de persoon die naast je staat te plassen. Wat volgens mij een redelijk bedrag zou zijn van het losgeld mocht ik gekidnapt worden. Of ik veel hoogtepunten zou willen meemaken als dat zou samen gaan met veel dieptepunten. Met wie ik onlangs een leuk gesprek heb gehad. Als tijd geld is, wat dan de waarde van een dag is. Welk liedje ik voor het laatst heb gezongen. Of ik bij een kroegtwist de flessenwerper of de stoelkraker zou zijn. Of ik op het vliegtuig liever naast een obees persoon of naast een praatvaar zou zitten. Of ik wel eens een lange wandeling op mijn eentje maak. En tot slot wat ik zou bestellen voor mijn laatste avondmaal.
Nummer drieënveertig in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Of ik het belangrijk vind mijn opinie te laten horen. Wat vrouwen willen. Hoe ik een derde oog zou gebruiken mocht ik dat hebben. Of ik gemakkelijk negatieve ervaringen of gedachten van me kan afzetten. Wat er in mijn boekenkast staat. Wat mijn handschrift zegt over mij. Hoe mijn handigheid zich verhoudt tot mijn verstand. Welk lichaamsdeel ik met wie zou willen delen mocht ik daartoe de kans krijgen. Mocht er een broodje naar mij genoemd worden (wat een idee!) wat er dan zou op mogen. En niet in het minst en tot slot hoe goed ik kan zwijgen.
Nummer tweeënveertig in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Over mijn doucherituelen. Over, gesteld voor de keuze fanatiek te zijn met geld, seks, sport, religie of voeding, voor welke van deze ik dan zou kiezen. Over hoe ik zou reageren mocht ik gezegd worden dat een ontroerend gedicht dat ik las geschreven was door software. Over de meest bruikbare kritiek die ik heb ontvangen. Over wie ik het meest recente kaartje heb gestuurd. Over hoe ik een moeilijk mens zou omschrijven. Wanneer ik het laatst in een microfoon heb gepraat. Over wat ik zou aanvullen bij de zin ‘de meeste mensen zijn …’. In welke situaties ik doorgaans geneigd bent te liegen (of liegen te benaderen). En of ik wel eens een middagdutje doe.
Nummer eenenveertig in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Over wat ik over sla in de krant, wat ik doe met (mijn) grijze haren en wat er op de meest recente foto op een van mijn sociale media staat. Ook of ik liever op de voorgrond of op de achtergrond sta, of ik liever een briefje van vijf euro zou vinden op straat of mijn sokken die ik dringend nodig heb, en of ik liever nooit meer in de opstopping zou staan of het nooit meer koud hebben. Tot slot voor welk televisieprogramma ik mezelf graag zou opgeven, hoe ik mijn boterham het liefst beleg, als ik zou mogen kiezen als ik op een onbekende plaats zou ontwaken of dat het midden van de woestijn zou zijn of het midden van een onbekend plas water in een roeibootje, en hoe amicaal ik eigenlijk ben.
Nummer veertig in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Over wat me het best kan troosten, welke vijf voedingsmiddelen ik absoluut niet zou kunnen missen en welke uitdaging ik liever niet zou overwinnen. Over wat het beste advies is dat mij ooit is gegeven, of ik wel eens iets onverklaarbaars of bovennatuurlijks heb meegemaakt en of ik wel eens iets doe uit medelijden voor een ander. Over wie ik het meest bewonder, of ik een goede gewoonte heb die ik iedereen zou aanraden en wanneer ik al eens in een zwart gat ben gevallen. Tot slot ook de vraag hoe ik mezelf zou voorstellen in een sollicitatiebrief.