Nummer achttien in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Over met wie ik het liefst een vrije dag doorbreng. Wat het beste advies was dat iemand me ooit gaf. Waar ik aan denk bij de zomer. Hoe mijn favoriete parfum of geurtje ruikt. Welke kritiek me het meest raakt. Wat ik vind van mijn uiterlijk. Of ik aardig ben voor mezelf. Of ik plastische chirurgie zou overwegen. Of ik denk dat ik slim ben. En welke boeken slecht voor mij of mijn gezondheid zijn of me (letterlijk of figuurlijk) ziek maken.
Als ’t zomer is, ga ik voor een groot stuk in sluimerstand. Binnen en buiten is het dan te druk en te warm. Maar er is één ding dat ik wel doe: de opbergdozen sorteren, herinneringen ontmoeten, en ze soms verbranden in de vuurton. In de hoop er een streep onder te trekken.
Elke zomer ga ik op schattenjacht voor schijtlaarzen. Op snuistertocht langs boekenstalletjes en winkeltjes, in bibliotheken en op het internet. Soms vind ik wat, en soms niet.
De zomer is van ons!, de slogan is een rode draad door deze beschouwing/observatie over het zomerse leven in deze streek.
De zomer is er, maar wat doe je dan zoal? Meer van hetzelfde of volledig iets anders? Deze periode ben ik gevoelig voor een opstoot van depressie, en dus hou ik het bij routines, aangevuld met nu en dan een excursie uit mijn gewoontes. De meer grensverleggende activiteiten hou ik wel voor de herfst en de lente.
Een vrije vertolking – geen vertaling – van sonnet 16 van William Shakespeare, gekend onder Shall I compare thee to a summer’s day?’.
Het voornaamste dat iemand met autisme nodig heeft is een cheerleader, iemand die hem aanmoedigt op te houden met denken wat hij niet kan en zich goed te voelen over wat hij wel kan. Mijn voornaamste doel is hem te helpen bij het zich goed voelen over wat hij kan. en is. Als hij tevreden is over zichzelf, zullen alle therapieën beter werken. Hij moet ons ontmoeten, misschien niet halfweg maar ergens. Ik laat hem niet toe het hoofd te laten hangen, ik laat hem niet in bed liggen en… Read more ‘Mensen met autisme hebben een cheerleader nodig’ →