Een zomerse goedendag …

Hier lig ik dan. In mijn lange ligstoel. Onder een oranje parasol. Beschermd tegen de stralende zon. Ingesmeerd met factor 208 Style. Met zicht op een zacht golvende azuurblauwe zee.

Mijn gitzwarte trendy zonnebril op. Mijn sexy zwemshort aan. Die fel rode, met zonnebloempjes op. Met opschrift ‘It’s always summer on the inside’. In mijn hand een glas mierzoete frisdrank. Light, zero calorieën, ‘met water van hier’. Kijkend naar het spel van mijn tenen, vrouwelijk schoon spottend, mijn oren gespitst voor eventuele roddels.

Al vang ik toch eerder een kakofonie van muziekjes op. ‘Kijk een keertje lief en zeg hallo’ galmt vanop een podium op de zeedijk.

Straks is er de ‘goedendag’-show. Geen show waarbij ze elkaar bekampen met Middeleeuwse dolken, zoals je zou denken. Wel lichtvoetig zomers amusement met artiesten ‘van hier’ (hoewel die eigenlijk 100 km van hier wonen). Met daarrond standjes van mobiele telefoonoperatoren, verkopers van dure rommel, venters met fruit & groenten, een ijsjeskraam …  die allen proberen klanten te lokken. Verderop draaien ze beat -, douche – en fabrieksdeuntjes, en heeft een bekende radiozender de tenten opgeslagen.

Op strand ben ik toch vooral ’s avonds en in mijn gedachten. Langdurig aan het strand zitten is immers niets voor mij. Ik hoef ook niet te kiezen tussen duizend-en-één aanbiedingen om op reis te gaan, of te vrezen dat ik ergens door een van de vele soorten terroristen neergemaaid, onthoofd en gespiest, of geknidnapt wordt. Al kan dat laatste natuurlijk evengoed hier gebeuren. Voor de zekerheid heb ik trouwens al wat extra euro’s van de rekening gehaald, je weet maar nooit. 

Zolang het mag van de Eurogroep of het IMF, probeer ik ervan te genieten. Als het niet te warm is, ga ik wandelen, of onderga ik de zomer pootje badend, of duinen beklimmend, in de mooiste streek van de wereld, met een fantastisch uitzicht valt dat best mee. Ook hou ik ervan meewindfietsend door het polderlandschap, de verse mestgeur van koeien opsnuivend, nu en dan op een terrasje wat lezend, mijn tijd te verdoen. Als het om zon gaat, wil ik liever niet te lang op dezelfde plaats blijven. Mijn huid kan dat niet aan, en ik verveel me te snel.

Vroeger waren zomers vooral vervelend. Zeker als ik geen herexamens had in september. Later waren vakanties vooral bedoeld om klusjes te doen, of een baantje als werkstudent. Zo heb ik gepoetst in een vakantiepark, heb ik auto-onderdelen in elkaar gezet voor Toyota, en ’s nachts fotorolletjes van toeristen helpen sorteren voor Kodak. Tegenwoordig is vakantie minder afgebakend, en organiseer ik het meer zelf.

Net als de winterperiode vormen de zomermaanden voor mij geen gemakkelijke periode. Om een of andere reden komt mijn depressie dan sterker de kop opsteken. Meestal worstel ik mij door zomers (zoals door winters). Mijn psychiater neemt die periodes gelukkig geen vrijaf. Er zijn immers wel meer mensen met een seizoensopstoot, van depressie, manie en psychose. Zeker als het drukkend warm is, en de gebruikelijke invulling van tijd sterk verandert.

Mijn tijdsinvulling is zo georganiseerd dat er eigenlijk weinig verandert. Op kledij, slaapgewoonten en voeding aanpassen na dan. Ik hou in moeilijke tijden vooral aan vaste momenten. Daarnaast zijn er de gewone routines en de vaste afspraken (zoals twee keer per week fitnessen). Tussenin kan ik kiezen uit een ‘verveelbox’. Daarin zitten een aantal kaartjes, met activiteiten, naargelang de duur, kostprijs en al dan niet met mensen samen te doen.

Een goede vakantiedag is volgens mij een mengeling van maken/creëren, opruimen/ordenen, op stap gaan, lichaamsbeweging doen, anderen helpen, bezig zijn met een favoriete tijdsbesteding, werken aan een project en iets nieuws proeven. In het beste geval is daar niemand voor nodig en kost het geen geld.

Een vakantiedag zou er bijvoorbeeld zo kunnen uitzien: ’s morgens vroeg op (bijvoorbeeld 8u08), ’s ochtends een vast parcours doen (fietsen, boodschappen, opruiimen), afgewisseld met ontspanning, ’s middags een lichte maaltijd, na de middag iets maken of ergens naartoe gaan of een taak die is blijven liggen, en ’s avonds een langere wandeling doen.

Het weer speelt daarin een minder grote rol dan je zou denken. Als ik iets gepland heb, gaat het door. Hoewel het minder leuke meestal niet zo lang duurt bij slechte weersomstandigheden. Ik hoef me niet nodeloos te kwellen, vind ik.

Tijdens mijn vakantie – die vooral afhangt van de vakantie van anderen – heb ik doorgaans meer tijd om te lezen. Ik hou het dan toch eerder licht. In een depressierijke periode lees ik dan ook geen zware kost.

Over aftakeling, versplintering, doelmatigheid, versobering en andere maatschappijkritiek heb ik intussen al genoeg gelezen. En tegenwoordig lijkt elk boek zichzelf ‘grensverleggend’, ‘inzicht gevend’, of ‘spannend’ te noemen. Dus daar ga ik ook al niet op af.

Voor een deel herlees ik dus, voor een deel hangt het af van toevallige vondsten tijdens mijn bezoek aan de openbare bibliotheek, en voor een deel zijn er nieuwe aanwinsten. Het merendeel van de boeken die ik lees zijn Engelstalig.

The Girl on the Train van Paula Hawkins, No one understands me and what to do about it van Heidi Grant Halvorson en Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk zijn nieuwe aanwinsten die ik graag wil gelezen hebben.

Kandidaten om te herlezen zijn er te over. De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween bijvoorbeeld. Ook Harry Mulisch’ de ontdekking van de wereld blijf ik na de zevende keer gelezen te hebben nog steeds de moeite waard vinden. Ook liefde in tijden van cholera van Gabriel Garcia Marquez lees ik graag opnieuw. Net zoals Het Parfum van Patrick Süskind. Vooral om de woorden, niet zozeer om het verhaal.

Maar genoeg getikt op mijn tablet. De zetel roept. De lange ligstoel van mijn verbeelding. De zee van mijn gedachten. Met mijn koptelefoon op die geluid maximaal isoleert. Kon het altijd maar zo blijven. 

Maar dan is er onze poes die kopjes geeft en miauwend laat weten dat er dringend brood op de plank moet – brokjes en helder fris water – en als het even kan voor mevrouw ook het kattenkussen op de terrasstoel.

Bovendien: de boodschappen moeten nog gehaald, de vloer gedweild en gestofzuigd, het eten voorbereid, de rekeningen van de kinesist nog betaald, de poetsvrouw nog opgebeld. Kortom, wie sprak alweer over verveling. Het zweet druppelt al van mijn voorhoofd als ik denk wat er me nog te doen staat. Aan de arbeid dus.

1 Comment »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s