Die zomer is van ons!

Die zomer is van ons. Een mannenstem schreeuwt het uit. De luidsprekers van een patserige auto met open ramen trillen. Aan het stuur een jonge knaap. In blote bast, zwarte zonnebril. Ik schat hem twintig. Al ben ik niet zo goed in dat soort schattingen. Naast hem, uiteraard, een jonge dame. Ze draaien, net als ik, de lange baan op die leidt naar het strand. Vlak voor de zeedijk parkeert hij zich. Uiteraard op een voorbehouden plaats voor personen met een handicap. Zijn medepassagier probeert er hem op te wijzen, maar dat heeft weinig zin. ‘Iedereen staat hier’, sust hij haar. Geef hem eens ongelijk.

Ook mijnheer Marc en zijn jongen weten het. Die zomer, die is van ons. Verse aardbeien, kakelverse eitjes, vlees dat smelt in de mond, … mijnheer Marc steelt mijn hart. Soms ook mijn zenuwen, want hij durft wel eens overdrijven. Intussen is hij zowat een familielid. Mijnheer Marc is een boogschutter. Hij houdt niet van zonnen. Hij heeft bovendien een haat-liefde-verhouding met Madame, de gerante van de supermarkt waar hij ‘de beste tijd van zijn leven’ heeft verdaan. Het liefst staat hij achter de barbecue dode dieren te verbranden. Sla is voor konijnen, water voor vogels en de zomer … die is van ons. Knipoogt hij naar Janine, de knappe kassajuf en assistente van de wijnafdeling.

Smeren, drinken, zuchten, verkoeling … smeren, drinken, zuchten, verkoeling. We mogen niet klagen, zegt Elvis, de Albanese pizzabakker van even verderop. Bezweet, hijgend als een Chow Chow, maar tevreden kijkt hij hoe zijn zaak volloopt. Het is tegen de middag, en koken in zo’n weer, dat kan toch echt niet.

Zijn bestelservice draait op volle toeren. Zestien pizza’s voor een feestje op het strand, dat kan. Chen, zijn Griekse hulpje, brengt het met zijn scooter tot waar zee en strand elkaar raken. Een reeks ‘boys’ met bakken bier en frisdrank steken mij even later voorbij. Net als ik met mijn voeten in het koele zeewater stap, zie ik een wulps gezelschap een feestje bouwen. Het lijkt Oh Oh Cherso wel. Die zomer, die is van ons, roept er eentje luid. Met zijn wangen bol van eten en drinken.

Van mij is de zomer in elk geval niet. Ik ben vrijgevig, ik deel ze met u. Ik ben er alvast op gekleed: in short, bloot behaard bovenlijf, teenslippers, zonnebril op, oortjes in. Door het zeewater plenzend, genietend van het vrouwelijk schoon, terloops een praatje slaan met een jobstudent of journalist in opleiding die een reportage maakt over merkwaardige toeristen, nu en dan een toerist de weg wijzend, van een jong koppeltje een foto trekken met hun iPhone, af en toe kwallen moeten ontwijken.

Ik heb er met de jaren van leren genieten. Of mee leren omgaan. Nog steeds geen fan van, maar ik blokkeer ze niet langer. Af en toe geniet ik er zelfs van. Zelfs hier, waar de bekende Antwerpse filosoof Hugo Matthysen ooit over schreef: ‘Parel aan de kust, het paradijs voor wie strand met schelpjes lust.’ Of ging dat over een andere plek? Hoe dan ook, beste lezer, die zomer, geloof mij, die is van u en ik, die is van ons. Probeer er dus het beste van het maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s