Spring naar inhoud

Maand: maart 2016

1000 vragen aan jezelf #4

Intussen zijn we al aan nummer vier van de 1000 vragen. Vier is mijn lievelingsnummer en klinkt als de meest geschikte vloer om tal van ideeën op te ontwikkelen. In vier woorden kan ik ook de liefde verklaren: ik hou van jou. Dat terzijde, is vier ook kort, en krachtig. Net zoals de antwoorden in dit vierde deel. Over welk boek ik voor het last las, of ik naar de kerk ga, over verslaving aan telefoon, of ik weet of en wanneer het tijd is om te vertrekken en naar welke winkel(s) ik het liefst ga.

1000 vragen aan jezelf #3

In de derde aflevering van 1000 vragen aan jezelf dit keer over ‘guilty pleasures’, of het uitmaakt wat anderen van me zeggen, wat mijn favoriete dagdeel is, of ik goed kan koken (en waarom (niet)), of ik een gelukkig kind was, wat mijn droom is en wanneer ik voor het laatst helemaal niets heb gedaan.

Het wonderkind en zijn autistische neefje …

Hebben mensen met autisme buitengewone talenten? Volgens de ene wel, volgens de andere niet. In The New York Times verscheen over dit thema vorige week een opinieartikel van de twee auteurs van een pas verschenen boek hierover: ‘The Prodigy’s Cousin: The Familiy Link between Autism and Extraordinary Talent’. Dat gaat dieper in op wat ‘prodigy’s’ of wonderkinderen zijn, op hun empathie en het mysterie rond hun mogelijkheden (en soms ook beperkingen). Het boek zelf heb ik niet gelezen, het is nog maar pas uit, maar het artikel leverde alvast stof tot nadenken. Daar ga ik op deze blog op in, met de nodige twijfels over het begrip en vragen waarom wij wonderkinderen nodig hebben.