Jasmine (49) mailt me allereerst haar dank voor mijn blog en heeft tevens een vraag. “Telkens ik in gezelschap ben, wordt ik aangemaand eens een beetje aardig te zijn, niet zo chagrijnig of zuur uit de hoek te komen” schrijft ze. Hoe zou ik daar iets aan doen, en waarom zou ik aardig moeten zijn als ik het niet wil, vraagt ze vervolgens. In deze blog ga ik op haar vraag in.
Nummer tweeëntwintig in de reeks van 1000 vragen aan jezelf-blogs. Over terugkerende conflicten, over waar ik me dagelijks op verheug. Of winnen voor mij belangrijker is dan meedoen. Hoe ik omga met erotiek in het straatbeeld. Of ik mezelf wel eens anders voordoe dan wie ik ben. Waarin ik op mijn vader lijk. Of er volgens mij leven is na de dood. Wat voor type ruziemaker ik ben. Of ik meteen wakker ben ’s ochtends. En tot slot hoe mijn lach klinkt.
Het zal je maar overkomen. Je bent man, je hebt autisme en denkt bij een Thaise of Bosnische schone het geluk, de liefde van je leven te vinden. En wat blijkt? De vrouw in kwestie is alleen uit op geld en een huwelijk om zich te kunnen vestigen. Het is een verhaal – dat voor beide geslachten kan gelden – voorkomt in de roddelbladen. Waar als kop vaak staat “ze maken misbruik van mijn autisme”. Maar wie maakt er eigenlijk misbruik en van wat? In deze blog probeer ik daar iets over te schrijven.
Een brief aan mijn twintig jaar jongere ik, over wat wij gemeen hebben en waarin ons leven verschilt – met als rode draad de druk die wij ervoeren en ervaren, en hoe we ermee omgaan en omgingen.
Janna (19) stuurt me per mail een dankwoord (‘je getuigenis voor onze school was enorm interessant, dankjewel’) en de vraag of ik het jammer vind of ik als autist ben geboren. In deze blog probeer ik haar vraag zo eerlijk mogelijk te beantwoorden.
Citaat uit het artikel “Gender stereotypes have made us horrible at recognizing autism in women and girls” van 12 oktober 2016 (geciteerd door de uitgever Jessica Kingsley Publishers en oorspronkelijk verschenen op QZ.com).
Throw momma from the train. Op dat gespreksonderwerp, een film met Danny De Vito & Billy Crystal uit 1987, kwamen een kennis en ik tijdens een gesprekje op de trein naar het congres van de Vlaamse Vereniging Autisme. We waren in een nostalgische bui, en mijmerden over vroeger. Over het beeld dat we hadden over de moeders van andere autisten, een beeld dat later gelukkig is bijgesteld.
Dit artikel is een verslag van de voordracht die ik gaf voor de Vlaamse Vereniging Autisme, regio Roeselare. Ik ga dieper in op drempels en ervaringen over communicatie, hoe communicatie volgens mij verloopt, welke aandachtspunten er volgens mij zijn in de communicatie met iemand met autisme, hoe je iets duidelijk kan maken aan iemand die moeilijkheden ondervind in de communicatie en welke voorbeelden ik heb op vlak van aangepaste communicatie. Tot slot ga ik ook in op toepassingen van communicatie, zoals in de relatie ouder-kind, in de relatie met (niet-autistische) hulpverleners, in de partner – of liefdesrelatie met iemand met autisme, en in virtuele communicatie. Om te eindigen met enkele tips en hoe verder op weg te gaan.