1000 vragen aan jezelf, nummer 87, met vragen over gokken, bibliotheek versus boekhandel, schaamteloze dingen doen voor geld, teveel beschermd worden versus teveel vrijheid krijgen, of er een grens is aan het aantal vrienden dat iemand kan hebben, of alles plezierig kan zijn als je maar wil, op welke manier affectie ontvangen, naar welk sociaal gebeuren ik eerst niet wilde gaan maar wat toch is meegevallen achteraf bekeken, hoe mensen mij opvallen op straat, en wat ik mezelf onlangs heb geleerd.
Hans Leduc is auteur van ‘De structuur van asfalt’, een aangrijpend autobiografisch verhaal en een aanrader die ik een tijd geleden op deze blog besprak. Hans vond het zelf boeiend om na te denken over de vijf vragen die ik hem stelde. Ik vond het een eer dat hij dit wilde doen, en deel zijn antwoorden dan ook graag met jullie.
Ellen, een vrouw met autisme, leeft al enige jaren samen met Billy, haar niet-autistische lief, en wil graag iets doen aan haar buikje. Haar autismecoach Sophie suggereert de nieuwe hippe sportclub. Ellens gedachten gaan met haar aan de haal, maar met de hulp van anderen krijgt het ze het voor elkaar. In deze blog lees je het verhaal hoe dat mogelijk was. Dit verhaal is geïnspireerd door ware gebeurtenissen maar heeft geen verband met een specifieke situatie.
Hoe kan je als onderzoeker of als iemand die schrijft of spreekt over (mensen met) autisme termen gebruiken die recht doen? Hoewel niet iedereen wakker ligt van ‘correcte’) terminologie, stelt een Amerikaans onderzoeksteam in hun artikel ‘Avoiding Ableïst language’ stelt een Amerikaans onderzoeksteam dat bewustzijn van hoe onze taal over autisme is geëvolueerd een goed begin is. Taalgebruik weerspiegelt volgens hen de houding tegenover autisme en kan belangrijke gevolgen hebben voor mensen met autisme en hun beeldvorming. Ze geven een aantal suggestie van termen die minder validistisch (getuigend van minderwaardige houding tegenover de ander) en minder neerbuigend of medisch bevooroordeeld zijn. Toch leggen ze ook nuances: veel van het taalgebruik hangt af van tijd, plaats en manier van gebruiken, stellen ze tot slot.
Pascale Bruynseels, gezinscoach & thuiscoach ASS/ADHD, over het belang van een weekschema, dat ze vergelijkt met een brandtrap, in ‘ASS van dichtbij: Autisme? Samen Sterker!’ (Uitgeverij Scrivo Media, 2020)
Citaat van ‘Cookie’ (vrouw met autisme) over een van de redenen waarom ze haar autisme geheim houdt. In Zie mij: (w)onderweg, spiegelbeelden van autisme (red. Joeri Naänaï), uitgegeven bij Uitgeverij Vrijdag in 2014
Anna Wilson in ‘A Place for Everything: my mother, autism and me’ (Harper Collins, 2020) over het beeld van autisme dat soms wat verkeerd zit. Ze schreef haar boek over haar moeder die op haar 72ste een diagnose autisme kreeg na een leven van worsteling met sociale situaties en angsten. In het YouTube-filmpje onder het vertaald fragment vertelt ze over het boek en leest ze een passage voor.
Leesverslag van Het IQ en de intelligentie: de illusie van het meten van Martine Delfos, uitgegeven bij uitgeverij SWP (2020). Het is een analyse geworden van de geniale Alfred Binet over het Flynn-effect en leerpotentieel testen naar autisme en intelligentie. De intelligentietest zoals wij die kennen is volgens Delfos onbetrouwbaar en voorbijgestreefd. Het failliet van de IQ-test komt het scherpst naar voren bij onderzoek van intelligentie van mensen met autisme
Misverstanden rond intelligentie en autisme kunnen soms ingrijpende gevolgen hebben voor later. Delfos heeft echter ook ideeën voor hoe het wel goed zou kunnen. Ze beroept zich daarbij op de ideeën van Binet, Vygotsky en pleit voor testen van leren in plaats van een momentopname. Tot slot vind ik het boek soms wat te betogend naar mijn zin, maar toch uitermate inspirerend en dus een aanrader.