Spring naar inhoud

Tag: communicatie

De regels van Matthijs : een kijkervaring

In de documentaire ‘De regels van Matthijs’ volgt regisseur Marc Schmidt zijn goede vriend Matthijs van dichtbij in zijn leven met autisme. Dit artikel is een kijkverslag met een persoonlijke interpretatie van wat ik zie.

In de documentaire brengt Schmidt sereen in beeld hoe zijn jeugdvriend Matthijs probeert orde in de chaos om hem heen te scheppen. Het contrast tussen de regels die Matthijs zelf maakt en die van de samenleving, de vertrouwensrelatie met Marc, de houding van hulpverleners en de woningmaatschappij, de zelfmoordpogingen, … allen komen aan bod in de documentaire en dit verslag. Alle partijen, ook de psychiater van Matthijs, gaven hun toestemming.

De documentaire speelt zich vooral af in het huis van Matthijs dat hij wil verbouwen (hoewel hij dat niet mag), en rond de plannen voor wat het moet worden zitten in zijn hoofd. Zijn verbouwing brengt hem meer en meer in conflict met de woningbouwvereniging die, naar Matthijs’ idee, zich niet aan de gemaakte afspraken houdt. Dit leidt tot heftige aanvaringen met vertegenwoordigers van de woningbouwvereniging maar ook met mensen die hem proberen te helpen.

Terwijl dit alles zich afspeelt geeft de documentaire ook inzicht in de unieke denkwijze van Matthijs die aan het Syndroom van Asperger lijdt. Zijn manier om dagen aan te geven is middels het 36-tallig stelsel, analoog aan de binaire/2-tallige, octale/8-tallige en hexadecimale/16-tallige stelsels.

Tegen het einde blijkt dat Matthijs niet verder kan met zijn leven en niemand hem echt kan helpen. Uiteindelijk wordt hij uit huis gezet en opgenomen in een woonvorm. Dat blijkt zijn laatste verblijfplaats..

Grappig uit de hoek

Niets is erger dan iemand die denkt dat hij humoristisch is. Het zou van wijlen Toon Hermans komen, maar waarschijnlijk denken veel comedians er zo over. Mensen die beroepshalve mensen vermaken met humor, en af en toe in contact komen met de ‘comédiens de parme’, de flauw grappenmakers, die na een glaasje op ‘moppen tappen’. Ver van de tappers Meestal hou ik me verre weg van die tappers. Ik versta hun moppen niet. Ze zijn vaak politiek of religieus getint, racistisch, seksistisch, discriminatoir, validistisch en vulgair. Of ze zijn te… Read more Grappig uit de hoek

De kunst nee te zeggen

In elke taal zijn de belangrijkste woorden meestal klein. Ja, bijvoorbeeld. Deze woorden zijn gemakkelijk te uiten, en ze vullen de lege ruimtes in onze wereld. Er is echter één woord – ook klein van omvang – dat we moeilijk vinden om uit te spreken: ‘Nee’. We zien onszelf meestal als genereus, begripvol en beleefd als we niet ‘nee’ zeggen. Omdat ‘nee’ beschouwd wordt als vervloekt, egoïstisch en allerminst spiritueel. Het geeft soms zelfs eens schuldgevoel ‘nee’ te zeggen of negatief te zijn. Wie zijn wij immers om iets af… Read more De kunst nee te zeggen

Een vermoeden van … wat nu?

Hoe maak ik autisme bespreekbaar bij mensen die niet gediagnosticeerd zijn? Dat is de (interessante) vraag die een zekere Cornutus stelt in een reactie bij de poster ‘focus op talenten’. Een vraag die ik overigens al vaker ben gesteld. Bij een gezellige babbel met een glaasje bubbels na voordrachten. Tijdens telefoontjes met doodgewone mensen (zonder autisme) die weten dat ik hier en daar wel eens wat schrijf over autisme. Oom aan de drank, hyperalerte schoondochter, bizarre collega … De vraag gaat dan meestal over hun schoonvader. Of over de ietwat… Read more Een vermoeden van … wat nu?

Het Laatste Woord

Het laatste woord willen hebben. Doorgaan tot het einde. Of minstens tot het gelijk. Altijd denken het antwoord te hebben. Zodra iemand er anders over denkt die mening zien als een aanval zien. Niet langer vatbaar zijn voor een redelijk gesprek.

Is het laatste woord willen hebben iets typisch autistisch? Volgens sommigen wel. Het is in elk geval onderdeel van blijven hangen in het eigen verhaal, wat bij mensen met autisme vaak zou voorkomen.

Toch komt het laatste woord willen hebben volgens mij ook vaak voor bij anderen, niet-autistische mensen. Erg verbale en begaafde mensen, chronisch ontevreden burgers en autoritaire intellectuelen overtreffen hen soms.

Over het algemeen vind ik het niet gemakkelijk om het op een ‘gepaste’ manier oneens te zijn. Het laatste woord willen hebben wijst volgens mij op een aantal autistische kenmerken. Vooral geen maat kunnen houden in wat enthousiasmeert.

Mettertijd ga ik steeds minder in discussies mee, want het is verloren energie, en ik heb er vaak spijt van het laatste woord gewild te hebben. Of ik hanteer het adagio ‘choose your battles’ en op langere termijn te denken. En niet te denken dat mensen mij onrecht aandoen.

Als mij nog verweten wordt het laatste woord te willen hebben, is dat vooral omdat ik een andere kijk op allerlei situaties heb dan anderen, vooral dan neurotypicals. Wat ik als belangrijk beschouw wordt doorgaans door neurotypicals als kommaneukerij of onzin beschouwd.

In situaties en discussie waarin ik vind dat mijn opinie belangrijk is, geef ik ze meestal in een eerder stadium te kennen, dus voordat er consensusvorming gebeurt. Soms zet ik ’t op papier, of probeer in een gesprek vooraf te peilen wie welke mening heeft, en met wie ik een coalitie kan sluiten.

In een vergadering van veel personen wordt het nog lastiger. Samen komen met een groep mensen die elk hun eigen agenda hebben, meestal niet zeggen wat ze eigenlijk bedoelen, bezig zijn met een proces dat al een hele tijd aan de gang is, en leidt naar wat soms al beslist is door enkele deelnemers.

Op momenten dat ik me verdwaald of verrast voel, stel ik meestal de vraag naar een overzicht of, als er een consensus buiten mijn inbreng is of als er een besluit blijkt genomen te zijn, een samenvatting van wat beslist is. Het hangt van de soort vergadering af, en of het besluit erg afwijkt van mijn opinie, of ik dan nog mijn mening laat horen. Als te vaak voorkomt dat ik niet wordt aangesproken of niet aan bod kan komen, betekent dit vooral dat ik daar niet op mijn plaats zit, en ga ik niet meer naar de vergaderingen.

Is de indruk van sommige mensen dat altijd het laatste woord willen hebben autistisch gedrag inhoudt dan juist ? Toch niet helemaal en niet altijd. Heeft ’t dan meer te maken met betweterij ? Soms wel. Naast een stukje contextblindheid en wat dwangmatigheid is het laatste woord willen hebben volgens mij ook tenslotte ook een stuk ongeduld

Het is als persoon met autisme eerder de kunst energie te sparen voor de marathon. Om van gelijk willen krijgen te evolueren naar minderheidsinvloed die leidt tot groei.