Een groepsoffer dat spectaculair eindigde … autisme en studeren

Het hoef toch niet altijd over hetzelfde te gaan. Elke dag is er iets anders. Een kans, een gelegenheid, een mogelijkheid, een nieuwe lente en een nieuw geluid. Het meest literaire meisje in onze gezelschap, Kylie, dramde zo al een tijdje eindeloos door. Intussen voelde ik mijn voeten steeds vermoeider worden. We hadden intussen bijna alle treden van het Europacentrum in Oostende, een van de hoogste gebouwen aan onze kust, beklommen. We stonden op het punt bij haar, op het vierendertigste verdiep, aan te bellen.

Het is al lang geen Mei meer, dus ik weet echt niet waarom je met Gorter komt aandraven, zuchtte ik. We zijn zelfs bijna eind Juni. En zoals iedereen weet, hijgde ik bij de laatste treden, ligt Juni niet in de lente. Typisch autistisch, was het enige wat een van de vijf andere studenten waarmee ik die dag op stap was te zeggen. Wij waren vijf studenten van het laatste jaar van de sociale opleiding van een hogeschool. Die dag was onze laatste dag om een reflectie te schrijven over ons groepsfunctioneren, om dat af te toetsen aan tal van groepsdynamische theorieën.

Toegegeven, ik had mijn tijd liever aan wat anders besteed. Het Europacentrum beklimmen, dat was wel het laatste wat ik zinvol vond, zo net voor de examens. Er moest nog zoveel gedaan worden, en hoewel niemand het wilde horen, dreunde ik tijdens het klimmen mijn tijdsschema van de volgende week af. ‘God, Vader, waarom hebt u mij verlaten?, riep Joris, de langste jongen onder van mijn medestudenten. ‘Waarom stuurt gij mij met een autist het hoogste flatgebouw van deze kust op?’. ‘Omdat gij het zelf hebt voorgesteld, gij slimmerik, en vergeet niet dat dien autist wel al de helft van jouw papers heeft geschreven en een kwart van jouw reflecties”, riep ik hem na van boven.

De vrouw waar we aanbelden, wist natuurlijk van niets. Op een of andere manier waren we langs alle veiligheidsagenten geglipt, en met de trap in plaats van met de lift, om onze prestatie wat heroïscher te maken, naar het op een na hoogste verdiep te komen. Het hoogste verdiep was op dat moment ontoegankelijk. Er waren teveel mensen afgesprongen, en het was niet langer commercieel rendabel om er een restaurant of tearoom te houden.

Op die zondag keek de vrouw waar we aanbelden, raar op. Gelukkig werden we goed ontvangen. Ik wist niet hoe het kwam maar ze kende mij, vanuit haar beroep als hulpverlener, vanuit een ziekenhuis waar ik jaren terug was opgenomen.  Vanuit haar gezellige appartement had ze een prachtig uitzicht op de zee. Ik genoot van het betoverende schouwspel van zon, zee en wolken. Hier en daar kon je een wolkje zien langsdrijven. De andere studenten wilden een na een op het terras, 134 meter hoog, maar ik, die normaal geen hoogtevrees had, schrok ervoor terug. Ik lustte wel het kopje thee met het madeleintje dat de vriendelijke vrouw ons aanbod. Intussen was het al avond geworden, en een warme gloed sierde de horizon.

Na wat gepraat over en weer, en ik die vooral naar het interieur keek, gingen we zoek naar een tweede bijzonder moment om later over te reflecteren. Dit keer gingen we met de lift naar beneden. De vrouw van het op een na hoogste vergezelde ons, en voor we het wisten stonden we weer beneden. Of minstens, ik stond beneden met mijn lichaam maar een groot deel van mezelf leek nog onderweg, en kwam pas een paar minuten later aan.

Die dag was er kermis in de stad, en het was duidelijk dat daar het tweede ‘groepsmoment’ zou gebeuren. Ik was en ben nog steeds geen enthousiasteling als het over kermissen gaat. Zeker niet als het om attracties gaat die erop uit zijn een mens heen en weer, op en neer, van links naar rechts en van boven tot onder te schudden.

Ik stelde dan ook voor om het schietkraam, de eendjes vissen of het oliebollenkraam als attractie te kiezen. Helaas was dat zonder de keuze van de meerderheid gerekend. Die koos genadeloos voor de zogenaamde G-Force, een polyp met een lange slingerarm die zes gondels, met 24 personen,  laat schommelen tot een maximum hoogte van 20 meter. Niet echt iets waar ik zomaar op zou gaan, maar er niet op gaan bleek geen mogelijkheid. Ik vertelde mijn medestudenten wel dat ik erop ging, maar dat het wel eens kon dat de inhoud van mijn maag op hun kledij kon belanden tijdens de ervaring.

Van de G-Force zelf heb ik niet zoveel ervaren. Ik had mijn ogen toegedaan en dacht dat mezelf in trance brengen het beste was wat ik kon doen om dit te overleven. Het enige wat ik nadien nog goed herinner, is dat de attractie voortijd werd stilgelegd, en zowel politie, ambulance als brandweer waren opgetrommeld. Er was ook een hele groep kermisbezoekers rond de attractie komen staan, met hun ogen groot en hun mond open van afgrijzen. Het bleek dat ik de hele ‘rit’ lang zowel veelkleurig braaksel maar ook slijm en snot de lucht had ingestuurd. Iedereen die op de attractie zat was ‘gezegend’. Omdat ik maar doorging met spuwen, en lijkbleek was geworden, werd de attractie stopgezet. Met brandweer en ambulancier werd ik voorzichtig uit de attractie gehaald. Het was eventjes moeilijk stappen, maar met wat water, zuurstof en opwarmen in de ambulance ging alles beter. Ik kon zelfs weer even glimlachen. Misschien was het omdatik wist dat ik weinig me nog zou tegenhouden om dat jaar af te studeren. Daar had ik een groepsoffer voor over gehad dat eerder dramatisch eindigde, maar gelukkig niet fataal.