De treinen die ik gehaald en gemist heb … autisme en kansen

In de kakofonie zoals ik mijn leven ervaar, denk ik vaak aan de treinen die ik gemist heb, zowel letterlijk als metaforisch. De begonnen reizen, geplande maar net niet gemaakte connecties en de ei zo na bereikte bestemmingen. Het is veel meer dan enkel een transit die niet liep zoals gehoopt of gepland, maar een breder verhaal van gemiste kansen, over het hoofd geziene uitnodigingen of kansen en een moeizame maar zekere tocht richting maatschappelijk functioneren en zelfbegrip.

Een trein missen, of dat nu letterlijk of figuurlijk gebeurt, proberen de meeste mensen af te schrijven als een klein ongemak. Zeker als het hun trein niet is. Zodra ze de moeite doen om zich in te beelden hoe het zou zijn om eens wel een trein te missen die er werkelijk toe doet, zouden ze net zoals ik een verstikkende stofwolk van stress, angst, en nood aan zekerheid ervaren.

Het overkomt me nochtans zelden dat ik letterlijk een trein mis. Integendeel, als ik het perron op ga zitten, ongeveer een half uurtje voor de trein vertrekt, is er nog lang geen trein in zicht. Soms passeren er nog een stuk of zes andere treinen vooraleer de mijne eraan komt. Intussen geniet ik van het zicht op de andere perrons, waar altijd wel een wanhopige persoon zich een weg baant, vasthoudend aan een vergeefse hoop de trein nog te halen, terwijl er al ‘niet meer instappen’ op de borden staat. Ik moet bekennen dat ik dan soms schadenfreude ervaar als ik zie hoe de trein vertrekt en de man of vrouw vloekend achterblijft.

Natuurlijk is het mij ook al eens overkomen. Dat ik mijn routine zag uiteenvallen als een trein, een boot, een bus of ander voertuig zonder mij vertrok. Het gaf me vroeger een intense ervaring van verstoring, soms leidend tot meltdowns of shutdowns, maar tegenwoordig ben ik daar meer gelaten in geworden. Ik hoef niet zonodig op tijd te zijn, omdat de mensen waaromee ik heb afgesproken in veel gevallen te laat zijn, en ik dan weer moet wachten. Bovendien ben ik meer voorbereid dan vroeger, en heb ik meer informatie ter beschikking, via apps die reiswegen in geen tijd kunnen herberekenen.

Als het gebeurt dat ik een trein of ander vervoermiddel zonder mij zie vertrekken is het omdat ik in gezelschap ben van iemand die denkt dat hij of zij de tijd en de tijdsbeleving van anderen kan beïnvloeden. Met zulke mensen kan ik moeilijk om, en dat verbetert er met de leeftijd niet op. Ik ben klokvast, en hou me aan planningen, ook al kan ergens bij stil staan, of ergens op een terrasje zitten nog zo leuk lijken. Dat er altijd nog een andere trein of bus is, kan wel zijn, maar dat ik net die gepland heb, is niet toevallig.

Figuurlijk de trein missen, dat is in mijn leven een heel ander verhaal. De metafoor van de gemiste trein domineert zowat mijn levensverhaal. Bijna alle levensmijlpalen, alle maatschappelijke benchmarks voor ‘normale’ progressie, of het nu gaat om onderwijs, werkgelegenheid, relaties, seksualiteit of onafhankelijkheid, heb ik gemist. Je zou je zelfs kunnen afvragen of ik überhaupt het station heb gehaald, en niet elders ben beland, in een bevreemdend gebied zonder sporen, treinen of perrons.

Toch wil ik niet overdrijven of de metafoor van de gemiste trein misbruiken om mij aan gevoelens van fatalisme en passiviteit, spijt, ontkenning van verantwoordelijkheid, reflectie en groei, en een beperkt perspectief te bezondigen. Als ik al die treinen heb gemist wil ik dat niet alleen toeschrijven aan onderwijs, werkgevers, mensen met andere neurotypes of maatschappelijke structuren.

Ook mocht alles mij ertoe aanzetten om de juiste trein op tijd te halen, zou ik er nog behoorlijk wat kans zijn dat ik ze zou missen, figuurlijk gesproken. Omdat ik misschien niet gemaakt ben om vervoerd te worden door voertuigen die door anderen bestuurd worden en waarop ik met anderen samen zit. Ik zit nu eenmaal graag zelf aan het stuur, beweeg mezelf graag voort en kan gezelschap op mijn reis moeilijker verdragen.  Als ik de trein figuurlijk mis, zou het dus ook kunnen omdat ik weerstand ervaar om de trein te halen, op een ander perron zit, of omdat ik niet goed in zie welke richting ik uit moet.

Naarmate ik de pensioenleeftijd nader, merk ik welke gevolgen deze gemiste treinen hebben en zullen hebben. De trein naar academisch succes en erkenning is al lang een spook in de verte vervaagd. De trein naar carrièrevoldoening en financiële onafhankelijkheid is al veel langer vertrokken en nog een specter in de verte. In mijn adresboekje van sociale contacten staan vooral mensen die al overleden zijn of beroepskrachten die vooral tijdens de kantooruren bereikbaar zijn.

De gevolgen van deze gemiste verbindingen zijn dus niet te onderschatten. Lange tijd was ik er vrijwel zeker van dat het allemaal nog ging meevallen. Ik werkte dag en nacht aan een constante inhaalslag, maar dat leidde vooral tot emotionele onrust en een doordringend gevoel van vervreemding. Ik hoorde het ‘net te laat’ tot in mijn dromen weergalmen, en voelde me schuldig dat mensen waarmee ik samenleefde daar mee in betrokken raakten. Ik raakte steeds meer gefrustreerd en vermoeid.

Tegenwoordig probeer ik mijn achtervolgingsdrang af te bouwen, en me niet meer te laten afleiden door de oproepen tot actie, een tandje bijsteken of nog even een spurtje trekken. Ik besef dat al die gemiste treinen vooral betekenen dat ik zelf aan de slag moet, samen met mensen die hetzelfde als ik ervaren, en niet bij de pakken blijven zitten. Onze samenleving waardeert flexibiliteit en aanpassingsvermogen – kwaliteiten waar ik niet zo sterk in ben, ook al weet ik niet in welke mate dit met mijn autisme heeft te maken.

De uitdrukking “de trein missen” impliceert in het dagelijks taalgebruik vaak een falen of tekortkoming, maar deze interpretatie gaat voorbij aan de vraag of de poging om een trein, welke dan ook, te halen voor mij al niet meer voldoende is geweest. Ik zie het niet langer als een persoonlijk falen, maar als een moment van reflectie van de verschillende verantwoordelijkheden en hoe ik daar als mens een rol in kan spelen. Niet iedereen hoeft ‘mee’ te zijn, als dat die persoon niets goed doet, net zoals ik achterblijven en de lat lager leggen geen schande meer vind. Als het niet is om de opvang en voorziening van al wie zich rept om de trein te halen, dan is het wel goed om terug naar huis te gaan, en daar, zoals Raymond van het Groenewoud, de dagen te vullen met cactus water gevenn en gehakt.