‘Als je een winkel opende, wat zou je dan verkopen?’ … autisme en ondernemen

Het vergt wel wat verbeelding van mij om me voor te stellen dat ik een winkel zou openen. Dat komt in de eerste plaats omdat alle vorige generaties in mijn familie handelaars zijn geweest, en telkens hun zonen of dochters met alle mogelijke argumenten hebben gewaarschuwd dat ze een onwaarschijnlijk onaangenaam leven tegemoet gingen mochten ze ook een winkel openen of (zelfstandig) ondernemer worden.
Net zoals als veel andere kinderen van winkeliers heb ik dus de raad gekregen veel te studeren en vooral geen winkel te openen. Nog liever hadden ze dat ik priester of kloosterling werd, ambtenaar van de burgerlijke stand of bediende in het secretariaat van een basisschool.
Nochtans wilde ik best graag een winkeltje openen, dat ik mooi zou inrichten en winstgevend zou maken. Ik zou er blikjes met lucht van verschillende zeeën, flessen regenwater van exotische afkomst, verzamelobjecten van bekende en beruchte historische personen, regenwormen in alle kleuren van de regenboog (als aas of voor in de tuin), hondentandenbeugels, alles voor in het toilet, vriendjesplanten, psychische problemen werende snoepjes of stenen als huisgenoot verkopen. Aanvullend bij deze thema’s zou ik gadgets, boeken, games of puzzels, gezondheids of welzijnsproducten, koffie of thee of muziek verkopen. Misschien zou ik zelfs overwegen een hoekje met autismeboeken en alles wat bestaat over autisme, van autismevriendelijke aarde tot zonnecrème die aangepast is voor autistische huid, verkopen. Inclusief een plekje waar onze eigen wekelijks bezoekende autistische ervaringsdeskundige geconsulteerd zou kunnen worden. Zolang het me maar iets opbracht.
Zoals veel ideeën in mijn hoofd, zal dit wellicht blijven tot een denkoefening die nuttig maar niet op zichzelf levensvatbaar is, en vooral gezien moet worden als een etappe op een veel langere reis naar levensvervulling.