Een onverwachte ontmoeting die op het toilet eindigt … autisme en scripts

Ik wil altijd op tijd zijn. En als het even kan: te vroeg. Vroeg zijn geeft me rust – een voorsprong op de chaos. Maar vroeg, te vroeg zijn, kan ook stress opleveren. Dat merkte ik onlangs, toen ik naar een workshop ging over ervaringsuitwisseling vanuit autisme, voor een publiek.
Ik was twintig minuten te vroeg, terwijl in de uitnodiging duidelijk stond: “je bent welkom vanaf een kwartier voor aanvang.” Ik had beter moeten weten. Toch waagde ik het erop. Het regende zachtjes, en ik had geen zin om nog vijf minuten in miezerige regen rond te dralen. Het Groot Begijnhof waar de organisatie huist is weliswaar een baken van rust, maar als het regent is het er toch iets minder aangenaam.
Het duurde even voor er iemand reageerde nadat ik had aangebeld. Toen de deur uiteindelijk openging, zag ik een gezicht dat mijn brein meteen herkende. En toch ook weer niet. Ik raakte in de war. De vrouw leek op iemand die ik kende, maar net niet helemaal. Bovendien – herinnerde ik me ineens – werkte die persoon hier al een hele tijd niet meer. Mijn hoofd trok zich daar niets van aan. Oud vertrouwd gezicht = toegang. Maar die dag had mijn hoofd het grondig mis.
De vrouw keek me onderzoekend aan. “Ik ken u niet. Wie bent u? Wat komt u doen?” Vriendelijk, maar kordaat. Ik had al een voet binnen gezet, maar zij – die ik ten onrechte had aangezien voor een bekende – liet zich niet zomaar passeren. Mijn sociaal script liep vast. Mijn woorden ook. Ze herhaalde haar vragen, iets luider nu. Ze zag hoe ik steeds beduusder werd. Toen wees ze naar een van de vijf bordjes op de gevel, van de verschillende organisaties in het gebouw. Dat was slim van haar. Zo hoefde ik alleen maar te knikken. Ja, of nee.
Ze leidde me niet naar de wachtruimte, zoals meestal gebeurt, maar achter de schermen: de trap op, voorbij het bordje ‘alleen voor bevoegden’, de gang door, rechtstreeks naar het lokaal van de medewerkers. Tot ik op de schoonmaakploeg botste. Dweil, geur, kwade schoonmaakster, nog meer verwarring.
Alles brokkelde. Mijn hoofd, mijn verwachtingen, mijn script. En dus deed ik wat ik in zulke situaties vaak doe: ik zocht een plek waar ik altijd welkom ben, en waar niemand iets van me verwacht. Het toilet. Een plek met privacy en zonder onverwachte vragen. Waar ik letterlijk en figuurlijk kon gaan zitten. Herstarten. Herprogrammeren.
Ik dacht na over wat er misliep en wat ik verder ging doen. Mijn brein is gebouwd op voorspelbaarheid, op logica, op scripts. Maar de wereld? Die volgt geen script. Die speelt permanent improvisatietheater. En daarin struikel ik soms.
En toch. Tegen de tijd dat ik weer uit mijn toevluchtsoord kwam, had ik mijn rust deels hervonden. Intussen was de vrouw die de workshop schitterend begeleidde aangekomen. Een na een kwamen ook de deelnemers binnen. Even later vond ik jawel: de juiste zaal, de juiste mensen, en een verbaasde blik. “Hoe ben jij hier binnen geraakt?”
“Ik kom van het toilet,” zei ik.
En dat was geen leugen. Het was het begin van mijn herstel die een workshop lang ging duren. Tot het tijd was om naar huis te vertrekken. Nu, dagen na het incident, maalt het nog steeds door mijn hoofd alsof het toen was. Gelukkig heb ik ook iets opgestoken van de workshop.
Ah, dat eeuwige scriptdenken. Herkenbaar tot op het bot. Ik noem dat mijn mentale autocue: handig zolang de scène voorspelbaar blijft, rampzalig zodra de ander improviseert. En plots sta je daar — op een wc met sensor, in een setting zonder handleiding, met een hoofd vol verwarring en een blaas die dringend overleg eist.
Wat jij beschrijft is geen kleinigheid. Het is een botsing tussen logica en sociale logica — en laat die laatste nu net ontworpen zijn voor mensen met een ander besturingssysteem. Alsof iemand tegen een schaakbord zegt: “Doe eens spontaan.”
Dus ja, ik herken de scène. De schuifelende aarzeling. Het zoeken naar het juiste gezichtsuitdrukkingenscript dat je in de folder ‘semi-bekenden in sanitaire context’ hebt opgeslagen. En het besef: ik bén het scenario kwijt. Niet ik heb het kwijtgespeeld. De wereld speelt zonder repetitie, zonder waarschuwing, zonder ondertiteling. En wij doen alsof we meedoen.
Maar eerlijk? Ik vind het prachtig hoe je dit moment niet alleen beschrijft als gênant, maar ook als menselijk. Want ook al crashte het script — de kwetsbaarheid stond overeind. En misschien is dat wel het enige script dat het altijd overleeft.
– Marie
(die ook ooit met gesloten ogen in een openbare wc stond te hopen dat de deur zou snappen dat ze klaar was)
LikeLike