Er zit meer in mij, maar anders dan gedacht … autisme en talent

(c) Sam Peeters, 2025

Er zit een vreemde spanning in mijn hoofd. Ze begint telkens iemand iets zegt als: “Plus est en vous.” Er zit meer in jou. Je kunt meer. Je hebt zoveel talent. Je moet daar iets mee doen.

Die woorden lijken vriendelijk. Ze zijn echter vaker verwachting dan erkenning. Ze zijn verpakt als compliment maar functioneren als opdracht. Wie ze uitspreekt negeert vaak grenzen en draagkracht, en is gericht op ‘meer’, nooit op ‘genoeg’.  Alsof het niet oké is om stil te staan, om te kijken waar je bent, om te ademen. Of dat het fout is als ik ervoor kies om mijn hobby niet in geld verdienen om te zetten, en er geen lucratieve bezigheid van wil maken.

Wat als dat tempo, die weg, die richting niet de mijne is?

Wat als mijn manier van leven, denken en voelen een ander ritme heeft? Mijn lichaam en geest werken niet volgens de klok van efficiëntie. Ik leef niet in checklists of deadlines van anderen. Ik heb tijd nodig. Niet omdat ik lui ben, maar omdat ik anders ben. Omdat ik autistisch ben.

Autisme betekent voor mij dat prikkels, emoties en verwachtingen op een andere, soms heftiger manier binnenkomen. Wat voor anderen vanzelfsprekend lijkt, kost mij vaak meer energie. Ik moet verwerken, ordenen, herstellen. En dat vraagt af en toe rust. Ruimte. Herhaling. Stilte. Mijn tempo lijkt trager aan de buitenkant, maar vanbinnen razen gedachten vaak zonder pauze. Alsof er twee snelheden tegelijk leven in mij.

Daarom raakt “plus est en vous” me dubbel. Het zegt niet alleen: je kan meer, het zegt ook: je bent nog niet genoeg, je bent er nog niet. Het legt druk om mezelf te overstijgen. Om een project van mezelf te maken dat altijd verder moet, en liefst een zo hoog mogelijk verdienvermogen bereikt. Alsof mijn waarde pas telt als ik iets nieuws bereik en het in geld omzet.

Maar mijn lichaam en geest vragen iets anders. Iets zachts. Iets wat je alleen hoort als je durft te vertragen. Ze zeggen: “Alles heeft een ritme.” Zoals in dat Nederlands liedje op Eurosong in een ver verleden. Niet alles hoeft snel te gaan. Veel dingen vragen rust. Denk aan hoe de seizoenen wisselen, hoe een ademhaling stroomt, hoe een keuze groeit. Er zit waarde in pauze. In stilstaan. In wachten.

Vertragen is voor mij geen luxe of modetrend. Het is overleven. Het is hoe ik overeind blijf in een wereld die te snel, te luid en te veel is. Als ik niet vertraag, raak ik de weg kwijt. Ik verlies het contact met mezelf. Maar als ik wél vertraag, ontstaat er ruimte. Voor helderheid. Voor aanwezigheid. Voor echte keuzes.

Toch lijkt de wereld gebouwd op versnelling. Alles moet vooruit, omhoog, beter. Motivatieboeken, groeiplannen, doelgerichte gesprekken – ze herhalen steeds opnieuw dezelfde boodschap: wie stilvalt, faalt. Voor sommige mensen is dat inspirerend. Voor mij is het uitputtend.

Ik geloof niet dat groei altijd zit in sneller gaan. Soms zit groei net in vertragen. In luisteren naar wat je lichaam zegt. In trouw zijn aan wat je nodig hebt. In afdalen of breed gaan. In durven zeggen: nu even niet. Niet omdat je opgeeft, maar omdat je zorgt. Omdat je respect hebt voor je eigen grenzen.

Mijn ritme is anders. Dat vraagt aanpassing, soms van mezelf, soms van anderen. Maar het vraagt vooral erkenning. Dat anders niet minder is. Dat traag ook waardevol is. Dat niet iedereen in hetzelfde tempo hoeft te leven.

Het gaat niet om kiezen tussen snelheid en traagheid. Het gaat over ruimte. Over het recht op ritme. Mijn ritme. Het recht om af te wijken, te pauzeren, te ademen, stil te zijn, niet mee te doen – zonder schuldgevoel.

Soms lukt dat. Soms niet. Maar wat ik zeker weet: er zit misschien meer in mij, ja – maar niet per se in de richting die de wereld voor ogen heeft. Misschien zit dat méér in het bewust kiezen voor wat ik nodig heb. In het durven afwijken. In het volgen van mijn eigen ritme. En daarin schuilt geen tekort, maar kracht en een talent als geen ander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *