Met beide handen vol … autisme en groei
Vlak na het begin van een nieuwe periode — of het nu een nieuw jaar is of vlak na een vakantie — ervaar ik interne strubbelingen. Ik hoor buiten mensen zuchten dat dit jaar toch beter móet. Tegelijk staat mijn inbox vol met taken van mijn liefste. Een post-it raakt te snel verloren; een mail is doelbewuster. Liefst voor tien uur uitgevoerd.
Ik voel me vandaag gedwongen te kiezen, mee de versnelling van januari of mezelf toestaan opnieuw op te starten in mijn eigen tempo.
Mijn leven is niet lineair; het is cyclisch. Mijn periodes van bloei en overleven liggen ver uit elkaar. Waar veel mensen spreken van lineaire groei, ken ik cycles van rust, activiteit, uitputting, herstel. Dat lijkt misschien fatalistisch — maar het is eerder het tegenovergestelde. Het is zelfkennis.
Jaren van therapie, van communicatie met mijn omgeving, van experimenteren: dat werk helpt me peilen tot hoever ik mezelf kan aanpassen en wat mijn omgeving aankan. Ik leer welke grenzen flexibel zijn en welke nicht. Dat is niet opgeven; dat is realistisch werken met wat ik ben.
Tegelijk: groei is niet hetzelfde als masking. Ik traineer dagelijks mijn executieve functies. Ik werk aan mijn zintuiglijke drempel, aan mijn mogelijkheden, aan mijn autonomie. Dit jaar, te beginnen vandaag, probeer ik me te onttrekken aan de cyclus van shutdown en herstel — niet door meer te doen, maar door slimmer met mijn energie om te gaan. Kleine stappen. Voorzichtig, haalbaar.
Zowel rust als groei trekken me evenveel aan, en beide hebben evenveel recht. Dat is niet zwakheid; dat is integriteit. Ik hoef niet na te streven naar maximale productiviteit. Maar evenmin probeer ik mezelf klein te maken door groei als inherent maskeren te zien. Dat zou wéér maskeren zijn — van mijn eigen mogelijkheden.
De ironie van vandaag — World Introvert Day en de geboortedag van Isaac Asimov, de Science-Fiction auteur — zou me naar een “ik ben alien op aarde” houding kunnen duwen. Vroeger voelde ik me zo. Maar ik ben niet buitenaards. Ik ben gewoon een mens met een ander brein. Voor een behoorlijk percentage, van minstens 83 tot maximaal 99,99%, hetzelfde als anderen. Dat betekent dat ik meer moeite moet doen, mijn ritme heb, mijn dynamiek. Het betekent niet dat ik moet opgeven of me moet terugtrekken, of dat ik niet een groot aantal basisbehoeften, noden en verlangens gemeen zou hebben met andere mensen.
Voor mij betekent zelfbehoud niet alleen een pauzeknop. Het betekent voorzichtig, klein en haalbaar aan mezelf werken. Mijn sensorische drempel oefenen, mijn planning realistischer maken, mij minder afhankelijk maken van anderen — en hen sterker maken zodat ze niet op mij hoeven te leunen. Zelfbehoud is actief: sterker worden, wat ik kan blijven ontwikkelen, mijn grenzen kennen ánd doen wat erbuiten ligt.
Dit is geen perfectionisme. Dit is een werk van elke dag: mezelf feliciteren dat ik pogingen doe om bloei en overleven met elkaar te verzoenen, en mezelf te verzoenen met mijn beperkte — maar reële — invloed daarop. Vandaag, met kleine stappen, begint dat.
