Voorbij de scripts: over autisme en intimiteit
Wanneer ik over autisme hoor praten of lees, merk ik dat het vooral gaat over dagelijkse routines en structuur, dubbele communicatie of omgaan met een lastige prikkelverwerking. Thema’s als intimiteit en seks blijven vaak buiten beschouwing, of ze worden benaderd als gedrag dat moeten worden bijgestuurd. Na al die jaren schrijven over mijn ervaringen — en inmiddels op mijn drieënvijftigste — merk ik dat de werkelijkheid van intimiteit bij autisme veel gelaagder is dan gangbare ondersteuningsmodellen laten uitschijnen.
Onlangs vroeg een besloten Australische discussiegroep me om vanuit een Europees perspectief een inleiding te schrijven voor een gesprek over seks en autisme. De meeste autistische mensen in die groep hadden een vaste relatie, waren getrouwd of leefden in een ongewoon open constellatie. Ze deelden in de daarop volgende discussie vooral praktische adviezen, zoals het belang van heldere communicatie en aandacht voor zintuiglijke gevoeligheden.
Hoewel sommige van die tips zeker waardevol waren, gaven ze volgens mij vooral de beperkingen van de huidige relationele en seksuele voorlichting aan. Die voorlichting, als ze al ernstig wordt genomen, leunt vaak sterk op een gestructureerde, gedragsmatige aanpak. Voor iets wat zo complex en fijngevoelig is als menselijke intimiteit, schiet zo’n benadering volgens mij meestal tekort.
De waarde van expliciete instemming
Een van de meest zinvolle ontwikkelingen in hedendaagse gesprekken over intimiteit is naar mijn mening de verschuiving naar expliciete instemming (consent). Jarenlang gold de ongeschreven regel dat je de sfeer maar moest kunnen aanvoelen en intuïtief moest raden wat de ander wilde. Wie moeite heeft met subtiele, impliciete sociale signalen, ervaart dat giswerk als een bron van grote spanning.
Een rechtstreekse vraag als: “Mag ik je nu kussen?” neemt die onzekerheid weg. Door het impliciete expliciet te maken, ontstaat er emotionele veiligheid. Beide partners weten precies waar ze aan toe zijn. Het voorkomt dat iemand ergens mee instemt wat die eigenlijk niet wil, puur uit verwarring of uit de ingesleten gewoonte om te maskeren.
Remmen en het gaspedaal bij prikkels
Seks is een intense zintuiglijke ervaring. Als autistische persoon verwerk ik mijn omgeving anders, en dat bepaalt voor een groot stuk hoe ik intimiteit beleef. Een lichte aanraking kan pijnlijk of storend zijn, terwijl een diepe, stevige druk juist rust brengt. Tegelijk besef ik heel goed dat dit lang niet voor iedereen met autisme geldt; bij sommigen werkt het net omgekeerd. Dat, en alle andere aspecten van intimiteit, aanvoelen bij elkaar, heeft bij mij veel meer tijd nodig dan in het algemeen verwacht wordt in een relatie.
In gesprekken over autisme en intimiteit zie ik soms het beeld van een relationeel gaspedaal en een rem. Bij velen van ons staat die rem erg scherp afgesteld. Stress, een onverwacht geluid of een indringende geur in de slaapkamer kan elk verlangen in één klap doen verdwijnen. Inzicht krijgen in je eigen zintuiglijke profiel — weten wat je overprikkelt en wat je juist ontspant — is een wezenlijke stap. Het verlegt de klemtoon van wat je ‘zou moeten doen’ naar wat je lichaam werkelijk nodig heeft.
Het risico van betutteling
Wat ik ook vaak merk is da het gesprek over autisme en seks opvallend vaak een kille, klinische ondertoon heeft. Zo is een veelgehoord advies om een ‘script’ of een stappenplan voor de slaapkamer op te stellen, vanuit de gedachte dat voorspelbaarheid angst vermindert.
Natuurlijk geeft weten waar ik aan toe ben rust, maar er ligt een dunne grens tussen het bieden van houvast en het infantiliseren van volwassen relaties. Wie volwassen intimiteit reduceert tot een mechanische checklist, dreigt volgens mij de wezenlijke emotionele verbinding kwijt te raken. Als autistische man ben ik ervan overtuigd dat wij geen robots zijn die geprogrammeerd moeten worden voor intieme handelingen. Intimiteit heeft ademruimte en veel tijd en aandacht nodig. Wanneer alles vastligt in strakke regels, voelt seks al snel als het zoveelste punt op een takenlijst.
Ik mag dan wel ruimte voor intimiteit inplannen, de manier waarop ik intimiteit beleef zelf, waarop mijn liefste en ik een gemeenschap vinden, is elke keer weer zoeken, aftasten, lachen, verrast worden en onverwachts vinden wat ons samenbrengt.
Gedragssturing volstaat niet
Binnen traditionele begeleidingstrajecten rond autisme worden seksuele behoeften nog te vaak louter gezien als iets wat beheerst of gereguleerd moet worden. Zo wordt een sterke drang naar intimiteit of veelvuldige masturbatie soms afgedaan als het gevolg van een gebrek aan dagstructuur of ‘lege tijd’.
Dat vind ik een bijzonder functionele en louter medische kijk op een fundamenteel menselijk verlangen. Een stabiel dagelijks ritme helpt ongetwijfeld om stress te kanaliseren, maar seksuele behoeften reduceren tot een planningsprobleem mist volgens mij de kern volkomen. Het gaat voorbij aan de fysieke en emotionele belevingswereld van autistische volwassenen.
Intimiteit als wederkerige dialoog
Veel adviezen richten zich bovendien uitsluitend op individueel zelfmanagement: je grenzen aangeven, helder communiceren en omgaan met zintuiglijke stoorzenders. Maar intimiteit is alles behalve een eenrichtingsverkeer. Zelfs als het solo gebeurt, wat volgens mij soms de beste oplossing is, zijn er zoveel verschillende invloeden dat het misschien zelfs de minst eenrichtingshandeling die wij mensen kunnen stellen.
Of nu een van beiden of beide partners autistisch zijn: verbinding ontstaat volgens mij het mooist vanuit een gezamenlijke verkenning. Wanneer twee mensen de wereld vanuit autisme ervaren, is intimiteitsbeleving en het gesprek erover eker niet eenvoudiger of minder complex. Er zijn mensen die beweren dat je dan elkaars gevoeligheden, grenzen en ritmes op voet van gelijkwaardigheid leert kennen. Als je er even bij nadenkt, en beseft dat iedere autistische mens (man/vrouw/x) een eigen ontwikkeling en pallet van invloeden heeft, kan je alleen maar beamen dat het nog spannender is om intimiteit te beleven als je beiden autistisch bent.
De ontbrekende context: diversiteit en cultuur
Ten slotte kun je volgens mij niet over autisme en intimiteit spreken zonder te kijken naar wie we in de volle breedte zijn. Ik heb het dan vooral over thema’s als genderidentiteit en seksuele diversiteit die in gesprekken over intimiteit zedig worden opzijgeschoven.
Toch is volgens mij voor een aanzienlijk deel van de autistische gemeenschap de seksuele beleving nauw verweven met een diverse genderervaring. Dat is geen voetnoot; het raakt aan de kern van hun bestaan. Het is jammer dat sommige mensen nog steeds geloven dat binaire mensen in de meerderheid zijn.
Bovendien vind ik het ook belangrijk er bewust van te zijn dat het advies om altijd open en direct te communiceren, over intimiteit, seksuele verlangens, hoe intimiteit te beleven, een westerse, sterk expressieve subcultuur. Niet iedereen bevindt zich in een context waarin het veilig of maatschappelijk aanvaard is om vrijuit over verlangens te praten. Ook in West-Europa is het in veel omgevingen nog moeilijk om er vrij over te praten.
Tot slot: een eigen ritme vinden
Als autistisch persoon leef ik in een voortdurend zoeken naar evenwicht tussen erkennen van reële kwetsbaarheden en een plaats geven van mijn eigen, specifieke manier van in de wereld staan. Ook in gesprekken over en beleving van relaties en seksualiteit is dat zo. Een heldere structuur en afspraken kan daarbij een nuttig vertrekpunt zijn. Echte intimiteit laat zich uiteindelijk echter niet vangen in een handleiding. Het gaat volgens mij eerder om op dat moment de vaste scripts achter je te laten en samen een ritme te vinden dat klopt — gedragen door wederzijds respect, openheid en de bereidheid om elkaar te blijven ontdekken.
