Waarom de uitspraak ‘autisten zijn wel empathisch’ de beeldvorming meer kwaad dan goed doet … autisme en empathie

Op Wereld Autisme Dag verscheen een goedbedoeld opiniestuk met de titel “Autistische mensen zijn wél empathisch”. De schrijfster, een Vlaamse psychotherapeute, voelde zich absoluut geroepen komaf maken met het hardnekkige stereotype dat autistische mensen koud, kil of zelfs gevaarlijk zouden zijn. Op het eerste gezicht lijkt dat een noodzakelijke en moedige correctie. Maar als autistische volwassene met een sociale opleiding en heel wat ervaringen met veel verschillende autistische mensen, las ik de tekst met groeiende frustratie. Want ondanks de goede bedoelingen, bevestigt het stuk net de logica van het vooroordeel dat het wil weerleggen.

Dat begint al bij de framing. Waarom zou iemand, al dan niet autistisch, moeten bewijzen dat autisten wél empathie hebben? Wie vertrekt van die vraag, aanvaardt impliciet dat empathie de maatstaf is voor menselijke waarde. En dat we verdacht zijn, als onmenselijke wezens, tenzij we ons verantwoorden. Dat is erkennen dat empathie de maatstaf is voor menselijkheid, een idee dat volgens mij allang voorbijgestreefd is. Dat is het tegendeel van emancipatie, dat is kiezen om kost wat kost te overleven binnen een systeem dat ons nooit helemaal toelaat als volwaardig mens.

De tekst doet er nog een schepje bovenop door te stellen dat veel autistische mensen net meer empathie zouden hebben dan anderen. We zouden hypergevoelig zijn voor emoties, een sterker moreel kompas hebben, en beter kiezen voor het algemeen belang. Maar ook dat is een karikatuur. De emotieloze robot wordt vervangen door de morele heilige. Opnieuw worden we ontmenselijkt, worden we vereenzelvigd met symbolen, vanuit een morele superioriteit. En wie daar niet in past – wie níét overloopt van empathie, of wél sociaal onhandig blijft – wordt opnieuw uitgesloten. Net wat de sterk opkomende ‘supremacy-beweging’ propagandeert.

Ook problematisch: het idee dat zogenaamd ‘afstandelijk gedrag’ bij autistische mensen eigenlijk komt door trauma. Alsof empathie-afwijkend gedrag alleen legitiem is als het uit pijn voortkomt. Waarom moet alles een verklaring hebben die ons verontschuldigt in plaats van erkent? Misschien tonen we onze betrokkenheid gewoon op een eigen wijze, een eigenaardige, eigenzinnige wijze vaak toegegeven. Misschien voelt nabijheid voor ons aan op een manier die we (nog) niet kunnen verwoorden. Misschien kunnen we niet meteen spreken in een taal die niet de onze is, zorgt de vertaling voor vertraging of afstand.

Dat de schrijfster een boontje heeft voor het double empathy problem, helpt ook al niet. Deze vaak bekritiseerde hypothese van een Britse autistische academicus stelt dat communicatieproblemen tussen autistische en niet-autistische mensen van beide kanten komen. Nochtans vergoeilijkt deze theorie reële ongelijkheid, is ze veel te vaag en moeilijk toetsbaar, is ze in veel onderzoeken onbruikbaar bevonden voor de praktijk, heeft ze weinig oog voor diversiteit binnen de autismegemeenschap, vertrekt ze van een ‘morele superioriteit’ en negeert ze volstrekt macht en context. Het is dus vreemd dat deze weinig empathische theorie net aangehaald wordt om de stelling te bevestigen dat autistische mensen empathisch zouden zijn.

Tegelijk probeert de schrijfster ‘autistische’ communicatie hardnekkig vertalen naar mainstream normen. Telkens opnieuw wordt gedrag als ‘met rust laten’ of ‘over jezelf beginnen praten’ uitgelegd als een verborgen vorm van empathie. Maar niet elk sociaal onbegrip is per se warm bedoeld. We zijn geen gecodeerde versies van niet-autistische mensen. We zijn ook gewoon mensen die autistisch zijn.

Bovendien blijft een groot deel van het spectrum onzichtbaar in dit soort betogen. Autistische mensen met meerdere beperkingen, die bijvoorbeeld anders communiceren dan verbaal, die het moeilijker hebben met affectieve afstemming, blijven buiten de beschouwing. Het toont voor de zoveelste keer dat schrijvers die de stem van autistische mensen willen vertolken vaak een groot stuk van het spectrum ‘vergeten’, en termen gebruiken die het minst bedreigend klinken. Beeldvorming mag echter geen schoonheidswedstrijd zijn. Het mag ook geen strijd tegen stereotype beelden blijven, het is de bedoeling om genuanceerde beeldvorming te stimuleren.

Wat vooral wringt, is de toon van redelijkheid en openheid die de tekst op het eind aanneemt: “Ik sta altijd open voor een eerlijk en oprecht gesprek.” Dat klinkt nobel, maar het is ook vreselijk vermoeiend. Het getuigt van een ver gevorderde maskering en onderdrukking van reële emoties. Het is niet onredelijk om als autistische mens onvriendelijk te worden als je ervaringen hebt van uitsluiting en onbegrip. Het is niet onredelijk om als autistisch mens boos te zijn. Dat mag, dat maakt ons menselijk.

Kortom, als groep autistische mensen hoeven we helemaal niet te bewijzen dat we empathie hebben. Zeker niet vanuit de wij-vorm. Omdat er nu eenmaal autistische mensen zijn die daar geen blijk van geven. Toch niet hier en nu, op het moment zelf, misschien nadien, en misschien alleen in de eigen beleving. Iedere autistische mens heeft een eigen verhouding met empathische vermogens en heeft min of meer talent voor de diverse soorten empathie. In elk geval vind ik niet dat we constant hoeven uit te leggen dat we voelen, hoe we ons voelen, dat we ook mensen zijn, dat we niets kwaads in die zin hebben, en dat we echt niet, zoals sommige andere autistische mensen, een probleem hebben met woedebeheersing. Ook al is niets menselijks ons vreemd. Als er iets zou mogen bewezen worden is het dat wel: niets menselijks is ons vreemd. Dat is voer voor een volgend artikel.

4 Comments »

  1. Mooi geschreven. Ik kan er me helemaal in vinden.

    In de post die ik op facebook gezet heb vorige week, op wereldautismedag, heb ik eigenlijk niets over autisme gezegd. Ik wou de focus niet op autisme hebben, maar op het feit dat we allemaal unieke mensen zijn.
    Ik gaf aan dat ik er een wereldmensendag van wou maken. De focus op “iedereen mag mens zijn”. Een dag waarop iedereen wat meer zichzelf is en toont en aanvaard dat de anderen dat ook doen. Leven en laten leven. samen meer mens zijn.

    In dit artikel vind ik duidelijk de reden terug waarom dat zo belangrijk is. We willen aanvaard worden, ook zonder dat men ons begrijpt, zonder dat we alles moeten uitleggen, inclusief wat we niet uitgelegd krijgen. De anderen moeten toch ook niet voortdurend al hun gedrag uitleggen en verantwoorden.

    Wanneer men het unieke van de mensen niet accepteert tenzij er eerst verontschuldigende verklaringen voor zijn, dan schendt men een fundamenteel rechten van die mensen: het recht om mens te mogen zijn op zijn eigen unieke menselijke manier.
    Voor alles wat niet lukt “op een normale manier” een verontschuldigende verklaring verwachten of zelfs eisen, werkt ontmenselijkend, want het bestempelt iemands gebreken/kwetsbaarheden als abnormaal en de persoon zelf als beschadigd.

    Like

  2. Een oprechte dank voor je moedige tekst op een manier geschreven zoals we dat van jou kunnen verwachten. Ik lees weinig zo’n genuanceerd en emanciperend perspectief op empathie, een onderwerp dat vaak met de beste bedoelingen maar toch erg eenzijdig wordt benaderd. Ik vind het niet alleen inhoudelijk sterk maar ook bevrijdend in toon en kijk.
    Wat mij bijzonder raakte, was hoe je de centrale vraag op tafel legt: waarom zouden wij moeten bewijzen dat we empathie hebben? Die ene zin zette mijn denken helemaal op scherp. Je prikt niet alleen het stereotype door, maar legt ook bloot hoe zelfs de pogingen om het tegen te spreken vaak onbewust dezelfde logica bevestigen. Dat is geen makkelijke boodschap, maar je brengt ze met precisie, helderheid en betrokkenheid.
    Ik waardeer enorm hoe je de tekst niet gebruikt om iemand persoonlijk aan te vallen, maar om mechanismen en denkpatronen zichtbaar te maken. Dat maakt je kritiek des te sterker. Je analyse van de ‘morele heilige’ als tegenbeeld van de ‘emotieloze robot’ vond ik pijnlijk herkenbaar. Je laat zien hoe moeilijk het is om clichés te bestrijden zonder daarbij tegelijkertijd te ontmenselijken.
    Ook je kritische kijk op het double empathy problem vond ik verhelderend. Ik kende de theorie, en vind ze op z’n minst bedenkelijk. Je durft dieper graven, voorbij de mooie woorden, en wijst terecht op de blinde vlekken rond macht, context en diversiteit binnen het autismespectrum.
    Wat mij het meest bijbleef, is je pleidooi voor het recht op boosheid, frustratie, onhandigheid – op menselijke complexiteit. Zonder te hoeven maskeren of verantwoorden. Die erkenning voelt als een warme hand op de schouder: je hoeft niet perfect te zijn om erkend te worden als volwaardig mens.
    Dank je wel voor je helderheid, je scherpte en je moed. Ik hoop oprecht dat je dat volgende artikel schrijft – over woede en menselijkheid. Ik kijk er alvast naar uit.

    Geliked door 1 persoon

  3. Ik heb je stuk gelezen, en eerlijk gezegd: ik begrijp je frustratie, maar ik raak er zelf vooral in verdwaald. Je vertrekt van een terechte bezorgdheid over stereotiepe beeldvorming, maar je tekst maakt die beelden net troebeler. Wat wil je nu echt zeggen? Dat empathie een slechte maatstaf is? Dat we niet hoeven te bewijzen dat we mens zijn? Dat er geen uniforme autistische ervaring bestaat? Allemaal begrijpelijk, maar alles wordt tegelijk gezegd en weer ondergraven.
    Ik mis richting, structuur, en vooral: nut. Wat kunnen lezers hier concreet mee? Hoe helpt dit mensen in beleid, onderwijs, zorg, of zelfs maar in een gesprek? Het blijft steken in filosofisch geladen vaagtaal. Je roept op tot meerstemmigheid, maar je tekst sluit zich op in eigen morele verontwaardiging.
    Ik snap dat dit uit een diepgevoelde plek komt. Maar als je echt impact wil, dan zou het helpen om scherper te kiezen: wat wil je veranderen, wie spreek je aan, en wat is daarvoor nodig? Dat vraagt niet minder woede, maar meer precisie.

    Like

  4. Inderdaad, niets menselijk is niemand vreemd, zou ik willen opmerken. Aan en over iedereen is wel iets mbt gedrag op te merken. Ook in meer of mindere mate. In dit verhaal zou het beter zijn niet te generaliserend te spreken.
    Om begrip bij te brengen en in voorlichtende zin is de benadering vanuit een universeel perspectief naar mijn idee handiger. Zij die zich herkennen staat het vrij net als de onbekende met deze karaktertrekken, het in te kunnen leven. Mensen en empathisch vermogen blijven werelden van verschil tonen 😌🙏🏼

    Like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *