Als alles onderdrukking wordt, wat betekent een woord dan nog?

(c) 2026, Sonny Jane Wise – Nederlandse vertaling (c) 2026, Sam Peeters

Steeds vaker duikt het woord “onderdrukking” op in gesprekken over autisme en neurodivergentie. Het wordt niet alleen meer gebruikt bij structurele uitsluiting, maar ook bij individuele tegenslag, ongemak of simpelweg een moeilijke dag.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op: als een woord voor bijna alles wordt gebruikt, betekent het dan nog iets specifieks?

Onderdrukking verwijst oorspronkelijk naar systematische machtsuitoefening — naar structuren die mensen actief buitensluiten, het zwijgen opleggen of hun bestaansrecht ontkennen. Wanneer we die term inzetten voor elke ervaring die met autisme te maken heeft, verliest hij precies de kracht die hem zo belangrijk maakt.

Even vaak duikt het woord ‘onderdrukking’ op in combinatie met een term als neuronormativiteit. Nu de term neurotypical stilaan niet langer houdbaar wordt, wil het begrip neuronormativiteit verklaren waarom we ons aanpassen aan kloktijd, gesproken taal en vaste leermethoden.

Een poster met een grote claim

Veel mensen herkennen een bepaald gevoel: de druk om “normaal” te doen. Op tijd komen, stil zitten, oogcontact maken. Die druk voelt niet ingebeeld; ze is een dagelijkse realiteit voor wie neurodivergent is.

De Australische excentrieke auteur en spreker Sonny Jane Wise bracht die druk in beeld met een kleurrijke infografiek. De poster is opgebouwd als een metrokaart met lijnen die begrippen met elkaar verbinden. Het idee achter de kaart: al die “normale” dingen, zoals kloktijd, gesproken taal en vaste leermethoden, zijn eigenlijk het gevolg van onderdrukkende systemen zoals kolonialisme, kapitalisme en het patriarchaat. Dat klinkt logisch op het eerste gezicht, maar er zijn grote vraagtekens bij te plaatsen.

Wat de poster precies beweert

De poster is opgebouwd rond zes grote “stations” (ook wel vormen van onderdrukking volgens de maker van de infografiek)

  1. Kolonialisme: Gekoppeld aan de opdringing van westerse manieren van weten en zijn, controle over land en hulpbronnen, en de uitwissing van inheemse kennis (met een verwijzing naar de Frans-Afrikaanse psychiater Frantz Fanon uit 1967).
  2. Witheid: Positioneert westerse manieren van zijn en gedragen als de norm, en devalueert andere manieren van bewegen, communiceren en voelen (vroeger blankheid genoemd, naar de huidskleur)
  3. Kapitalisme: Waardeert vooral productiviteit en pathologiseert alles wat die productiviteit verstoort.
  4. Patriarchaat: Politiseert emoties en gedrag, en houdt een strenge sociale hiërarchie in stand.
  5. Cisheteronormativiteit: Dwingt specifieke normen rond gender en seksualiteit af.
  6. Compulsory ablebodiedness (verplichte validiteit): De verplichte norm van lichamelijke en mentale geschiktheid. Verwijst naar validisme.

Onder die zes systemen loopt een web van kleurrijke lijnen naar een centrale bol met de definitie van neuronormativiteit: de aanname dat er één enkele juiste manier is om te voelen, denken, communiceren en functioneren.

Vanuit die kern vertakt de poster verder naar twee kaders:

  • Systeemversterking: Hoe deze systemen elkaar versterken door een “ideale mens” te creëren en conformiteit af te dwingen.
  • Maatschappelijke uiting: Waar neuronormativiteit concreet tot uiting komt, zoals op de werkplek, in het onderwijs, de gezondheidszorg en binnen gezinnen.

Onderaan volgen zes concrete domeinen — kloktijd, aandacht, emoties, communicatie, leren, en zintuiglijkheid en beweging — elk met een korte uitleg van hoe de “normale” verwachting daarin gepathologiseerd wordt bij wie er niet aan voldoet.

Waarom die redenering rammelt

Het grootste probleem met deze voorstelling is dat ze causaliteit suggereert waar op zijn best correlatie of gedeelde geschiedenis bestaat. De poster tekent stevige, ononderbroken lijnen tussen bijvoorbeeld “patriarchaat” en “emoties moeten gereguleerd worden”. Nergens levert de kaart een mechanisme of bewijs dat dit specifieke verband ook echt zo werkt, en dat het niet gewoon een algemene menselijke behoefte aan voorspelbaar sociaal gedrag weerspiegelt.

Dezelfde structuren — zoals kloktijd en gestandaardiseerde communicatie — bestonden immers ook in premoderne, niet-kapitalistische en niet-koloniale samenlevingen. Dat wijst erop dat deze verschijnselen minder te maken hebben met specifiek westerse onderdrukkingssystemen, en meer met de praktische vereisten van elke grootschalige menselijke samenwerking.

Daarnaast maakt de poster zich schuldig aan wat critici een “totaalverklaring” noemen:

  • Door kolonialisme, kapitalisme, patriarchaat, witheid, cisheteronormativiteit en validisme allemaal in hetzelfde schema te proppen als oorzaken van hetzelfde fenomeen, wordt elk van die begrippen individueel uitgehold.
  • Als kloktijd tegelijk het gevolg is van kapitalisme, kolonialisme, patriarchaat en witheid, verklaart geen van die termen nog iets specifiek. Ze worden allemaal inwisselbare synoniemen voor “dingen die ik niet leuk vind”.

Vermeulens concept van neuroharmonie vermijdt precies deze val: in plaats van elke aanpassing te herleiden tot een onderdrukkingssysteem, erkent hij simpelweg dat er geen vaste standaard bestaat en dat de oplossing in wederzijdse aanpassing ligt — niet in het aanwijzen van een schuldige ideologie achter elke maatschappelijke afspraak.

De mythe van het “normale” brein

Om deze kritiek goed te plaatsen, is het nuttig om een artikel op de website van Dr. Peter Vermeulen erbij te halen. Zijn centrale stelling is dat het “neurotypische brein” eigenlijk een mythe is: er bestaat geen enkel brein dat werkelijk als vaste, gedeelde standaard kan dienen. Volgens Vermeulen heeft niemand een typisch brein, en daarom zijn we eigenlijk allemaal neurodivergent. Hij verwerpt de indeling van mensen in groepen zoals “autistisch” en “neurotypisch”, en stelt dat het enige label dat er echt toe zou moeten doen, iemands voornaam is.

Vanuit die overtuiging ontwikkelde Vermeulen het begrip neuroharmonie. Hij vergelijkt breinen met muzieknoten:

“Als je maar één noot hebt, de typische noot, krijg je een heel saai muziekstuk. Pas met verschillende noten krijg je mooie muziek.”

Peter Vermeulen

Neuroharmonie gaat voor hem niet over “wij tegenover zij”, maar over hoe alle unieke breinen samen iets waardevols kunnen opbouwen, met aandacht voor de plaats van ieder binnen het geheel.

Vermeulens inzicht is hier vooral bruikbaar als vertrekpunt: hij toont aan dat er geen vaste, “normale” standaard bestaat waaraan iedereen zou moeten voldoen, zonder dat dit gebrek aan een standaard meteen herleid wordt tot grote onderdrukkingssystemen zoals kolonialisme en patriarchaat. Dat verschil in aanpak maakt het mogelijk om de infografiek van Wise kritisch te bekijken: je kunt erkennen dat er geen “normaal” brein bestaat, zonder daarom elk maatschappelijk fenomeen te herleiden tot onderdrukking.

Een woord dat te veel wil verklaren en zo vaag blijft

De term neuronormativiteit is bedoeld om te laten zien dat er niet één “juiste” manier van denken, voelen en communiceren bestaat. Maar volgens tegenstanders wordt de term inmiddels zo breed gebruikt dat hij bijna niets meer specifiek verklaart. Een Amerikaans artikel over de taalproblemen binnen de neurodiversiteitsbeweging stelt het zo:

“De vage taal en definities die de kern vormen van de neurodiversiteitsbeweging maken haar kwetsbaar voor kritiek.”

De afbeelding van Wise zet kolonialisme, witheid, kapitalisme, patriarchaat, cisheteronormativiteit en validisme allemaal naast elkaar als “oorzaken” van neuronormativiteit. Dat is een probleem: als werkelijk elk onderdeel van de samenleving een uiting is van onderdrukking, verliest het woord zijn scherpte. Het wordt dan een soort verzamelbak waar je alles in kunt gooien, in plaats van een concept dat je echt kunt onderzoeken of testen.

Vermeulens muzieknotenmetafoor laat zien dat het ook anders kan: hij richt zich op positieve verandering in attitudes en op de vraag hoe iedereen, ongeacht neurotype, volwaardig kan bijdragen aan de samenleving — zonder daarbij telkens een “schuldig systeem” aan te wijzen.

Geen bewijs, alleen een verhaal

Wetenschap werkt met het idee van falsifieerbaarheid: een theorie moet zo geformuleerd zijn dat je kunt bedenken welk bewijs de theorie zou kunnen weerleggen. Concepten als neuronormativiteit missen dat toetsingsmoment, stellen critici van de neurodiversiteitsbeweging. De socioloog Douglas Maynard schreef een kritische analyse van juist deze begrippen, waarbij hij autisme sociologisch benadert en vraagtekens zet bij de termen “neurodivers” en zijn tegenhanger “neurotypisch”.

Het probleem is niet dat mensen verschillend zijn — dat is duidelijk waar, en dat is ook precies waar Vermeulens werk van vertrekt. Het probleem is dat de infografiek beweringen doet (zoals “gestandaardiseerde leermethoden zijn een onderdrukkingsmiddel”) zonder daar enig neurowetenschappelijk of praktisch bewijs bij te leveren.

Waarom bestaan kloktijden en gesproken taal eigenlijk? Simpelweg omdat grote groepen mensen moeten kunnen samenwerken, niet omdat er een geheim plan van “witheid” achter zit.

Wie kritiek geeft, wordt zelf verdacht

Een ander pijnpunt is dat het concept zich lijkt te wapenen tegen kritiek. Wie zegt “ik geloof niet dat kloktijd onderdrukkend is”, wordt binnen dit denkkader al snel gezien als iemand die zelf “neuronormatief” denkt.

Onderzoek naar hoe het publiek de neurodiversiteitsbeweging waarneemt, wijst erop dat ze op zeer verschillende, soms tegenstrijdige manieren wordt uitgelegd, en dat sommigen haar zelfs verwijten dat ze wetenschappelijk onderzoek naar autisme tegenwerkt:

“De neurodiversiteitsbeweging is op verschillende, soms tegenstrijdige manieren geconceptualiseerd.”

Dat maakt het lastig om het concept serieus te bediscussiëren. Als elke twijfel al bij voorbaat wordt weggezet als een teken van het probleem zelf, is er geen ruimte meer voor een eerlijk debat.

Onderzoekers die kritiek op de neurodiversiteitsbeweging bundelen, wijzen er ook op dat de beweging lange tijd vooral gedomineerd werd door een specifieke, relatief goed functionerende groep mensen, wat de representativiteit van haar claims beperkt. Vermeulens benadering, die “us versus them” volledig vermijdt en spreekt over gedeeld burgerschap en gedeelde rechten voor iedereen, biedt een alternatief dat minder ruimte laat voor het soort ideologische verdachtmaking dat deze discussie vaak bemoeilijkt.

Autisme als beperking, last en lijden wordt niet gehoord

Een veelgehoorde zorg is dat het romantiseren van neurodiversiteit de realiteit verdoezelt van iedereen die autisme wel degelijk ervaart als een last, als lijden, of als een handicap.

Niet alleen ouders van kinderen met ingrijpend autisme, maar de bredere autismegemeenschap die dagelijks worstelt met de moeilijke kant van autisme — en die zichzelf niet meer herkent in verhalen over autisme als een neutraal verschil of iets om te vieren — voelt zich niet langer gehoord. De kritiek gaat niet alleen over het romantiseren van autisme (wat al langere tijd bezig is), maar ook over autoritaire, dogmatische en onwetenschappelijke invloeden binnen de neurodivergente gemeenschap.

Vermeulens muzieknoot-metafoor is hier verhelderend: in zijn visie krijgen ook mensen met een cognitieve beperking of met zware ondersteuningsnood een volwaardige, unieke plaats in het geheel — niet als “probleem” en niet als louter “verschil”, maar als noodzakelijk onderdeel van de harmonie.

Als je alle moeite die iemand heeft met communicatie, leren of zintuiglijke prikkels simpelweg toeschrijft aan “onderdrukkende systemen” in plaats van aan een werkelijke uitdaging, dreigen autistische mensen die vanuit hun autismediagnose ondersteuningsnoden hebben, sociale rechten te verliezen.

Dat is misschien wel de zwaarste kritiek op de infografiek: het doet net alsof aanpassingen zoals vaste structuur en duidelijke regels altijd een probleem zijn, en het laat weinig ruimte voor de ervaring van wie autisme daadwerkelijk als beperkend beleeft — terwijl veel autistische mensen juist baat hebben bij wisselende vormen van voorspelbaarheid en duidelijkheid.

Het diagram als geloofsartikel, niet als wetenschap

De pijlen en lijnen in de infografiek suggereren een precieze, doordachte samenhang tussen kapitalisme, patriarchaat en de manier waarop mensen emoties uiten. Maar nergens, ook niet in teksten van de maker van de infografiek, wordt uitgelegd hoe die verbanden precies werken, of hoe je ze zou kunnen testen.

Dit is het kernprobleem: het schema oogt wetenschappelijk, met pijlen en kaders die aan een metrokaart doen denken, maar functioneert eerder als een overtuiging dan als een onderzoeksresultaat. Zolang zulke claims niet onderbouwd worden met concreet bewijs, blijft het bij een aantrekkelijk verhaal, geen vaststaand feit.

Wat blijft er dan wel bruikbaar?

Eerder dan het vervagende neurnormativiteit, lijkt Vermeulens neuroharmonie hier het meest bruikbare kompas. Niet omdat hij de term neuronormativiteit zelf bekritiseert, maar omdat zijn denken het niet laat bij maatschappijkritiek en laat zien hoe het anders kan. Hij toont aan dat je het idee van een vaste, “normale” standaard kunt verwerpen, zonder daarvoor de hele samenleving te herleiden tot onderdrukkingssystemen en zelf verantwoordelijkheid af te schuiven.

In een concrete situatie, zoals een luidruchtig open kantoor waar iedereen geacht wordt zich urenlang te concentreren, kan het begrip neuronormativiteit beter helpen om te beargumenteren dat de werkomgeving op redelijke wijze aangepast moet worden. Het uiteindelijke doel is niet zozeer het wegnemen van onderdrukking, dat vertrekt vanuit een defensieve, negatieve houding, maar het opbouwen van harmonie: een situatie waarin elk uniek brein, elke unieke “noot”, zijn eigen plaats krijgt binnen een gezamenlijk, positief geheel — inclusief de plaats voor wie autisme als een echte last ervaart.

Een woord dat alles kan verklaren, verklaart uiteindelijk niets meer specifiek. Vermeulens nuchtere en tegelijk hoopvolle boodschap — dat elk brein gewoon uniek is en dat harmonie mogelijk is zonder scherpe scheidslijnen tussen groepen — blijft daarom een waardevolle bron van inzicht voor het debat over neuronormativiteit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *