Autisme leert ons dat er niets vanzelfsprekend is

‘Het denken over het denken van anderen’, stelt experimenteel psycholoog Stephen Pinker in zijn ‘How the mind works’ (Penguin, 1997), ‘lijkt zo vanzelfsprekend dat het bijna deel lijkt uit te maken van de menselijke begaafdheid zelve’.

‘Het is haast onvoorstelbaar dat er mensen bestaan die denken dat anderen zich niet bewust zijn of precies hetzelfde denken als wij’. ‘Toch bestaan ze werkelijk’, gaat hij verder. ‘We noemen ze mensen met autisme’.

Zoals vele psychologen, heeft hij voor het eerst met autisme kennis gemaakt via een gekopieerd tijdschriftartikel uit de populairwetenschappelijke pers.

Het artikel, geschreven door de psychoanalist Bruno Bettelheim, was een gevalstudie over Joey, een jongen met autisme. Bettelheim legde in zijn artikel uit dat Joey’s autisme voortvloeide uit de opvoeding door emotioneel afstandelijke ouders, meer bepaald een ijzige moeder, en vroege, rigide zindelijkheidstraining.

Bettelheim achtte het onwaarschijnlijk dat Joey dit was overkomen in een andere tijd of in een andere cultuur dan de onze. Volgens hem waren ouders van na de oorlog dermate verwend dat ze geen waarde meer hechtten aan hun materiële comfort.

Als gevolg ontwikkelden hun kinderen een gevoel van (lust)bevrediging meer wanneer in hun basisbehoeften werd voorzien. Bettelheim beweerde voorts Joey te hebben genezen door hem in de plaats van een toilet een vuilnisbak te laten gebruiken om zich te ontlasten.

‘Vandaag weten we’, vervolgt Pinker. ‘dat autisme in elk land, streek en sociale klasse voorkomt. Autisme is levenslang, zij het dat er verbetering in levensomstandigheden mogelijk is, en is niet de schuld van moeders, of vaders. ‘Autisme heeft verder bijna zeker neurologische en genetische oorzaken’, schrijft hij verder. ‘Hoewel het nog niet helemaal zeker is welke die precies zijn.’

‘Baron-Cohen beweert’, besluit hij. ‘dat mensen met autisme ‘mind-blind’ (contextblind) zijn: hun vermogen om het denken van anderen te vatten, is beschadigd. Mind-blndness wordt niet veroorzaakt door een werkelijke blindheid, noch door verstandelijke beperkingen zoals bij het Syndroom van Down.  Het herinnert er ons aan dat de werkelijkheid niet zozeer begrepen kan worden maar een gepaste mentale machinerie vereist.’

‘Mensen met autisme kunnen nauwelijks veinzen, kunnen het verschil tussen een appel en de herinnering aan een appel niet uitleggen, maken geen onderscheid tussen iemand die in een doos krijgt en iemand die ze aanraakt, en weten waar een stripfiguur naar kijkt maar raden niet dat die figuur wil waar hij naar kijkt.’

‘Autistische mensen zijn in zekere zin juist: het universum is niets anders dan materie in beweging.  Alles wat je hebt geleerd als vanzelfsprekend wordt dat steeds meer naarmate je het van dichter bij bestudeert. Er zijn bijvoorbeeld geen vaste stoffen, er is zelfs geen suggestie van vastheid. Er zijn geen absolute continuüms. Er zijn geen oppervlaktes noch rechte lijnen. Er zijn alleen details, puntjes en patronen, stukken materie en energie die hun eigen wetten gehoorzamen en heen en weer zwalpen door het tijd-ruimte-geheel waar wij in leven. Al wat wij zien als de werkelijkheid wereld zijn slechts voor ons aangepaste interpretaties van de werkelijke fysische wereld’.

Stephen Pinker in ‘How the mind works’ (Penguin, 1997)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s