‘Wat is neuroharmonie?’ … autisme en terminologie

Binnen de autismegemeenschap, het autismeonderzoek en in wat mensen over elkaar vertellen aan elkaar, en erover opschrijven, op papier of digitaal verspreiden, is er een rijke verzameling aan termen, de een al wat duidelijker dan de andere. Veel van die termen zijn terug te vinden in de verklarende woordenlijsten van autismeboeken.
Toch heeft niet iedereen die boeken online of in een klassieke boekenkast staan. Sommige mensen sturen dan een mailtje naar mij, om de term te verklaren. Sanne is een van die mensen, tevens autistische vrouw, en ze leest al enkele maanden graag mijn blog. ‘Ik heb er al zoveel aan gehad’, voegt ze er nog aan toe. ‘Ik heb onlangs een tekst over autisme gelezen en zag daar het woord ‘neuroharmonie’ staan. Het zou door Peter Vermeulen gelanceerd zijn, en aangezien jij veel boeken van hem hebt gelezen, zou je me mee kunnen nemen in Vermeulens hoofd om mij uit te leggen wat hij ermee bedoelt?’
In iemands hoofd gaan snuisteren is iets dat volgens mij alleen mogelijk is voor psychiaters of hersenchirurgen. Ik vind het al moeilijk in mijn eigen hoofd te kijken, laat staan dat ik dat zou proberen bij iemand anders, en al zeker niet in het hoofd van Peter Vermeulen van Autism in Context. Ik wil wel proberen een overzichtje te geven van wat bekend is over neuroharmonie, en wat het voor mij betekent.
Het begrip van neuroharmonie is een van de concepten en begrippen binnen de taal van het neurodivers denken dat staat voor een streven naar een harmonieuze interactie tussen verschillende neurodiverse types, waarvan autistische mensen er één van vormen. Het verwijst naar acceptatie en inclusie, wederzijds begrip, individuele sterktes, aanpassingen van omgevingen aan een verscheidenheid van neurodiverse noden, en naar een gezamenlijke inspanning, ongeacht welk neurotype mensen hebben, om een meer inclusieve wereld te maken.
Of het begrip ‘neuroharmonie’ door Peter Vermeulen is geïntroduceerd, weet ik niet precies, maar ik vermoed het. In elk geval wordt het door hem besproken. Vermeulen stelt er de traditionele opvattingen over neurodiversiteit en de categorisering van mensen op basis van diagnostische categorieën mee ter discussie. Vermeulen benadrukt het belang van het erkennen van de individuele unicitieit voorbij diagnostische classificaties.
In het interview waarin hij het concept van neuroharmonie uitlegt, waardeert hij om te beginnen de term neurodiversiteit omdat het de uniciteit van ieders brein benadrukt. Hij uit echter zijn bezorgdheid over het indelen van mensen in groepen zoals ‘autistisch’ en ‘neurotypisch’ of ‘niet-autistisch’. Volgens Vermeulen zou het enige label dat echt zou moeten tellen iemands voornaam moeten zijn. Dit vertegenwoordigt volgens hem de identiteit van elk individu.
De introductie van het concept van ‘neuroharmonie’ is volgens Peter Vermeulen een van de antwoorden op deze toestand. In onze beeldenrijke wereld zijn diagnostische categorieën volgens hem slechts één van de vele beschrijvende termen die een persoon kan hebben. In plaats van te focussen op classificaties of diagnoses, stelt Vermeulen voor dat we deze moeten beschouwen als één van de vele aspecten die een persoon definiëren.
Hoewel Vermeulen neuroharmonie niet verder definieert, zou het op verschillende manieren toegepast kunnen worden in de context van autisme, op vlak van onderwijsmethodes en lesplannen, werkplekken, medische hulpverlening, openbare ruimtes, beleid en wetgeving. Daarbij zou de nadruk niet uitsluitend liggen op aanpassingen voor autistische mensen maar op aanpassingen voor alle neurodiverse mensen, en voor zoveel mogelijk mensen wenselijk, toegankelijk en gebruikbaar.
Een neuroharmonische werkomgeving is er een waarin neurodivergente individuen – mensen met verschillende denkwijzen en hersenfunctioneren, dus iedereen – niet alleen worden geaccepteerd maar ook worden gewaardeerd, elk volgens hun eigen bijdragen aan het eindproduct of de dienstverlening. Neuroharmonie op het werk houdt in dat er aandacht is voor diversiteit van denken, veranderende perspecties en doelmatigheid door duidelijke en directe communicatie die het functioneren van het hele team verbetert.
Op de werkvloer kan neuroharmonisch samenwerken bereikt worden door erkenning en acceptatie van de bijdragen van alle verschillende denkwijzen, zonder dat er een normaal of abnormaal, typisch of afwijkend is, door duidelijke en expliciete communicatie om implicite boodschappen en misverstanden die daaruit voortkomen te vermijden, en door training in het omgaan met (neuro)diversiteit op de werkplek (vermits sommige mensen daar wat minder aanleg voor hebben dan andere). Het belangrijkste van een neuroharmonische werkplek is echter dat het een omgeving creërt waarin iedereen kan opbloeien.
Vermeulen betoogt in zijn uitleg van wat neuroharmonie voor hem betekent, tegen de veelgebruikte termen “neurotypisch” en “neurodivergent.” Hij stelt dat iedereen neurodivergent is omdat niemand een “typisch” brein heeft. Dit perspectief daagt het idee uit dat mensen netjes kunnen worden ingedeeld in deze categorieën en pleit in plaats daarvan voor het erkennen van de uniciteit van elk individu.
Vermeulen probeert het idee van neuroharmonie soms te verduidelijken met een metafoor, door elk individu te vergelijken met een unieke muzieknoot in een compositie. Hoewel dat misschien niet voor iedereen even duidelijk is, bedoelt hij dat het vinden van iemands specifieke plaats of “plek” in de samenleving crucialer is dan diagnostische categorieën die slechts één van de vele factoren zijn die kunnen helpen om iemand te maken tot wie hij is.
Een misverstand dat hiermee samenhangt is volgens Vermeulen het idee dat er ‘goede’ en ‘slechte’ banen zouden zijn voor autistische mensen. Hij beschouwt dit als een simplistische en onbehulpzame benadering en betoogt dat elke persoon, ongeacht hun diagnose, hun unieke plaats in de samenleving zou moeten vinden. Bijvoorbeeld, niet elke persoon met autisme zou in de IT-sector moeten worden gedirigeerd; sommigen vinden hun roeping wellicht in de natuur of andere velden.
Afsluitend vind ik dat het concept van neuroharmonie dat Peter Vermeulen aanbrengt een fris perspectief biedt op neurodiversiteit. Het daagt ons uit om verder te gaan dan diagnostische categorieën en de unieke waarde van elk individu te erkennen. Door dit te doen, kunnen we een inclusievere samenleving creëren waarin iedereen zijn unieke plek vindt, net als een noot in een harmonieuze muzikale compositie.