Op het spectrum: leven met autisme

Koen Bruning Op het spectrum. Leven met autisme
Prometheus; 208 blz. € 22,99

Het lezen van “Op het Spectrum” van Koen Bruning was voor mij een ervaring die zowel uitdagend als verrijkend was. Bruning, bekend om zijn diepgaande analyses en inzichten in thema’s als de Nederlandse maatschappij, vermogensongelijkheid, en postkapitalisme, benadert in dit boek autisme vanuit een persoonlijk perspectief, verweven met maatschappijkritische noties.

Brunings persoonlijke reis door het leven met autisme biedt niet alleen een inkijk in zijn jeugd en de obstakels die hij heeft overwonnen maar legt ook de connectie met grotere sociale en politieke thema’s. Zijn vermogen om parallellen te trekken tussen de ervaringen van mensen met autisme en bredere maatschappelijke structuren en kwesties, toont een ambitie om het gesprek over neurodiversiteit naar een hoger niveau te tillen.

Het boek probeert een brug te slaan tussen hart en wetenschap, waarbij Bruning verhalende en informatieve elementen mengt. Dit levert een unieke leeservaring op, hoewel het soms een uitdaging vormt om de draad niet te verliezen bij de wisselingen in tempo, perspectief, en inhoud. Desondanks is “Op het Spectrum” een verhelderend werk dat de complexiteit en veelzijdigheid van autisme, of zoals Bruning het noemt, de autismespectrumstoornis (ASS), in de schijnwerpers zet.

Een kritiekpunt dat ik heb, betreft Brunings pogingen om een evenwicht te vinden tussen persoonlijke anekdotes en algemene uitspraken over autisme. Hoewel zijn streven naar een dieper begrip en empathie lovenswaardig is, lijkt hij soms te worstelen met het vinden van de juiste balans, waardoor een spanningsveld ontstaat tussen specifieke ervaringen en brede generalisaties.

Bovendien probeert Bruning autisme te presenteren niet op een verfrissende maar soms te optimistische en mogelijk niet volledig doordachte manier. Het roept vragen op over de keuze van het autismeperspectief en of het boek niet net zo goed vanuit andere invalshoeken, zoals klasse, gender of familiedynamiek, geschreven had kunnen worden. Autisme wordt in dit boek volgens mij teveel gebruikt als bindmiddel.

Ook de praktische adviezen die Bruning aanbiedt, van communicatiestrategieën tot onderwijsaanpassingen, verdienen een kritische blik. Hoewel de intentie ongetwijfeld goed is, vraag ik me af in hoeverre deze adviezen zijn onderbouwd door kritische zelfreflectie en toetsing.

Desondanks is “Op het Spectrum” een werk dat moedig het snijvlak van persoonlijke ervaring en kennisdeling opzoekt. Het stimuleert verder denken over de mogelijkheden voor een meer inclusieve, solidaire, neurodiverse samenleving. Bruning’s passie en overtuiging resoneert door het hele boek heen, en ondanks enkele kritiekpunten en leestechnische drempels, biedt het waardevolle inzichten en stof tot nadenken over de essentie van autisme en de rol die dit kan spelen in het vormgeven van een mensvriendelijker maatschappij.