Over hoe ik mijn aprilvis lust … autisme en humor

Op 1 april, wereldwijd bekend als April Fools’ Day, kijk ik altijd met een beetje een dubbel gevoel uit naar wat de dag brengt. Sommige mensen hebben het over een aprilvis, vanuit de traditie om op die dag een papieren vis op de rug van een ander te plakken. Voor veel mensen staat deze dag in het teken van lachen en onschuldige grappen, een traditie die de sfeer licht houdt en vreugde brengt. Echter, voor mij, als iemand op het autismespectrum, kan deze dag een mengelmoes van emoties en ervaringen met zich meebrengen, die vaak de unieke manier weerspiegelen waarop ik met de wereld om mij heen omga.
Humor, vooral het soort dat draait om misleiding of een plotselinge verandering in de realiteit, kan een lastig gebied zijn voor ons autisten. Het begrijpen van de nuances die nodig zijn om een grap of een practical joke te waarderen, komt niet altijd overeen met hoe wij informatie verwerken. Dit betekent niet dat we geen gevoel voor humor hebben; eerder is ons soort humor misschien meer letterlijk en logisch, wat de onvoorspelbare aard van April Fools’ Day enigszins verwarrend maakt.
Als autistische persoon hou ik van mijn eigen invulling van routine en voorspelbaarheid. Weten wat ik kan verwachten van mijn dagelijkse interacties biedt voor mij een gevoel van comfort en veiligheid. April Fools’ Day, met zijn neiging om het verwachte op zijn kop te zetten, kan deze voorspelbaarheid verstoren. Een dag gewijd aan grappen en verkeerde informatie kan onrustig zijn, waardoor het moeilijk wordt om onderscheid te maken tussen wat echt is en wat niet, wat vooral een uitdaging kan zijn.
Het is belangrijk om de diverse ervaringen binnen de autismegemeenschap te erkennen. Terwijl sommigen 1 april misschien alles behalve leuk vinden, kunnen anderen genieten van de creativiteit en het vertellen van verhalen die betrokken zijn bij het bedenken van een schijnbaar onschuldige grap. De sleutel ligt in toestemming en bewustzijn – ervoor zorgen dat alle April Fools’ activiteiten inclusief en respectvol zijn voor ieders comfortniveau.
Er valt ook een bredere les te trekken uit het begrijpen hoe ik als autistische persoon 1 april ervaar. Het is een herinnering aan de nood van het waarderen van verschillende perspectieven en het erkennen dat wat leuk is voor de een, ongemakkelijk kan zijn voor de ander. Door omgevingen te bevorderen waar iedereen zich begrepen en gerespecteerd voelt, kunnen dagen bedoeld voor plezier en lachen echt leuk zijn voor iedereen.
In wezen is 1 april, net als veel andere, al dan niet bedenkelijke, sociale tradities, een spiegel die de uiteenlopende manieren weerspiegelt waarop we allemaal de wereld waarnemen en ermee omgaan. Voor mij, als onder andere autistisch persoon, benadrukt het het belang van duidelijkheid, vertrouwen en het comfort dat wordt gevonden in het bekende. Door deze dag met gevoeligheid en begrip te benaderen, wordt het mogelijk de diverse ervaringen van de mensen om ons heen te respecteren, ervoor zorgend dat de sfeer van plezier niemand’s welzijn in de weg staat.