Aprilstress en wat eraan te doen … autisme en stress

April wordt wel eens de autisme bewustzijnsmaand genoemd. Ook op andere vlakken verscherpt het bewustzijn. De lente dient zich aan, de natuur ontwaakt uit haar winterslaap, de dagen worden langer, de zon herwint terug haar warmate, en overal om ons heen ontluikt nieuw leven. Je zou denken dat dit een tijd is van vernieuwing en frisse start, van zonneschijn en bloeiende bloemen. Velen beginnen een nieuwe romance, denken na over de toekomst, beginnen een bakkerij of een tearoom of denken na over het kopen van een huis.
Verrassend veel andere mensen, van welk neurotype dan ook, ervaren elk jaar in April de ene na de andere opstoot van vervelende aprilstress. Meestal wordt er enkel in lifestyle – en medische magazines aandacht aan besteed. Nochthans ervaren volgens statistieken behoorlijk wat autistische mensen, zonder dat dit leeftijds – of gendergebonden is, daar last van. Daarom wil ik er hier kort op mijn blog wat aandacht aan besteden, uiteraard als ervaringsdeskundige aprilstress en niet als medisch deskundige, voor zover dat nog niet duidelijk mocht zijn.
Aprilstress verwijst naar de unieke vorm van spanning die mensen ervaren als gevolg van de overgang van seizoenen, hormonale schommelingen die biologisch gestimuleerd worden, de druk om persoonlijke en professionele doelen te halen voor de zomer, het naderende einde van het schooljaar (en de eindexamens) en de stress die gepaard gaat met typische gebeurtenissen die in april samen komen.
Wat betreft dat laatste, gaat het bij neurotypische volwassenen vaak om de stress door naderende prestatiebeoordelingen in hun bedrijf of organisatie, of als gevolg van een naderende belastingsaangifte, terwijl autistische personen vaak buitengewone stress ervaren door de vloedgolf van al dan niet stigmatiserende berichten over autisme. Bovendien kan de plotse overgang van binnen zitten tijdens de koudere maanden naar een actief buitenleven mentale en fysieke aanpassingen vereisen die extra spanning opleverenn.
Bij mij wordt aprilstress door verschillende veranderingen getriggerd. Het is niet alleen een tijd waarin de wereld plotseling vol lijkt met simpliciaties en soms ronduit schandelijke berichten over autisme.
Behalve de overprikkeling door media-aandacht ervaar ik ook een stroom van misplaatste goedbedoelde acties, een zekere dwangmatigheid om bij te dragen, een herbeleving van traumatische ervaringen en een soms vergeefse zoektocht naar echte acceptatie van autisme in mijn omgeving.
Daarnaast is het voor mij ook een tijd waarin ik nu eens te dik en dan weer te dun gekleed ben, omdat ik er maar niet in slaag mijn kledijkeuze af te stemmen op de temperatuurwisselingen.
Aprilstress uit zich bij mij dus in wisselend zweet, angst – en koud zweet, met uiteenlopende geuren die ik vaak vergeefs probeer tegen te gaan door me vaker te wassen, vaker kledij te wisselen en vaker deodorant te spuiten, waar ik echter allergisch aan ben, waardoor ik ook nog eens extra pilletjes moet slikken. Om nog maar te zwijgen over de stress die buren en anderen in mijn omgeving veroorzaken omdat ze letterlijk of figuurlijk de bloemetjes of hun stereoboxen willen buiten zetten.
In bladen waarin aprilstress vaak te sprake komt, zoals de Flair, Libelle, Feeling, Goed Gevoel enzovoort, staan tips waar ik meestal niet zoveel aan heb. Vooruitplannen doe ik al, tijd voor mezelf nemen eveneens, actief blijven probeer ik in alle macht, meer steun zoeken lukt niet zo goed, en aprilstress aanvaarden is mooi en wel maar het blijft vervelend.
Zelf probeer ik mijn aprilstress te bekampen met rituelen en routines, en extra aandacht te besteden aan nachtrust en me niet te veel laten opjutten door mensen die graag willen dat bepaalde acties nog worden ondernomen voor de zomervakantie of voor het einde van een boekhoudkundig – of academiejaar. Ik probeer ook nog te genieten van de tussenseizoenen waarin ik me meestal het beste voel. En ik probeer energie te vinden en de laatste hand te leggen aan mijn zomerplanning. Verder tracht ik, met de nodige ondersteuning (mensen en hulpmiddelen), positief te denken over leuke dingen die me zouden kunnen overkomen, nieuwe positieve kansen die plots op mijn weg komen en mooie mensen die ik zal ontmoeten waarvan ik dacht dat ik hen nooit zou vinden.