Als alle breinen werken van Saskia Schepers

Af en toe lees ik een boek dat iedereen me aanraad, waarvan gezegd wordt ‘dat is een voltreffer, dat moet je lezen’. Uit ervaring weet ik dat dit soms zo is, maar vaak ook niet. Ik had het voor met ‘De Celestijnse Belofte’, ‘Het Goddelijke Monster’, ‘Mieke Maaike’s Obscene Jeugd’, ‘De allesbevattende Gids voor Marketing van Philp Kotler’ en nu ook met dit boek, Saska Schepers’ boek ‘Als alle breinen werken’. Ik vond het al een vreemde titel, omdat alle breinen sowieso werken, anders zouden ze hersendood zijn, maar toch gaf ik het een kans. Met hiernavolgende analyse als gevolg. Voor liefhebbers van statistiek: het duurde 11 maanden vooraleer ik het uithad.

Een blik op het boek en de inhoud

Saskia Schepers’ “Als alle breinen werken” biedt een volgens haar gedetailleerde verkenning van neurodiversiteit op de werkvloer en pleit voor een inclusieve omgeving waar ieder brein optimaal kan presteren. Het boek is opgedeeld in drie delen en combineert theoretische inzichten met praktijkvoorbeelden en concrete hulpmiddelen.

In het eerste deel legt Schepers uit wat neurodiversiteit inhoudt: de verscheidenheid in denken, leren en informatieverwerking bij mensen. Ze vergelijkt het met biodiversiteit en benadrukt dat er geen standaardbrein bestaat. Neurodiversiteit omvat onder meer autisme, ADHD, dyslexie, hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit. Schepers stelt dat neurodiverse teams innovatie en samenwerking kunnen bevorderen, mits de werkomgeving goed is aangepast. Ze introduceert ook het concept van “spiky profiles”, waarin neurodivergente personen zowel uitzonderlijke talenten als significante uitdagingen hebben.

Het tweede deel richt zich op de praktische toepassing van neurodiversiteit binnen organisaties. Schepers bespreekt de rol van leidinggevenden, teamleden en HR-afdelingen in het creëren van een ondersteunende omgeving voor neurodivergente werknemers. Ze biedt concrete hulpmiddelen zoals de breinhandleiding, een tool waarmee werknemers hun specifieke behoeften en voorkeuren kunnen communiceren. Flexibele werkuren, rustige werkplekken, duidelijke communicatie en een cultuur van openheid en begrip zijn volgens haar cruciaal. Training en bewustwording voor leidinggevenden en teamleden zijn essentieel om de voordelen van neurodiversiteit volledig te benutten.

Het laatste deel biedt ‘diepgaande’ inzichten in verschillende typen neurodivergente breinen en hun specifieke kenmerken en behoeften. Schepers bespreekt achtereenvolgens autisme, ADHD, dyslexie, hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit afzonderlijk en geeft praktische tips voor zowel neurodivergente individuen als hun leidinggevenden en collega’s. Ze benadrukt de noodzaak van een inclusieve en flexibele werkomgeving en sluit af met een pleidooi voor voortdurende inspanning en aanpassing.

Hoewel Schepers belangrijke gesprekken op gang brengt over neurodiversiteit op de werkvloer, schiet het boek op verschillende fronten tekort. Als autistische ervaringsdeskundige met kennis van managementdenken en personeelstrategieën, ben ik van mening dat het boek waardevolle inzichten en praktische tips biedt, maar uiteindelijk de complexiteit en uitvoerbaarheid van een neuro-inclusieve werkomgeving onvoldoende adresseert. De auteur lijkt managementideeën te willen verwerken die niet noodzakelijk de kwaliteit en draagbaarheid van werk voor autistische mensen verbeteren.

Enkele sterke punten

Het boek heeft zeker zijn sterke punten. Ten eerste slaagt Schepers erin het concept van neurodiversiteit op de werkvloer onder de aandacht te brengen, hoewel haar omschrijving van neurodiversiteit vanuit wetenschappelijk oogpunt te wensen overlaat. Toch draagt het bij aan het veranderen van de perceptie van neurodivergente personen op de werkvloer.

Een tweede sterke punt is haar empathische benadering van leidinggevenden. Schepers benadrukt terecht de rol van leidinggevenden in het welzijn van neurodivergente werknemers en de noodzaak van begrip en flexibiliteit. Helaas laat ze de uitdagingen van de top-down en down-up communicatie onvermeld, waardoor de praktische toepasbaarheid beperkt blijft.

Ten slotte introduceert ze praktische hulpmiddelen zoals de breinhandleiding en reflectiesessies. Deze tools zijn nuttig voor het management, maar minder voor de rest van de organisatie, waardoor ze misschien beter thuishoren in een dure managementworkshop dan in dit boek.

Wat veel beter hard gekund

Tijdens het lezen stuitte ik op verschillende kritische punten. Schepers’ idealistische benadering negeert vaak de realiteit van veel werkplekken voor autistische mensen. Zelfs in begeleide en sociale werkplekken is er vaak weinig ruimte voor aanpassingen en flexibiliteit. Veel van haar suggesties zijn simplistisch en vaak niet haalbaar.

Het boek mist een diepgaande analyse van de specifieke uitdagingen waarmee autistische volwassenen op de werkvloer worden geconfronteerd. Er zijn andere Nederlandstalige boeken die hierin beter scoren en die Schepers had kunnen verwerken.

Daarnaast legt Schepers een aanzienlijke verantwoordelijkheid bij werkgevers en leidinggevenden, maar biedt ze weinig concrete strategieën voor werknemers om hun werkomgeving aan te passen. Er ontbreekt een duidelijke roadmap voor de toepassing van haar tips. Hoe kunnen organisaties deze veranderingen stapsgewijs doorvoeren? Welke concrete stappen moeten worden gezet om tot een neuro-inclusieve cultuur te komen? Deze vragen blijven onbeantwoord.

Bovendien voelde ik mij vaak gestigmatiseerd door de manier waarop neurodivergente personen worden afgeschilderd. Schepers lijkt neurodivergente individuen vooral te zien als buitengewone wezens met speciale krachten, niet als normale mensen met zowel sterke als zwakke punten. Dit gebrek aan authenticiteit en diepgang in het begrip van de dagelijkse werkelijkheid van neurodivergente werknemers is zorgwekkend en aanstootgevend.

Om af te ronden …

“Als alle breinen werken” is op het eerste gezicht een waardevol boek dat belangrijke gesprekken kan initiëren over neurodiversiteit op de werkvloer. Echter, het schiet tekort in het bieden van realistische, diepgaande en praktische oplossingen voor de uitdagingen waarmee neurodivergente individuen worden geconfronteerd. De idealistische benadering en het gebrek aan concrete implementatiestrategieën maken het moeilijk om de voorgestelde veranderingen daadwerkelijk in de praktijk te brengen. Er is behoefte aan een genuanceerde en pragmatische benadering die rekening houdt met de complexiteit van hedendaagse werkplekken en de specifieke behoeften van neurodivergente individuen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *