Hoe reageren op verzoeken om praktische hulp … autisme en sociale scenario’s

Het is een situatie die me regelmatig overkomt. Wanneer ik bij de ingang van een supermarkt aankom, pak ik een winkelwagentje en gebruik ik een muntje om het los te maken. Op dat moment nadert een man. Een man zonder opvallende kenmerken. Hij verontschuldigt zich en vraagt of ik een muntje heb. Hij heeft zich gehaast en is vergeten muntjes mee te nemen; hij heeft alleen zijn kaarten en mobiele betaalmiddelen bij zich. Helaas passen in onze winkelwagentjes alleen muntjes van 50 cent, 1 euro en 2 euro, of een plastic alternatief zoals ik gebruik.
Het lijkt een eenvoudige situatie, maar ik heb tijdens sociale vaardigheidstrainingen geleerd dat er meer bij komt kijken. Het gebeurt vaak dat mensen me om geld of hulp vragen, en ik heb geleerd hier op een goede manier mee om te gaan – of op z’n minst op de manier die als ‘goed’ wordt beschouwd. Toch heeft deze situatie al veel discussie opgeroepen in gezelschap.
Hoe reageren op een manier die zowel behulpzaam als veilig is, en zonder misbruik toe te laten
Hoe reageer je, niet alleen als autistisch persoon maar gewoon als mens, op een manier die zowel behulpzaam als veilig is? Hoe ga je in op een schijnbaar eenvoudige vraag zonder misbruik toe te laten? Toen ik er thuis met mijn partner over sprak, was ze duidelijk: we geven geen geld aan drugsgebruikers, en zeker niet als mensen met een handicap die al moeilijk rond komen. Mijn liefste houdt niet zo van omfloerst taalgebruik, uitdagingen en neurogedoe enzo. Ze spreekt vrijuit.
Ze doelde vooral op de mensen bij een station of supermarkt die ons om vijftig cent vragen voor iets te eten, drinken of om naar het toilet te gaan. Mensen die naast ons wandelen, snuiven dan wel eens ostentatief met hun neus, alsof ze willen duidelijk maken dat het om een druggebruiker gaat. De man bij de supermarkt leek volgens mij toch een ander profiel te hebben. Hij leek op het eerste gezicht meer het type dat maatschappelijk aanvaarde middelen gebruikt, zoals alcohol, zoetigheid of vette of gezouten troep. Ik kreeg de indruk van een gepensioneerde winkelier: een beetje te zwaarlijvig, een te grote auto, een te rood aangelopen gezicht en te versleten schoenen.
Gewoon een muntje geven?
Ik heb meteen nagedacht over de juiste manier om hiermee om te gaan. Het lijkt zo eenvoudig om gewoon een muntje te geven en direct behulpzaam te zijn, maar natuurlijk is dat niet de beste oplossing. Stel je voor dat je aan elke onbekende die je om geld vraagt zomaar toegeeft.
De meeste mensen die ik hierover spreek, geven me de raad ‘gewoon negeren’. Maar dat ‘gewoon’ lukt mij niet altijd. Soms lukt het wel, en kijk ik de man onbegrijpend aan, alsof ik een andere taal spreek, geef een ruk aan mijn winkelwagentje, en stap nors naar binnen. Vaak lukt het me niet, en kan ik nog net een zucht onderdrukken. Alweer, denk ik dan. Waarom toch?
Er zijn tal van mogelijke reacties in dergelijke situaties, elk met hun eigen ethische overwegingen en communicatieve uitdagingen. Van ‘ga naar een andere supermarkt’ tot ‘rot op’, en alle mogelijke variaties. De belangrijkste dilemma’s zijn volgens mij ‘Hoe kun je helpen zonder je eigen veiligheid in gevaar te brengen?’ en ‘In welke mate ben je verantwoordelijk voor het bijstaan van de persoon die je om hulp vraagt?’
Een snuifje empowerment, of een poging ertoe
Mijn grondhouding in deze situatie is dat ik de man wil helpen, maar dan op een manier waarop hij zichzelf de volgende keer kan helpen en niet afhankelijk wordt van liefdadigheid. Een snuifje empowerment dus. Of ik doe toch een poging.
Toegegeven, ik moet me even vaak inhouden om hem geen preek te geven over voorbereiding, planning en voorzienigheid. En ik moet ook vaak mijn kiezen op elkaar houden om niet te vragen of hij zijn geld, autosleutels en boodschappenlijst wel bij zich heeft. Maar dat doe ik niet. Mensen moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen, spreek ik mezelf streng toe. Als hij straks bij de kassa staat en vergeefs naar geld zoekt, is dat zijn eigen fout.
Vier beste suggesties volgens mij
De vier beste suggesties in deze situatie zijn volgens mij:
- voorstellen om een winkelmandje te gebruiken,
- verwijzen naar de klantenservice voor hulp (of voor een plastic muntje),
- voorstellen om terug naar huis gaan om een muntje te halen,
- vlakaf zeggen ‘nee, helaas voor u heb ik geen muntje’.
Dat laatste krijg ik meestal niet over mijn lippen. De andere acties lukken me wel, en geven me het gevoel toch geholpen te hebben. Natuurlijk veronderstel ik dan dat er mandjes beschikbaar zijn in de winkel, en dat iemand van de klantenservice bereid is te helpen.
Een recent voorbeeld
Gisteren nog kon ik deze suggesties uitproberen. Een man vroeg me om een muntje. Ik suggereerde hem een of meerdere mandjes te halen, of iemand van de klantenservice van de supermarkt aan te spreken. Ik stelde voor dat hij in het uitladen in zijn auto koos enkel stevige kartonnen dozen die vaak bij de uitgang van de supermarkt beschikbaar zijn voor klanten die hun aankopen willen sorteren. Ik wenste hem nog een fijne dag. Vervolgens draaide ik me om en reed richting de ingang van de winkel.
Klootzak
Haast onhoorbaar, maar toch duidelijk genoeg, hoorde ik achter me nog de uitroep ‘klootzak!’. Nou, dat weet ik dan ook weer, dacht ik, misschien was het toch minder gemeend dan ik dacht, en ging verder met mijn boodschappen. Ik heb de man na mijn aankopen niet meer teruggezien.