10 misleidende ideeën binnen de autismegemeenschap … autisme en beeldvorming

1. “Je bent pas autistisch als je het label omarmt.”
Klinkt stoer, maar geldt dat voor iedereen? Voor sommigen mogelijk wel. Voor anderen is het vooral: overprikkeling, uitputting, paniek van een tikkende klok. Je zou geen superkracht nodig moeten hebben om zorg of respect te verdienen. Autisme gaat niet alleen over talent of doorzettingsvermogen, maar ook over grenzen, kwetsbaarheid en de wens naar rust. Onderzoek laat zien: autistisch zijn omvat zowel pijn als potentieel, zowel passie als protest. Wie het uitsluitend als kracht benoemt, maakt het moeilijker voor wie even niet wil uitblinken, maar gewoon wil zijn. De werkelijkheid is veelzijdiger – met evenveel ruimte voor stilte als voor schittering.
2. “Je bent pas autistisch als je het label omarmt.”
Sommigen doen er jaren over om het woord “autisme” hardop te zeggen. Anderen komen er niet toe. Een diagnose krijgen die aansluit bij wie je bent, is niet vanzelfsprekend en een voorrecht. Je hoeft niet met een autistische vlag te zwaaien om echt te zijn. Echtheid zit niet het omarmen of publiekelijk iets mee doen, maar in het dagelijks bestaan. Elke ontmoeting kan een getuigenis zijn.
3. “Maskeren is per definitie slecht en moet afgeleerd worden.”
Dat maskeren per definitie slecht is, en ontmaskeren goed, is erg zwart-wit, rigide en te simplistisch gedacht. Maskeren kan uitputtend zijn, ja, maar voor veel autistische mensen is het ook een manier om te overleven – op het werk, in de winkel, tijdens een familiebezoek. Het is niet altijd schaamte, soms is het strategie. Of noodzaak. Het veroordelen van maskeren creëert opnieuw een norm: een nieuw ‘moeten’. Echte keuzevrijheid betekent ruimte om wél of niet te maskeren, afhankelijk van wat je nodig hebt. Niet alles hoeft afgelegd, integendeel. Soms beschermt een masker precies, net als een zonnebril of een paraplu, tegen al te barre omstandigheden.
4. “We moeten af van het medisch model.”
“Weg met het medisch model,” klinkt bevrijdend – maar het is geen zwart-witverhaal. Ja, het model heeft schade veroorzaakt. Maar het bood ook taal, erkenning en toegang tot zorg en ondersteuning. Het gaf autistische mensen bestaansrecht in een wereld die hen vaak negeerde. Voor velen betekende het: het ligt niet aan mij. We hoeven het niet af te schaffen, maar uit te breiden. Diagnose en waardigheid kunnen samengaan. De toekomst vraagt geen of/of, maar en/en/ook: ruimte voor medische, sociale én ervaringsgerichte perspectieven. Niet om te kiezen, maar om te begrijpen. Autisme is geen categorie, maar een veelstemmig verhaal.
5. “Autisten liegen niet. We zijn altijd eerlijk.”
“Autisten liegen niet, we zijn altijd eerlijk.” Klinkt mooi, maar klopt niet voor iedereen. Sommige autistische mensen zijn uitgesproken eerlijk, anderen niet. Eerlijkheid is geen vast neurologisch kenmerk, maar een persoonlijke stijl, soms ook een strategie. Dit cliché lijkt positief, maar maakt ons tegelijk kwetsbaar of rigide in de ogen van anderen. Bovendien: echte eerlijkheid betekent ook het recht om te zwijgen, om grenzen te trekken, om niet alles te delen. Eerlijk zijn mag, maar moet niet altijd. Ook autistische mensen hebben recht op nuance, complexiteit en keuzevrijheid in wat ze wel of niet vertellen.
6. “Een diagnose is overbodig. Je bent gewoon neurodivergent.”
“Je bent gewoon neurodivergent, een diagnose is niet nodig.” Voor sommigen werkt die brede term bevrijdend. Maar voor anderen biedt een officiële diagnose net houvast, erkenning en toegang tot zorg. Het benoemt iets dat al lang gevoeld werd, en schept duidelijkheid waar verwarring was. “Neurodivergent” klinkt open, maar mag het specifieke van autisme niet uitwissen. Niet iedereen voelt zich geholpen met vage labels. Sommige mensen hebben nood aan scherpte, aan een woord dat klopt. Vrijheid is ook: kunnen kiezen voor helderheid, zonder oordeel. Een classificatie en diagnose is niet overbodig – soms is het precies wat nodig is om op weg te gaan om jezelf te begrijpen.
7. “Autisme is een evolutionair voordeel.”
“Autisme is een evolutionair voordeel” klinkt wetenschappelijk, maar is vooral speculatief. Ja, er zijn theorieën over systemisch denken of bijzondere waarneming, maar zelfs als dat klopt: moet je nut bewijzen om waarde te hebben? Evolutie draait niet om rechtvaardigheid – en dat zouden wij ook niet moeten eisen van elkaar. Autistische mensen hoeven geen superkrachten te hebben om erbij te horen. Je bestaansrecht hangt niet af van wat je bijdraagt en overstijgt.. Je hoeft geen verklaring of voordeel te zijn in een groter systeem. Je mag gewoon bestaan, precies zoals je bent. Waarde zit niet in nut, maar in menselijkheid..
8. “Autisten zijn intelligenter. Of spiritueler. Of allebei.”
De uitspraak “autisten zijn intelligenter of spiritueler” generaliseert en creëert nieuwe stereotypen. Hoewel sommige autistische personen uitzonderlijke cognitieve of introspectieve vermogens hebben, toont onderzoek aan dat autisme gepaard gaat met grote neurodiversiteit in intelligentie, spiritualiteit en beleving (Happé & Frith, 2020). Deze verschillen zijn geen tekorten, maar uitingen van variatie binnen de autismegemeenschap. Overwaardering van zogenaamd ‘positieve’ eigenschappen kan leiden tot prestatiedruk en uitsluiting van wie hier niet aan voldoet. Niet elk autistisch leven is uitzonderlijk – en hoeft dat ook niet te zijn. Erkenning betekent niet idealiseren, maar ruimte geven aan echte, diverse, persoonlijke ervaringen.
9. “Autisme is gewoon een sociaal construct.”
“Autisme is gewoon een sociaal construct” is deels waar, maar onvoldoende. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat autisme zowel neurobiologische gronden heeft als sociaal-cultureel wordt geïnterpreteerd. Hoe we autisme begrijpen, benoemen en waarderen, is sterk contextueel bepaald. Toch ervaren veel autistische mensen autisme niet als ‘bedacht’, maar als lichamelijk reëel: in sensorische prikkels, energiehuishouding, communicatiestijl. Autisme is geen louter cultureel label, maar een geleefde realiteit die zowel neurologisch als sociaal gevormd is. Het is geen of/of, maar én/én: autisme is tegelijk ingebed in het brein én in de samenleving. Constructie en conditie overlappen.
10. “Alleen autisten begrijpen autisten.”
Gedeelde ervaring kan verbinden, absoluut. Toch schiet de uitspraak “alleen autisten begrijpen autisten” tekort. Tussen autistische mensen bestaan enorm grote verschillen in communicatie, sensoriek en coping. Autistische mensen verstaan elkaar niet beter dan anderen of werken niet beter met elkaar dan met andere neurotypes. Begrip en samenwerking hangt vooral af van de empathische afstemming en wederzijds luisteren. Solidariteit bloeit vooral waar mensen bereid zijn om werkelijk naar elkaar te luisteren, ongeacht neurotype.
Waar het echt over gaat
Deze uitspraken komen meestal voort uit goede bedoelingen. Uit hoop, uit pijn, uit een verlangen erbij te horen. Maar zodra ze regels worden, gaan ze wringen. We hebben geen slogans nodig, maar verhalen. Geen dogma’s, maar tegenstrijdigheden. De waarheid over autisme is geen simpele zin. Het is een lappendeken van ervaringen, vol spanning en nuance. En soms is het meest radicale wat je kunt doen: vrede sluiten met de rommeligheid.
Laten we ruimte maken. Niet alleen voor wie op ons lijkt, maar ook voor wie dat níét doet..