Mijn worsteling met ‘ik weet het niet’ … autisme en twijfel

Foto van Dex Ezekiel op Unsplash

Ik heb al zolang ik me kan herinneren een ingewikkelde relatie gehad met die vier woorden: “Ik weet het niet.” Ik sprak ze overtuigd uit vanuit intellectuele eerlijkheid, een teken van mijn bereidheid om echtheid boven een gemaakte houding te stellen. Naarmate ik ouder word, begin ik me af te vragen of ik mezelf niet heb misleid—of wat ik aanzag voor diepgang misschien gewoon een vorm van comfortabele ontwijking was.

De Verleidelijke Waarheid van Onwetendheid

Er was een tijd dat ik trots was op mijn bereidheid om “ik weet het niet” te zeggen. Terwijl anderen zich haastten met snelle antwoorden, trok ik me terug in wat ik beschouwde als intellectuele nederigheid. Ik vertelde mezelf dat mijn stilte niet leeg was, maar vol—een complex innerlijk proces dat kwaliteit boven snelheid verkoos. Mijn onzekerheid was geen tekortkoming, maar een teken van verfijning, van een geest die te genuanceerd was voor simpele antwoorden.

Deze houding voelde nobel. Ik was niet zoals die anderen die met halfbakken meningen strooiden. Ik was authentiek, kwetsbaar, eerlijk over mijn beperkingen. Mijn “ik weet het niet” was een vorm van intellectuele integriteit in een wereld vol oppervlakkige zekerheden.

Maar nu vraag ik me af: hoe vaak gebruikte ik die woorden om mezelf te beschermen tegen het risico van fout zijn? Hoe vaak was mijn zogenaamde nederigheid eigenlijk een vorm van intellectuele lafhartighet?

De Ontmoeting met Mijn Eigen Privilege

Het duurde jaren voordat ik besefte hoe bevoorrecht mijn positie was. Ik kon me de luxe van onwetendheid veroorloven omdat de gevolgen voor mij minimaal waren. Mijn vrienden accepteerden mijn filosofische onzekerheid, mijn collega’s werkten om me heen, mijn familie vulde de gaten aan die ik achterliet.

Maar wat gebeurde er met de mensen die iets van me nodig hadden? Die vriend die advies zocht over een moeilijke beslissing, terwijl ik me verschool achter “ik weet het niet zeker genoeg om iets te zeggen.” Die collega die mijn perspectief wilde op een project, terwijl ik bleef volhouden dat ik meer tijd nodig had om na te denken. Mijn lezers die me vragen stelden over de wereld, terwijl ik wegglipte in mistige onzekerheid.

Ik begon te zien dat mijn intellectuele purisme soms neerkwam op emotionele afwezigheid. Mijn weigering om onvolmaakte antwoorden te geven was ook een weigering om volledig aanwezig te zijn voor de mensen die me nodig hadden.

Het Besef van Verlamming

Ik dacht over mijn innerlijke proces altijd in romantische termen: een “kolkende storm van ideeën,” een geest die “overweldigd werd door te veel mogelijkheden.” Maar als ik eerlijk ben, was het vaak gewoon verlamming. Niet de verfijnde onzekerheid van een diepdenker, maar de simpele onmacht van iemand die niet wist hoe hij moest kiezen.

Perfecte antwoorden bestaan zelden. De meeste beslissingen in het leven gebeuren met onvolledige informatie, onder tijdsdruk, met concurrerende belangen. Mijn verwachting om ooit volledige helderheid te vinden was vaak gewoon een manier om beslissingen te vermijden, verantwoordelijkheid te ontlopen, mezelf te beschermen tegen de mogelijkheid van fouten.

Ik realiseerde me dat mijn zogenaamde diepgang soms voortkwam uit iets veel banaler: de angst om te falen, om bekritiseerd te worden, om ontmaskerd te worden als iemand die het ook niet altijd wist.

De Gemiste Kansen

Het pijnlijkste besef was hoeveel ik had gemist door mijn toevlucht tot “ik weet het niet.” Hoeveel gesprekken ik had vermeden, hoeveel ideeën ik niet had gedeeld, hoeveel verbindingen ik niet had gemaakt. Mijn stilte beschermde me tegen kritiek, maar sloot me ook af van groei.

Ik dacht aan alle momenten waarop ik een half gevormd idee had, een voorlopige mening, een intuïtie die misschien nuttig zou kunnen zijn—en het voor mezelf hield omdat het niet perfect was. Hoeveel van die gesprekken die ik “eindeloos en circulair” noemde waren eigenlijk kansen om te leren, om mijn denken te testen, om bij te dragen aan iets groters dan mezelf?

Persoonlijke groei gebeurt niet in de veilige ruimte van toegegeven onwetendheid. Het gebeurt in het rommelige gebied waar onvolledige ideeën botsen, waar half-waarheden worden getest, waar de bereidheid om fout te zijn ruimte maakt voor de mogelijkheid om te leren.

Een Nieuwe Eerlijkheid

Langzaam ben ik een andere soort eerlijkheid gaan oefenen. In plaats van “ik weet het niet” ben ik gaan experimenteren met “ik weet het niet zeker, maar dit is wat ik denk…”, “Voor zover ik weet …”, ‘Als ik me niet vergis, zou het kunnen dat …” enzovoort. Het voelt riskanter, kwetsbaarder, maar ook genereuzer.

Ik heb geleerd dat ik niet alles hoef te weten om iets nuttigs bij te dragen. Mijn gedeeltelijke inzichten, gecombineerd met die van anderen, kunnen samen iets creëren dat completer is dan mijn individuele zekerheid ooit zou kunnen zijn. Mijn ervaring, hoe beperkt ook, heeft waarde voor iemand die die specifieke ervaring niet heeft.

Nu probeer ik mijn onzekerheid niet als een eindpunt te behandelen, maar als een startpunt. “Ik weet het niet” wordt het begin van een gesprek, niet het einde ervan. Een uitnodiging tot gezamenlijke verkenning in plaats van individuele terugtrekking.

De Moed van Imperfectie

Wat ik nu als echte moed herken, is niet de elegante toevlucht tot onwetendheid, maar de bereidheid om onvolmaakte gedachten te delen. Het risico nemen om nuttig te zijn, ook als dat betekent dat ik fout zou kunnen zijn. De kwetsbaarheid om mezelf bloot te stellen aan kritiek in ruil voor de mogelijkheid van verbinding.

Dit is moeilijker dan mijn oude filosofie. Het vereist dat ik actief betrokken blijf in plaats van me terug te trekken. Het betekent dat ik verantwoordelijkheid neem voor mijn bijdrage aan gesprekken, relaties, situaties—zelfs als die bijdrage onvolledig is.

Maar het is ook veel levendiger. In plaats van de steriele ruimte van erkende onwetendheid, leef ik nu in het dynamische gebied van gedeelde imperfectie. Hier gebeurt echt leren, echte verbinding, echte groei.

Wat Ik Nu Geloof

Ik geloof nog steeds in intellectuele bescheidenheid, zelfs nederigheid. Ik denk nog steeds dat “ik weet het niet” soms het eerlijkste antwoord is. Maar ik geloof nu ook dat nederigheid en betrokkenheid samen kunnen bestaan. Dat onzekerheid en bruikbaarheid niet elkaar hoeven uit te sluiten.

De mensen in mijn leven hebben niet alleen mijn perfecte inzichten nodig—die heb ik toch niet. Ze hebben mijn aanwezigheid nodig, mijn bereidheid om mee te denken, mijn willigheid om te proberen, zelfs als ik niet zeker ben van het resultaat.

Misschien is de diepste eerlijkheid niet het toegeven dat ik niets weet, maar het erkennen dat ik net als iedereen werk met onvolledige informatie—en de beslissing om toch mijn best te doen. Om aanwezig te zijn. Om bij te dragen. Om het samen uit te zoeken.

Dat voelt minder veilig dan mijn oude inzichten, maar veel menselijker. En misschien is dat uiteindelijk wat eerlijkheid betekent: niet de zuiverheid van perfecte onwetendheid, maar de moed van imperfecte betrokkenheid.

2 Comments »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *