Het verhaal van Arjan

Mijn naam is Arjan. Ik ben vijfenvijftig, en ik zit met een lauwe koffie te kijken naar de tafel naast me. Een groepje collega’s, denk ik. Ze lachen om iets wat ons departementshoofd gezegd moet hebben. Eén man lacht net iets te hard, een vrouw knikt met een blik vol gespeelde instemming. Ik zie het allemaal gebeuren, als een film in een taal die ik niet spreek, en ik vraag me af wat ik al mijn hele leven vraag: hoe doen ze dat toch? Hoe weten ze dat?

Als ik de laatste jaren andere autistische mensen hoor praten, gaat het vaak over de uitputting van het dragen van een masker. Ik knik dan, omdat ik de eenzaamheid herken, maar de essentie begrijp ik niet. Ik raak al uitgeput bij de vraag hoe je zoiets überhaupt doet. Ze hebben het over het ‘optreden’ dat ze hun leven lang opvoeren, een rol gebaseerd op een script dat hen vreemd is. En terwijl ik luister, voel ik me een vreemde eend in de bijt, zelfs tussen de andere vreemde eenden. Want dat is niet mijn verhaal.

Ik heb nooit een script gekend. Ik heb nooit een masker kunnen aantrekken. Mijn verhaal gaat over de prijs die je betaalt voor een aangeboren, onbedoelde eerlijkheid – de reis van een man die zijn leven lang er niet toe gekomen is een kostuum aan te trekken maar toch op een groot verkleedfeest heeft rondgelopen.

Dat gevoel is zo oud als ik zelf ben. Op de speelplaats al. Ik begreep de regels van voetbal, maar niet de ongeschreven regels van het spel daarna: wie bij wie hoorde, waarom er plots ruzie was, wie de volgende dag weer beste vrienden zou zijn. Ik stond er vaker naast dan dat ik erin stond. In mijn schoolrapporten stond altijd die ene, vervloekte zin: “Arjan is een slimme jongen, maar sociaal vreselijk onhandig.” Onhandig. Alsof het een vaardigheid was die ik kon leren, als ik maar wat beter mijn best deed.

De echte klappen kwamen later, op de werkvloer. Ik was goed in mijn job, écht goed. Geef mij een complex probleem, een berg data, een onvertaalbare tekst, een hyperabstract concept dat uitgewerkt moet worden tot een toepassing, en ik vind de oplossing. Ik kon me uren focussen en zag patronen en oplossingen die niemand anders zag. Maar dan kwam het functioneringesprek. Om elkaar ‘beter te leren kennen’. Ik snapte niet waarom dat zonodig moest. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Mijn manager, een vriendelijke man, schoof wat ongemakkelijk op zijn stoel. “Arjan, man” zei hij, “je werk is uitmuntend. Cijfermatig ben je de beste.” Ik voelde een zeldzame trots opborrelen. Maar toen kwam de ‘maar’. “Maar… het team vindt je moeilijk benaderbaar. Je gaat nooit mee lunchen. En als je feedback geeft, ben je te direct. Mensen voelen zich aangevallen. Ik wil je nog een kans geven, je hebt zes maanden de tijd, maar als het niet verbetert zal je echt moeten gaan.”

Ik begreep er niets van. Ik gaf toch gewoon eerlijke feedback? Dat was toch de bedoeling? Wat had lunchen te maken met de kwaliteit van mijn analyses? Een half jaar later mocht ik vertrekken. Officiële reden: herstructurering. De echte reden: ik was geen ‘teamspeler’. Ik paste niet in het script.

In de liefde was het niet anders. Ik heb relaties gehad, zeker. Vrouwen die vielen voor mijn onverdeelde aandacht en mijn intense passie voor de dingen die me boeiden. Of voor mijn liefdevolle spel in bed. Maar het liep altijd vast op hetzelfde. Op de dingen die ik niet zag.

Ik herinner me een vriendin die in tranen vertelde dat haar kat was overreden. Ik was van streek voor haar, dus mijn hoofd deed wat het altijd doet: het zocht naar oplossingen. Ik vroeg of de kat verzekerd was, of alle documentatie ingevuld was, of ze al een afspraak had bij het crematorium. Ik probeerde haar praktisch te helpen. Wat ik niet deed, was haar vastpakken en zeggen: “Wat verschrikkelijk voor je.”

Ze zei later dat ze zich op dat moment nog nooit zo alleen had gevoeld. Ze dacht dat het me niets kon schelen. Terwijl mijn hoofd overuren draaide om haar pijn op te lossen, had zij alleen maar de warmte van een voorgeschreven reactie nodig. Een regel uit het script dat ik niet kende.

En dus zit ik hier. Vijfenvijftig jaar, een ontslag, een paar gebroken harten en een heel leven vol onbegrijpende blikken verder. Nu hebben ze er woorden voor. ‘Autisme’. ‘Maskeren’. Het geeft een naam aan de onhandigheid, aan de eenzaamheid, aan het gevoel altijd door de verkeerde deur naar binnen te stappen.

Mijn authenticiteit was nooit een keuze; het is mijn fabrieksinstelling. Er is geen opluchting aan het einde van de dag, er is alleen de voortdurende confrontatie met een wereld die mijn natuurlijke staat als storend, vreemd of onbeleefd ervaart. Ik heb vriendschappen zien verwateren, niet omdat ik een rol slecht speelde, maar omdat mijn ware ik als ‘te veel’ of ‘niet genoeg’ werd ervaren.

Na al die jaren ben ik tot een simpele conclusie gekomen. Het probleem ligt nooit bij mij, of bij eender welke autist die wel of niet maskeert. Het probleem is een samenleving die überhaupt van iedereen een toneelstuk verwacht. Het liefst wat opgeleukt of gedramatiseerd. Mijn ongemaskerde leven is geen protestactie; het is gewoon hoe ik besta. De wrijving die het veroorzaakt, bewijst voor mij dat het doel nooit zou moeten zijn om een autist te leren hoe hij een beter masker bouwt, maar om een wereld te creëren waarin niemand de noodzaak voelt om het script te leren.

Mijn leven is geen tragedie. Het is het verhaal van een eenvoudige man die nooit heeft getwijfeld aan wie hij was, simpelweg omdat hij nooit iets anders heeft kunnen zijn. En terwijl ik naar de lachende collega’s naast me kijk, denk ik dat die eerlijkheid – hoe pijnlijk en eenzaam ook – misschien wel de enige echte winst is die er te behalen valt.

4 Comments »

  1. Herkenbaar, vind het triest dat het niet is begrepen, enerzijds gebrek aan kennis en anderzijds geen intuitive collega. Zo jammer dat er geen bruggetje kon worden gevonden.

    Geliked door 3 people

  2. De manier waarop je “autisme” in jouw situatie hebt beschreven vind ik heel knap. Ik wens je succes met het omgaan ermee. In mijn kennissenkring ken ik ook iemand met ongeveer dezelfde verhalen. Hij kan er denk ik wel heel goed over praten, maar dat is waarschijnlijk alleen tegen heel bekende en vertrouwelijke personen.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *