Barbie zet haar koptelefoon op: Een revolutie in roze plastic of pure marketing? … autisme en beeldvorming

(c) Sam Peeters, 2025

Ze heeft een roze koptelefoon, een fidgetspinner en een tablet om te communiceren. De nieuwe Barbie met autisme zorgt wereldwijd voor opschudding. Sommigen juichen: “Eindelijk zie ik mezelf!” Anderen, waaronder experts, waarschuwen: “Dit is stereotiep en eenzijdig.” Een enkeling vraagt zich af waar auti-Ken blijft. Wat is er aan de hand in de wereld van roze plastic?

Wanneer de vijfjarige Mikko uit Las Vegas de nieuwe Barbie voor het eerst ziet, beginnen haar ogen te stralen. De pop heeft dezelfde koptelefoon als zij. Dezelfde fidgetspinner. Hetzelfde tablet om te praten.

“Het was bijna magisch,” vertelt haar moeder Precious Hill aan CNN. “Mama, kijk! Ze is net als ik!”

Mikko spreekt niet. Ze gebruikt een speciale tablet met communicatie-ondersteuning (AAC) waarmee ze kan communiceren door op plaatjes te drukken. En nu heeft haar Barbie dat óók.

“Autisme is vaak onzichtbaar,” legt Hill uit. “Dat Barbie het nu laat zien – iedereen kent toch Barbie – voelt echt goed. Het is belangrijk dat Mikko door het leven gaat en ziet: ik ben niet alleen.”

Voor Mikko is het simpel. Ze heeft eindelijk een pop die op haar lijkt. Maar buiten de kinderkamer is de discussie een stuk ingewikkelder.

Achttien maanden luisteren

Deze Barbie ontstond niet zomaar op een marketingafdeling. Speelgoedfabrikant Mattel werkte anderhalf jaar intensief samen met het Autistic Self Advocacy Network (ASAN) – een organisatie die volledig wordt geleid dóór mensen met autisme.

Colin Killick, directeur van ASAN, legt uit waarom dat zo belangrijk is: “Het is cruciaal dat jonge autistische mensen zich herkennen in vrolijke, echte afbeeldingen. En dat is precies wat deze pop is.”

Het ontwerp is tot in detail doordacht om aan te sluiten bij de leefwereld van autistische kinderen:

  • Beweging: Buigbare ellebogen en polsen, zodat de pop kan ‘stimmen’ (bijvoorbeeld flapperen met handen om emoties te reguleren).
  • Oogcontact: Haar blik is iets opzij gericht, omdat sommige autisten direct oogcontact moeilijk of intens vinden.
  • Kleding: Een loszittende jurk met korte mouwen en zachte stof, voor wie gevoelig is voor kriebelende kleding.
  • Accessoires: Een roze fidgetspinner die echt draait, een noise-cancelling koptelefoon en het communicatietablet.
Tranen van geluk (en wetenschappelijk bewijs)

Is dit nuttig of alleen leuk? Dr. Geraldine Dawson, autisme-expert aan Duke University, is duidelijk: “Autistische kinderen voelen zich vaak buitengesloten omdat ze anders zijn. Een pop die hun ervaringen laat zien, stuurt de boodschap: jullie tellen mee.”

Dit wordt ondersteund door de wetenschap. Onderzoek van Cardiff University toont aan dat spelen met poppen hersengebieden activeert die zorgen voor empathie. Kinderen oefenen onbewust met het begrijpen van anderen, juist door dit spel.

Op sociale media was de eerste reactie dan ook overweldigend positief. Actrice en activiste Chloe Hayden kon haar enthousiasme niet verbergen: “Toen ik opgroeide, zag ik mezelf nergens. Om mezelf nu in Barbie te kunnen zien, is ongelooflijk.”

De kritiek: “Stereotiep en eenzijdig”

Toch is niet iedereen enthousiast. In Vlaanderen reageren experts kritisch op de lancering. In een artikel van VRT NWS waarschuwen zij dat de pop een vertekend beeld kan geven.

Ilse Noens, hoogleraar orthopedagogie aan de KU Leuven, noemt het beeld “eenzijdig”. “De pop maakt bepaalde hulpmiddelen, zoals een fidgetspinner, zichtbaar. Dat kan een startpunt zijn voor een gesprek,” zegt ze. “Maar er bestaan betere voorbeelden. Denk aan Julia uit Sesamstraat. Aan haar uiterlijk kun je niet zien dat ze autisme heeft, maar wel aan hoe ze reageert. Dat vind ik mooi, want autisme is niet altijd zichtbaar.”

Ook Linda Sonck van de Vlaamse Vereniging voor Autisme (VVA) is sceptisch. Zij vreest dat de pop verwarrend kan zijn. “Een pop met autisme moet niet per se een andere outfit of accessoires krijgen,” stelt ze. “Een aparte pop maken kan net extra stereotyperend werken voor kinderen die zich niet herkennen in die specifieke eigenschappen.”

“Jij bent niet zoals ik”

Deze kritiek raakt een gevoelige snaar. Ze steunt de opinie van autisten die meer geĆÆntegreerd en verbaal zijn, en hun best doen om vooral niet op te vallen (‘maskeren’). Voor hen is autisme onzichtbaar. Een pop die volhangt met zichtbare hulpmiddelen voelt voor hen niet als herkenning, maar als een bevestiging van een clichĆ©: “Dus als ik geen koptelefoon draag, ben ik niet Ć©cht autistisch?”. “Waarom hebben ze gewoon niet gezegd dat Barbie al die jaren al autistisch was, zonder er iets speciaal mee te doen’, liet een autistische vrouw weten in een social media post.

De ironie zit hem zelfs in de jurk. Die was bedoeld om ‘prikkelarm’ te zijn (zacht en los), maar heeft wel felle paarse strepen. Op sociale media merkten autisten op: “Die strepen zijn visueel veel te druk en overweldigend.” Het laat zien hoe moeilijk het is om ƩƩn pop te maken voor zo’n divers spectrum. Dat is verrassend, omdat net andere autistische mensen, van wie gezegd wordt dat ze ‘van binnenuit’ weten wat autisme is (en dus ook hoe divers autisme is), die jurk hebben vormgegeven.

Een aangelegenheid van geprivilegieerden

De felste discussie gaat over privilege. Want wie bepaalt wat een stereotype is?

Instagrammer neuro.elfje merkte scherp op: “Aan alle witte autisten die roepen dat ze een hekel hebben aan deze ‘stereotype’ Barbie: zij is een bruine, niet-sprekende vrouw. Mensen die zwaar ondervertegenwoordigd zijn.”

Hier botst de ervaring van de autist met privileges met de autist die veel meer bevoordeeld is. Mensen die afhankelijk zijn van een tablet of koptelefoon, zoals Mikko, zijn blij dat hun hulpmiddelen eindelijk normaal worden gevonden. Zij worden vaak overschreeuwd door de groep die deze spullen juist als stigmatiserend ervaart en geenszins geassocieerd wil worden met de “profound autistics”. Eileen Lamb van de beruchte fondstank Autism Speaks vat het nuchter samen: “Ik denk niet dat het mogelijk is om het hele spectrum in ƩƩn pop te laten zien. Het is niet perfect, maar wel een stap.”

Is inclusie te koop?

Tot slot is er de vraag over geld. Mattel verdient miljoenen aan deze pop, maar communiceert dat dit geld terug naar de gemeenschap door de verspreiding van massa’s poppen naar pediatrie en kinderpsychiatrie.

Critici noemen dit ‘regenboogkapitalisme’: bedrijven die goede sier maken met diversiteit om te verkopen (“erbij horen in een doosje van 12 euro”), zonder de echte problemen aan te pakken.

Voorstanders van bewustwording van de diversiteit van autisme rollen met hun ogen. “Van alle uitdagingen die de autismegemeenschap heeft – wachtlijsten, discriminatie, werkloosheid – gaat een pop hier niets aan doen”, klinkt het internationaal.

Conclusie: Een spiegel van plastic

Is de autistische Barbie geslaagd? Voor de vijfjarige Mikko: Ja. Ze is niet meer alleen. Voor professor Ilse Noens: Nee, of toch niet helemaal. Het beeld is te eenzijdig. Voor de kritische consument: Nee. Het is diversiteitsmarketing. Voor Tistje: nee, ik wacht op een auti-Ken, ik voel mij als man in deze discussie niet gehoord. Daarom heb ik er maar zelf eentje gemaakt.

Misschien is dat precies de waarde van deze pop. Ze is niet perfect. Ze vertegenwoordigt niet iedereen. Maar ze heeft wel een cruciaal gesprek geopend: over wie er gezien mag worden, over onzichtbaarheid versus zichtbaarheid, en over de grens tussen marketing en emancipatie.

Ze is een spiegel. En wat we erin zien – hoop, irritatie, of herkenning – zegt vooral iets over onszelf. En zolang dat gesprek woedt, is ze meer dan alleen een stukje plastic.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *