Je plek vinden zonder jezelf te verliezen … autisme en acceptatie

Abstract schilderij met kleurrijke organische vormen en lijnen in blauw, oranje, rood en teal op een grijsblauwe achtergrond.
(c) Sam Peeters, 2026 (eigen creatie)

Een vaste baan, een diploma en alleen wonen. Dat zijn de klassieke manieren waarop de maatschappij succes meet bij volwassenen. Gelukkig zien onderzoekers steeds vaker in dat deze normen niet goed werken om te meten of autistische volwassenen echt een goed leven hebben.

Een recente studie van Wolpe, Tien en Cooper (2026) pakt het anders aan. Zij vroegen aan een selectie van autistische volwassenen wat zij zélf belangrijk vinden voor een goed leven. De antwoorden over het volgen van passies en het vinden van steun klinken hoopvol. Toch roept dit onderzoek ook kritische vragen op. Krijgen autistische mensen hiermee niet gewoon een nieuwe, even dwingende takenlijst?

Je hobby als verplichting

De studie laat zien dat autistische volwassenen hun sterke interesses heel goed kunnen gebruiken als een kracht. Deelnemers vonden veel plezier en richting in onderwerpen als schrijven, theater en film. De onderzoekers stellen dat een carrière maken van je passie beschermt tegen depressie en zorgt voor een beter gevoel.

Maar hier zit een groot risico in. Deelnemer Penelope omschrijft deze drang om productief te zijn als volgt:

“Denk aan de goede momenten die je hebt gehad, zoek uit waarom ze zo goed waren, en kijk of je dat onderwerp kunt nastreven en dan zoiets hebt van: oh mijn God, wacht. Ik kan hier een carrière van maken…”

Het idee dat je jouw passie móét gebruiken om geld te verdienen of succesvol te zijn, is een valkuil. Een hobby is vaak juist fijn omdat er géén druk op ligt en je er geen geld mee hoeft te verdienen. Als we autistische volwassenen aanmoedigen om van hun hobby een “duurzame carrière” te maken, leggen we de lat veel te hoog. Het recht om gewoon een hobby te hebben zonder er iets mee te moeten bereiken, verdwijnt zo naar de achtergrond.

Opkomen voor jezelf als onbetaald werk

Een ander belangrijk punt in de studie is het vinden van zingeving door op te komen voor de eigen rechten. Deelnemers lieten van zich horen op sociale media, leerden hun begeleiders over neurodiversiteit en schreven lokale politici aan om acceptatie te eisen. De studie stelt dat dit actievoeren niet alleen helpt om de wereld te verbeteren, maar ook zorgt voor innerlijke rust en meer verbinding met anderen.

Dit beeld is behoorlijk eenzijdig voorgesteld. Het legt namelijk de verantwoordelijkheid voor een betere maatschappij helemaal bij de kwetsbare groep zelf. Deelnemer Ari legt deze zware taak goed uit:

“De wereld probeert je op een bepaalde manier te laten zijn… het is jouw verantwoordelijkheid om jezelf als een boom te maken en andere mensen te vertellen: nee, jíj gaat maar opzij.”

Waarom is het de taak van de autistische persoon, of diens omgeving, om als een sterke boom de strijd aan te gaan met een wereld die niet wil veranderen? Hoe uitputtend dit is, blijkt uit de woorden van deelnemer Lila, die op haar werk meer begrip probeert te creëren:

“De plek waar ik nu zit heeft moeite met het identificeren van autisten met minder zichtbare ondersteuningsbehoefte, en ik heb mijn best gedaan om te pleiten en uit te leggen en overzichtsartikelen te geven… maar het valt behoorlijk in dovemansoren.”

Dit activisme zien als een manier om jezelf te ontwikkelen, negeert een onrechtvaardig gegeven: autistische mensen moeten heel veel onbetaald en vermoeiend werk doen om gewoon basisrespect te krijgen. Dat wordt nog versterkt door organisaties die hun vrijwilligerswerk zien als ontspanning, zonder hen iets te vergoeden.

Zelfacceptatie lost het echte probleem niet op

De studie besteedt veel aandacht aan het afleren van stigma en de weg naar zelfacceptatie. Deelnemer Ellis omschrijft dit proces als volgt:

“Eén ding dat ik deed, was veel afleren. Het afleren van de maskers die ik had opgezet om in de maatschappij te passen. Het afleren van het gedrag dat ik had aangeleerd om normaler te lijken. Dat afleren maakte mijn stress vrij… zodat ik gestrest kon zijn over dingen die er echt toe deden.”

Hoewel deze zelfacceptatie heel mooi is voor de persoon zelf, maakt de studie hier een maatschappelijk probleem te veel tot een persoonlijk probleem. Deelnemers maskeerden (zich anders voordoen) niet voor hun plezier; ze deden zich op zo’n manier voor om strenge oordelen en discriminatie te voorkomen. Deelnemer Noah vat deze harde realiteit samen:

“Mijn middelbare school was een te vijandige plek voor mensen die neurodivergent waren. Het was geen veilige plek.”

Maskeren is voor hen dus een logische manier om te overleven in een onveilige omgeving. Door de nadruk te leggen op het ‘afleren’ van dit masker en trots te zijn op wie je bent, vergeet de studie iets belangrijks: de omgeving die dit gedrag afdwingt, blijft buiten schot. De mensen die het ‘maskeren’ (of eigenlijk gewoon goed je best doen) afleren, worden zo aangeschoten wild. Meer persoonlijk zelfvertrouwen lost namelijk geen discriminatie op school of op de werkvloer op.

Wie wordt er alweer vergeten?

Tot slot is er in deze studie iets grondig mis met de selectie van de deelnemers, wat de onderzoekers zelf ook deels toegeven. De zeventien geïnterviewden werden vooral gevonden via sociale media en via een organisatie die kunstenaars helpt aan werk. Dit betekent dat we vooral verhalen horen van mondige, zelfbewuste, digitaal vaardige autistische volwassenen die al goed kunnen praten over hun gevoelens, goed voor zichzelf kunnen opkomen en onderwijs kunnen volgen.

Wie ontbreekt er in dit zogenaamd succesverhaal? De autistische volwassenen die te moe of overprikkeld zijn of gewoon geen reden zien om nog een groep gelijkgestemden te zoeken. Mensen met een verstandelijke beperking, mensen die geen tijd hebben omdat ze werken en zorgen tegelijk, mensen die niet of nauwelijks spreken, of mensen die permanent veel zorg nodig hebben. Door te stellen dat een succesvol leven ligt in “het omarmen van gerichte interesses, neurodivergente (sic) gemeenschap en in belangenbehartiging”, ontstaat er een nieuw, onrealistisch ideaal waar een grote groep autistische mensen nooit aan zal kunnen voldoen.

Een echt goed en ondersteund leven zou volgens mij geen dergelijke zware voorwaarden mogen hebben. Het zou niet mogen verwachten (of eisen) dat je geld verdient met je hobby, dat je (op een gepaste manier) onvermoeibaar opkomt voor je rechten, of dat jij je mentaal moet wapenen tegen een maatschappij die discrimineert. Echte acceptatie betekent dat de samenleving (ook de autismegemeenschap) ruimte maakt voor het recht om – in alle rust en zonder buitengewone prestaties te hoeven leveren – te mogen zijn wie je bent.

Bronvermelding: Samara M. Wolpe, Ingrid S. Tien, Kate Cooper, “Working towards acceptance”: Autistic adults’ reflections on finding a place in the world, Research in Neurodiversity, Volume 2, 2026, 100074, ISSN 3050–5798, https://doi.org/10.1016/j.rin.2026.100074.

Geef een reactie