‘Op welk vlak ben je er tevreden mee om goed genoeg te zijn?’ … autisme en samenleven

Onlangs stelde Odard, een autistische lezer van mijn blog, me de vraag of ik soms het gevoel heb tevreden te zijn. Hij vroeg of ik soms het gevoel ervaar goed genoeg te zijn voor mezelf, voor anderen of voor de samenleving. Odard had dat gevoel naar eigen zeggen nog niet mogen ervaren. Hij deed volgens zichzelf zijn best en hoopte van mij te horen hoe hij er dichterbij zou kunnen geraken.
Goed genoeg zijn is voor mij ook een moeilijk iets. Vanuit mijn plaats in de wereld ervaar ik meestal een gevoel van ontoereikendheid. Dat is vooral op momenten dat ik feedback krijg over mijn onhandige pogingen om te voldoen aan verwachtingen en instructies. Die komen vaak onduidelijk of niet natuurlijk over bij mij. Toch wordt ik verwacht dat zelf, liefst voortijdig, aan te geven, en tegelijk voor te stellen hoe het dan wel moet. Als er nog tijd overblijft, wordt er dan, in de mate van het mogelijke, rekening met mij gehouden.
Ik vind het alvast geen goed advies dat ik dan maar zou moeten stoppen met het proberen te voldoen aan normen van anderen. Het advies dat ik moet ophouden met aandacht te geven aan sociale en maatschappelijke brengt mij volgens mijn ervaring pas echt grote problemen. Het idee dat je jezelf vrij kunt maken van de druk die de buitenwereld op je legt, lijkt voor sommige mensen misschien aantrekkelijk. Toch geeft dat advies volgens mij meer een placebo-effect, en isoleert het uiteindelijk nog meer dan voorheen. Ook al is het uit zelfbescherming, uiteindelijk ervaar ik dat mensen mij nog moeilijker kunnen begrijpen, eigen verklaringen en oplossingen verzinnen, wat uiteindelijk leidt tot nare consequenties.
Het vinden van een balans tussen voldoen aan verwachtingen en het behouden van je eigen welzijn, wat volgens mij in het algemeen ‘goed genoeg’ omvat, is volgens mij voor de meeste mensen, zeker autistische mensen, vaak een grote uitdaging. Ik wou dat ik je pasklare tips kon geven. Het heeft mij alvast geholpen in te zien dat ik niet alles zelf kan doen, en dat ondersteuning veel verschilt maakt, te erkennen dat ik niet alles kan wat anderen kunnen maar ook veel andere dingen net wel, en concreet te maken wat er wel al gelukt is. Ik heb bijvoorbeeld veel dingen die ik begonnen ben niet afgewerkt, maar al dingen samen vormen mezelf. Het is een beetje zoals Kintsugi, de Japanse kunst om scherven van keramiek of porselein met goud- of zilverkleurige lak weer te lijmen.
Wat voor mij ‘goed genoeg zijn’ zou kunnen betekenen, is dat ik mijn best gedaan heb. Het gevoel van goed genoeg zijn zou mij op het einde van een dag tevredenheid doen ervaren over mijn weliswaar gefaalde pogingen te communiceren en sociaal om te gaan zoals dat past. Het zou ook betekenen dat ik tevreden zou zijn over wat voor mij die dag gewerkt heeft. Ik zou tevredenheid voelen om iets te realiseren waar ik trots op ben, of dat ik iemand geholpen heb zodat die minder pijn heeft en zichzelf meer kan ontwikkelen. Voor mij zou het betekenen dat ik, ondanks alles, goed op weg ben om goed genoeg te zijn, dat ik die dag niet stilgezeten heb, en dat ik er, ondanks mijn mankementen en gebreken, recht heb op een maaltijd, in gezelschap van mijn liefste en onze kat, wat ontspanning en een rustige nacht.