Tistje is 18 jaar: Van vingeroefening tot eigen ritme (2008–2026)

Tistje.com is achttien jaar geworden, en dat is meer dan een verjaardagscijfer. Het is een heel leven aan teksten, vragen, twijfels en inzichten over autisme, relaties, werk, zorg en samenleven. In dit artikel vertel ik in toegankelijke taal wat er in die achttien jaar is gegroeid, welke thema’s terugkeren en hoe mijn denken mee veranderd is.
Hoe het begon: schrijven als reddingsboei
In 2008 begon ik Tistje.com als een soort oefening tegen schrijversblok. Ik was bang dat mijn inspiratie voor een column over autisme zou opdrogen, en dacht: als ik mijn vingers warm blijf schrijven, komt het wel goed. Wat een klein project had kunnen blijven, werd een grote verzameling teksten: duizenden blogs, en minstens evenveel concepten die het nooit haalden of later zijn verwijderd.
In die eerste jaren voelde de blog als een werkbank om mijn eigen hoofd te onderzoeken. Ik probeerde uit te rekenen waar het “mis” liep: waarom ik zo moe werd van gewone dingen, waarom werk en huishouden samen zo zwaar voelden, waarom sociale situaties me zoveel energie kostten. Ik gebruikte bijna wiskundige schema’s om energie, prikkels en rust te plannen, in de hoop de “softwarefout” in mij te vinden en te omzeilen.
Ik was toen nog vooral een “ingenieur van mijn eigen defect”: als ik het systeem in mijn hoofd maar goed genoeg begreep, kon ik het herstellen. In lezingen en boeken zocht ik naar passende uitleg, en op de blog verwerkte ik die kennis in verhalen over mijn dagelijks leven.
Van “wat is er mis met mij?” naar “hoe werkt mijn omgeving?”
Na een tijdje begon er iets te schuiven. Het werd me duidelijk dat mijn problemen niet alleen “in mij” zaten, maar ook in de omgeving: in verwachtingen, tempo, lawaai, onduidelijkheid, gebrek aan steun. Ik kwam in aanraking met het idee van “kwaliteit van bestaan”: je leven is niet alleen je diagnose, maar ook hoe je woont, werkt, liefhebt, rust neemt en keuzes kunt maken.
Op de blog begon ik niet alleen te schrijven over mijn fouten en tekortkomingen, maar ook over systemen: hulpverlening, beleid, werkvloer, gezin, onderwijs. Ik stelde vragen zoals:
- Wat gebeurt er als een werkplek geen rekening houdt met prikkels?
- Hoe voelt het als je telkens zelf de “flexibele partij” moet zijn?
- Wat doet het met je zelfbeeld als je altijd de uitzondering bent?
Zo verschoof mijn denken van “ik ben stuk” naar “ik bots op structuren die niet voor mij ge maakt zijn”. Dat neemt mijn eigen verantwoordelijkheid niet weg, maar plaatst die in een groter geheel.
Autisme als fruitsalade: geen rechte lijn
In veel verhalen over autisme wordt gesproken over een “spectrum” van licht naar zwaar. Ik merkte dat dit voor mij niet klopte. Sommige dingen lukken me in de ene situatie heel goed, maar in een andere situatie helemaal niet. Ik kan bijvoorbeeld zeer geconcentreerd schrijven, maar volledig vastlopen in een drukke winkel.
Daarom ben ik gaan denken in beelden. Een belangrijk beeld op de blog is de “fruitsalade”:
- Autisme is geen rechte lijn, maar een mix van sterktes en kwetsbaarheden.
- Die mix ziet er bij iedereen anders uit.
- En per situatie komen andere “stukjes fruit” meer op de voorgrond.
Dat idee noem ik developmental diversity: we verschillen niet alleen in karakter of talent, maar ook in hoe ons zenuwstelsel omgaat met prikkels, tijd, relaties en stress. De vraag wordt dan: welke omgeving maakt dat deze fruitsalade kan blijven bestaan zonder voortdurend gekneed te worden tot “normale puree”?
Taal, labels en beeldvorming: woorden doen mij iets (termen niet)
Een grote draad door achttien jaar bloggen is de zoektocht naar woorden. Toen ik mijn diagnose kreeg, voelde dat tegelijk als opluchting en als kooi. Eindelijk een woord dat verklaarde waarom ik anders reageer. Maar ook een woord dat anderen makkelijk kunnen misbruiken: “typisch autistisch”, “dus jij voelt niks”, “dus jij kan dit of dat niet”.
Op Tistje.com stel ik daarom vragen als:
- Wanneer helpt een label, en wanneer stopt het gesprek?
- Hoe praat je over autisme zonder het te verkleinen tot superkracht of drama?
- Welke slogans zijn gevaarlijk, ook als ze goed bedoeld zijn?
In teksten over beeldvorming en neurodiversiteit verzamel ik uitspraken uit media, boeken en sociale netwerken, en kijk ik wat ze met mensen doen. Ik ben kritisch voor gezeur over termen en medische taal die alleen naar defecten kijkt, maar ook voor modieuze taal die alle pijn wegwast met “trots” en “kracht”. Woorden zijn voor mij gereedschap, geen reclame voor een model.
Geen Peter-Vermeulen fan-club, wel aandachtige lezer
Sommige critici van deze blog mompelen wel eens meewarig dat ik er een Peter Verrmeulen-fanclub van maak. Het klopt dat de ideeën van dr. Vermeulen als een stevige draad doorheen mijn teksten lopen.
Vaak gaat het lezingen, cursussen, boeken of debatten waar ik zijn ideeën over autisme, betekenisverlening, geluk, het voorspellende brein of contextblindheid toets aan mijn eigen ervaringen. Soms schrijf ik nauwgezet verslag van zijn uiteenzettingen, soms gebruik ik een zin of voorbeeld van hem als startpunt en mijn eigen leven ernaast te leggen en te kijken waar het schuurt of het klikt.
In andere teksten komt hij subtiel terug als referentie in discussies over psychodiagnostiek, normaliseringsdwang of het verschil tussen weten over autisme en er elke dag mee leven. Zo vormen al die “Peter‑Vermeulen‑artikelen” samen geen fanrubriek, maar een doorlopende dialoog: een plek waar ik zijn werk telkens opnieuw naast mijn lijf, mijn relaties, mijn werk en de vragen van lezers le
Lezen, denken en doorgeven: 94 leesverslagen
In de loop der jaren heb ik bijna honderd boeken besproken die met autisme, psychologie, onderwijs of filosofie te maken hebben. Die leesverslagen zijn geen schoolse samenvattingen. Ik schrijf vanuit vragen zoals:
- Waar klopt dit met mijn ervaring?
- Waar schuurt het?
- Wat betekent dit voor iemand die al moe is van therapieën en adviezen?
Door te schrijven over wat ik lees, dwing ik mezelf om theorie en praktijk te verbinden. Veel mensen – studenten, hulpverleners, ouders – gebruiken deze leesverslagen intussen als startpunt: niet om het boek níet meer te lezen, maar om al met een kritische bril te beginnen.
Zo is Tistje.com ook een kleine bibliotheek geworden, waar kennis niet boven de hoofden zweeft, maar landt in echte levens.
Communicatie en sociale dingen: kleine scènes, grote vooruitzichten
Een groot deel van de blog gaat over communicatie en sociale vaardigheden. Niet in de vorm van lijstjes met tips, maar in kleine verhalen: een misgelopen telefoongesprek, een vreemde reactie op een compliment, een afspraak die plots verandert en me volledig van mijn stuk brengt.
Door zulke scènes nauwkeurig te beschrijven – hoe mijn hart sneller gaat slaan, welke gedachte door mijn hoofd schiet, hoe ik achteraf blijf piekeren – wordt zichtbaar dat “communicatieproblemen” niet alleen in mij zitten. Ze ontstaan in de botsing tussen verwachtingen, onuitgesproken regels en verschillende manieren van denken.
Korte rubrieken, zoals schrijfoefeningen of dailyprompts, helpen me om die momenten te vangen. Ze zijn licht en soms grappig, maar ook scherp. Humor is voor mij geen suikerlaag over pijn, maar een manier om helder te denken.
Ouders, hulpverlening en gedeelde zorg
Tistje.com gaat niet alleen over mijn eigen leven, maar ook over de wereld eromheen. Er zijn veel teksten waarin ouders, partners en hulpverleners voorkomen. Soms omdat ik hun verhaal mee vertel, soms omdat ik hun positie probeer te begrijpen.
Ik schrijf bijvoorbeeld over:
- Ouders die balanceren tussen loslaten en beschermen.
- Hulpverleners die willen helpen, maar vastzitten in regels en wachtlijsten.
- Jongvolwassenen die tussen kinderzorg en volwassenenzorg in vallen.
In al die verhalen speelt macht een rol: wie mag beslissen, wie wordt gehoord, wie wordt gezien als “moeilijk”, wie moet zich aanpassen? Ik probeer geen simpel “wij versus zij” te maken. Ik heb begrip voor overbelaste ouders én voor vermoeide hulpverleners, maar ook scherpe kritiek op systemen die mensen uitputten.
Liefde, relaties en wederkerigheid
Relaties zijn een van de meest gelezen thema’s op de blog. In het begin schreef ik vaak in de stijl van “hoe leef je met een man/vrouw met autisme?”, geïnspireerd door boeken die tips gaven aan partners. Later merkte ik dat dit mijzelf in een soort handleiding veranderde: een apparaat met gebruiksaanwijzing.
In teksten zoals “Van mij houden is topsport … autisme en relaties” verschuift de toon. Ik beschrijf niet alleen hoe moeilijk ik soms ben voor een partner, maar ook hoe moeilijk de wereld kan zijn voor mij. De kern wordt wederkerigheid:
- Niet één iemand die zich altijd moet aanpassen.
- Niet de “normale” partner als redder en de “autistische” partner als last.
- Maar twee mensen met elk hun beperkingen en verlangens.
Ik toon dat empathie geen eenrichtingsverkeer is. Ook niet‑autistische mensen kunnen moeite hebben met het zien van autistische gevoeligheid. Dan is het niet eerlijk om alleen te zeggen: “autisten hebben geen empathie”.
Emoties, burn-out en het lichaam dat meeschrijft
Een belangrijk zwaartepunt in het archief is psychische gezondheid: burn‑out, depressie, verslaving, schaamte, angst. Autistische burn‑out beschrijf ik als een toestand waarin alle interne reserves op zijn, en er geen “poetsteam” meer is om de rommel in je hoofd nog op te ruimen.
In blogs over vergaderingen, online meetings en drukke periodes leg ik uit hoe ogenschijnlijk normale dingen voor mij tot totale overbelasting kunnen leiden. Na een vergadering heb ik soms letterlijk tien minuten nodig om uit het raam te staren, niet omdat ik lui ben, maar omdat mijn systeem tijd nodig heeft om alles te verwerken.
Ik schrijf ook over middelengebruik, dwangmatig gedrag en andere manieren waarop mensen proberen om met spanning om te gaan. Niet om te veroordelen, maar om de functie ervan te begrijpen: structuur, ontsnapping, pijn dempen, jezelf straffen. Toch blijf ik hier voorzichtig: ik benoem risico’s en pleit voor zorg die rekening houdt met autistische kwetsbaarheid.
In dit alles is het lichaam geen bijzaak. Vermoeidheid, spanning, pijn en prikkelbaarheid zijn signalen waar ik naar heb leren luisteren, soms pas na veel schade.
Werk, structuur en “productief zijn”
Werk is een terugkerend onderwerp, omdat ik sociaal‑agogisch ben opgeleid en zelf ervaring heb in de sector. Ik schrijf over mythes als “autisten zijn altijd eerlijk”, “werken het liefst alleen” en “zijn super in IT”. Zulke uitspraken lijken positief, maar zetten mensen vast. Als je een keer níet eerlijk bent, of wél graag in een team werkt, lijk je ineens geen “echte” autist meer.
In teksten over vormen van werk bespreek ik:
- Werk dat goed past door duidelijke taken, voorspelbaar ritme en ruimte voor diepte.
- Werk dat uitput door lawaai, multitasking en onduidelijke verwachtingen.
- De strijd tussen de wens om te “deelnemen” en de nood aan bescherming.
Ik vraag me af wat “productief zijn” waard is als de prijs een permanente staat van overbelasting is. Zelfstandig wonen en werken krijgen op de blog vaak een hybride vorm: combinaties van hulp, routines en digitale hulpmiddelen die het leven net haalbaar maken.
Community, gaststemmen en onderzoek
In de loop der jaren is Tistje.com meer geworden dan “mijn” blog. Steeds vaker duiken er gastbijdragen op: verhalen van lezers over late diagnose, wachtlijsten, relaties, werk en gezondheid. Mensen van verschillende leeftijden, genders en achtergronden vertellen hoe autisme in hún leven vorm krijgt.
Studenten en onderzoekers gebruiken de blog als bron voor papers, scripties en lezingen. Ze citeren stukken, stellen vragen, sturen hun werk op. Zo ontstaat er een wisselwerking: ik schrijf niet alleen over onderzoek, ik word er ook deel van.
Cijfers zoals 2,79 miljoen bezoekers zijn daarbij niet alleen “leuke statistieken”. Ze tonen dat er een grote behoefte is aan genuanceerde verhalen over autisme, buiten de snelle slogans om. Tistje.com is daardoor een soort bibliotheek én ontmoetingsplek geworden.
Autistisch volwassen denken: tegen nieuwe dogma’s
In de meest recente jaren ben ik steeds kritischer geworden op de eigen gemeenschap en op nieuwe modes rond neurodiversiteit. Ik zie hoe bedrijven, influencers en organisaties soms mooie woorden gebruiken (“inclusie”, “neurodivers”), maar weinig veranderen aan macht, tempo en verwachtingen.
Ik pleit daarom voor wat ik “autistisch volwassen denken” noem:
- Erkennen dat autisme meervoudig is: biologisch én sociaal, lijden én identiteit, beperking én andere manier van zijn.
- Geen nieuwe simpele verhalen maken (“autisme is altijd een superkracht” of “autisme is enkel een sociale constructie”).
- Zowel systemen kritisch bekijken als eigen verantwoordelijkheid nemen waar het kan.
Een belangrijke zin voor mij is: Tistje is geen instituut, maar een stem. Ik wil geen “spreekbuis voor alle autisten” zijn, maar wel eerlijk laten zien hoe mijn denken verandert, waar ik twijfel, waar ik van mening verander. Schrijven is hoe ik denk.
Een blog die blijft bewegen
Na achttien jaar is Tistje.com een ervaringsblog autisme die zichzelf blijft herschrijven. Oude teksten worden herlezen, gecorrigeerd, soms verwijderd, soms opnieuw gepubliceerd in andere vorm. Jaaroverzichten tonen waar de focus lag: op werk, op relaties, op burn‑out, op kunst, op politiek, op taal.
Toch blijven er drie vaste lijnen:
- Nuance: zodra een slogan te eenvoudig klinkt, ga ik op zoek naar de grijstinten.
- Dubbele beweging: ik kijk tegelijk naar mijn eigen keuzes én naar de systemen om me heen.
- Vertrouwen in woorden: ook als taal te klein is, blijf ik zoeken naar zinnen die kloppen voor mij én bruikbaar kunnen zijn voor anderen.
Tistje.com begon als vingeroefening tegen schrijversblok en is geëvolueerd tot een levend archief van wording. Geen eindpunt, wel een langgerekte komma: een plek waar ik, samen met lezers, blijf uitzoeken hoe autistisch leven er kan uitzien – in de realiteit van vandaag, met alle schoonheid en alle ruis die daarbij hoort.