Waarom de klik tussen autistische mensen vaak een krak blijkt … autisme en communicatie

Het is een hardnekkige mythe die de laatste jaren stevig standhoudt in het publieke debat: als je autistische mensen maar samen in één ruimte zet, lossen alle communicatieproblemen als sneeuw voor de zon op.
Sinds de introductie van theorieën en hypotheses over wederzijds onbegrip tussen verschillende neurotypes, wordt het contact tussen zogenaamde ‘cultuurgenoten’ (met de zogenaamde autismecultuur als veronderstelde gemeenschappelijke noemer), net iets te vaak als een magische sleutel tot de oplossing van misverstanden gepresenteerd.
Menselijke, en dus zeker autistische sociale omgang en communicatie, laat zich echter vangen in zulke simplistische schema’s.
Een recent kwalitatief onderzoek uit Australië en Nieuw-Zeeland onder 142 autistische volwassenen brengt een broodnodige nuance aan. Contacten en relaties tussen autistische mensen zijn geen automatische oase van rust. Ze zijn integendeel ingewikkeld, veeleisend en ja, ze leiden tot evenveel misverstanden. Het wordt tijd dat we autistische mensen als menselijk zien en kijken naar wat er écht gebeurt wanneer autistische mensen elkaar ontmoeten, overal, van in de huiskamer tot op de werkvloer.
Een herkenbare wereld zonder al te hard je best te doen
Voor veel autistische volwassenen is het contact met een andere autistische persoon in eerste instantie een verademing. In een maatschappij die grotendeels is ingericht op basis van algemeen aanvaardde verwachtingen, moeten zij vaak continu ’maskeren’ —oftewel hun natuurlijke reacties onderdrukken en hun best doen erbij te horen. Bij een autistische partner, vriend of collega zou die druk volgens de mythe vaak wegvallen.
Ik doe heel vaak pogingen om te maskeren, om te voldoen aan de verwachtingen, vooral op het werk tussen collega’s waarvan ik denk dat ze niet-autistisch zijn. Ik wil me vrijer voelen. Ik denk dat het gemakkelijker is om dat los te laten bij andere autistische mensen. – Deelnemer
Dit zorgt voor een verlangen naar een gevoel van emotionele veiligheid en diepe verbondenheid. Sommige autistische mensen verlangen naar situaties waarin ze de unieke uitdagingen, worstelingen en gevoeligheden van elkaar erkennen, zonder dat er telkens een lange gebruiksaanwijzing of verontschuldiging nodig is. Ze verlangen naar een context waarin ze simpelweg ‘zichzelf’ (zonder dat heel concreet te maken) kunnen zijn, in elk geval vrij van het constante bijsturen van hun gedrag door de buitenwereld.
De onzichtbare druk van de sociale batterij
Hoewel contacten en relaties met andere autistische mensen als gemakkelijker worden ervaren of verwacht, betekent dit geenszins dat ze moeiteloos zijn.
Een van de opvallendste conclusies uit het onderzoek is de aanzienlijke verstandelijke en emotionele arbeid die komt kijken bij het onderhouden van deze contacten. Sociale interactie blijft, ongeacht met wie autistische mensen omgaan, een intensieve energie-investering.
Binnen de autistische gemeenschap wordt dit vaak geïllustreerd aan de hand van de lichte metafoor van de ‘lepeltheorie’ (spoons).
- Uitputting als constante: Relaties met andere autistische mensen kunnen volgens de deelnemers weliswaar soms minder vermoeiend zijn, maar ze blijven nog steeds ronduit vermoeiend en soms zelfs meest uitputtend dan contacten met niet-autistische mensen die breder denken.
- Chronisch capaciteitstekort: Ook in contacten met autistische mensen, is er sprake van chronisch capaciteitstekort. Wanneer de energie of motivatie op is, dwingt autistische burn-out tot sociale terugtrekking en vermijding. Dit is geen onwil, maar pure noodzaak om te herstellen.
- Praktische en cognitieve barrières: Het plannen van afspraken, het onderhouden van contact en het omgaan met elkaars executieve disfuncties (zoals wanneer iemand ADHD, (rand)verstandelijke beperkingen, dwang, stemmingswisselingen, … heeft), zorgt voor een flinke extra belasting.
Gedeeld neurotype is geen garantie voor een klik
Het grootste misverstand dat de studie doorbreekt, is dat eenzelfde autismediagnose, zelfs met een ander karakter of persoonlijkheid of begaafdheid, hebben synoniem zou staan voor instant of authentiekere communicatie.
Autisme is immers geen monolithische identiteit; het is een spectrum van individuen met uiteenlopende autismekenmerken, achtergronden, karakters en levenservaringen. Persoonlijke compatibiliteit reikt veel verder dan een classificatie, categorie, (zelf)identificatie of diagnose.
Als een ander persoon autistisch is, betekent dit niet dat ik automatisch veel met hen gemeen heb. Ik zou eerder zoeken naar iemand met dezelfde interesses, die in mijn buurt woont en die vriendelijk is. – Deelnemer
Gemeenschappelijke hobby’s, gedeelde normen en waarden en een gelijkaardige sociaaleconomische achtergrond wegen in de praktijk vaak zwaarder door om tot een goed contact of een goede relatie te komen. Wanneer die diepere klik ontbreekt, voelt de sociale omgang te geforceerd en te moeizaam om lang aan te houden.
Wanneer rigiditeit botst: het onbesproken conflict
Misschien wel de belangrijkste bijdrage van het onderzoek is dat het de olifant in de kamer durft te benoemen: conflict binnen autistische relaties, contacten en communicatie.
In een stroom van overmatig positieve literatuur wordt dit weleens onder het tapijt geveegd, maar de praktijk is weerbarstiger. Want wat gebeurt er als twee personen met een sterke neiging tot rigide of zwart-witdenken een meningsverschil krijgen? Dan botst het hard, keihard.
Eerlijk gezegd botsen veel autistische mensen gewoon even vaak of vaker met elkaar. We zijn zo zwart-wit in ons denken dat het moeilijk kan zijn om over een meningsverschil heen te stappen. – Deelnemer
Veel autistische communicatiestijlen zijn allesbehalve complementair. Waar de één behoefte heeft aan extreme, ongefilterde directheid, kan de ander dat ervaren als een botte en kwetsende afwijzing. Sommige deelnemers uiten bovendien hun frustratie over een overmatig politieke, filosofische of ethische ingesteldheid of de neiging om van de diagnose de volledige identiteit te maken, wat de ruimte voor een open, genuanceerde conversatie vaak verstrikt.
Miscommunicatie is dus geen exclusief fenomeen tussen verschillende neurotypes, of tussen neurotypicals of neuronormatieve personen (wie die ook mogen zijn) en neurodivergenten. Het wederzijdse onbegrip is geen binaire grens, maar een continuüm waarin iedereen—ongeacht de diagnose of neurotype—steeds opnieuw hard moet werken om de ander te verstaan. Communicatie is voor iedereen een werkwoord, al is dat niet altijd even goed aan de ander te zien, en zijn er ook heel wat mensen die zich niet voldoende bewust zijn van hun communicatieve beperkingen.
Naar een realistisch model van verbinding
De conclusie van deze studie dwingt tot realisme. We moeten wegbewegen van het idee dat autistische volwassenen enkel bij elkaar redding of onvoorwaardelijke, authentieke contacten vinden. Contact tussen mensen met dezelfde ingesteldheid biedt een onmiskenbare en helende meerwaarde in de vorm van hanteerbaarheid en erkenning. Tegelijkertijd blijven deze verbindingen onderhevig aan de universele wetten van menselijke frictie, energietekort en individuele onverenigbaarheid.
Pas wanneer we erkennen dat ook relaties en contacten tussen mensen met autisme complex, vermoeiend en nog vaker pijnlijk onvolmaakt zijn, nemen we de leefwereld van autistische mensen écht serieus. Een diagnose verklaart in bepaalde mate het autistisch denken en de invloed op hoe men zich beweegt in de context, maar het is uiteindelijk de intermenselijke compatibiliteit die de relatie en omgang maakt of kraakt.
Minnell, H., Waddington, H., Jordan, P., Noble, B., & Bowden, C. J. (2026). “I accept them, they accept me, we enjoy our time together”: Autistic adults’ preferences and perceptions of relationships with other autistic people. Autism, OnlineFirst. https://doi.org/10.1177/13623613261451898