Adam

Er was een tijd dat ik me afvroeg waarom er films gemaakt werden met autisme als thema. Net zoals ik me afvroeg waarom iemand zo gek was om een themablog te vullen met teksten over autisme en zijn beleving daarvan.

Dat schoot me te binnen toen ik op mijn digitale filmnet onlangs keek naar Adam, een film over een jonge autistische man die plots voor allerlei onverwachte uitdagingen komt te staan. De voortreffelijke weblog van Kirayoshi inspireerde me daartoe, want doorgaans zijn dit soort films amper te vinden. Zeker niet in de cinema of videotheek.

Nochtans heb ik altijd nog mijn bedenkingen bij dit soort films. Ik huiver namelijk meestal als mensen zonder autisme een poging doen om ‘een autist’ neer te zetten. Het ontbreekt dan volgens mij aan vooral aan geloofwaardigheid.

Waarom films met autisme als thema weinig te maken hebben met autisme

Een paar dagen terug nog lees ik op een ‘mediasite’ dat iemand, die zich ‘een begeleider van mensen met autisme’ noemt, schrijft dat Dustin Hoffman in Rainman een prachtige vertolking van een autist neerzet.

Een paar reacties verder nuanceert de brave man dat Hoffman een geweldig personage speelt met oog voor detail met zijn eigenaardigheden. Aanvullend schrijft hij : “Als begeleider en in mijn persoonlijk leven heb ik heel wat ‘autisten’ ontmoet. Ik weet en besef dat een algemene doorsnede van het autisme-syndroom niet bestaat. Zoals iedereen die met autisme te maken heeft, weet ik dat er vele niveaus bestaan: van onbewust-zijn tot scherpzinnigheid. Een ding hebben ze gemeen: eigenzinnigheid.”

In een artikel van de BBC lees ik onlangs dat de meeste films over autisme die sinds 1988 in de bioscoop zijn gekomen weinig te maken hebben met autisme maar vooral met zogenaamde savantkwaliteiten.

In het artikel vraagt men zich af of deze films over autisme, voornamelijk dan de Engelstalige-Amerikaanse, niet vooral een antwoord willen bieden op de haast panische angst van bepaalde neurotypicals om zich op een dag te realiseren dat hun buur of collega of zelfs echtgenoot autistisch is, en zij er op ’t eerste gezicht ‘gewoon’ mee kunnen communiceren of samenwerken.

Dat laatste zou dan voor een ontzettende kortsluiting vormen in hun beeldvorming. Want in het denken van veel meer mensen dan we zouden denken, is een autistisch mens een niet-aanspreekbare savant. Een tester van informatica in een bedrijf, met bachelor – of masterniveau in handelen en denken, die je alleen benadert volgens afgesproken protocollen, een computergestuurd wezen met ‘aan’ en ‘off’ knop.

Van Rainman tot Adam

Het bekendst van alle demonstraties is wellicht wanneer Rainman (1988), nadat een doosje tandenstokers is gevallen, met een oogopslag kan vaststellen dat er 246 op de grond liggen.

Na het zien van de film heb ik dat ook eens geprobeerd maar helaas … ik zat er drie naast. Nog een reden waarom ik geen autisme kon hebben, dacht ik toen. Op een gegeven moment in ons leven is elke reden goed om een manier van zijn te ontkennen, wist ik later.

In 1998 zag ik voor ’t eerst Mercury Rising. Het verhaal van een negenjarige autistische jongen die zijn savantkwaliteiten gebruikte om een encryptiecode te breken. Zonder dat hij het zelfs ook maar vermoedde. Een mooie film, maar ik heb mijn twijfels of ze thuis hoort in een lijstje van films met (ondermeer) als thema autisme.

Een jaar of acht jaar zie ik Mozart & The Whale, soms ook ‘Crazy in Love’ genoemd, over twee autistische savants die verliefd worden. Of hoeveel mensen met autisme zijn er die met één blik op hun polshorloge weten hoelang ze bij een bedrijf hebben gewerkt ?

Anderzijds zijn er ook af en toe films met ‘autistische’ personages die niet ‘savant’ zijn. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de films Ben X & Snowcake. Daar ligt de nadruk volgens mij eerder op eigenzinnig gedrag en zintuiglijke gevoeligheden. Alweer wat geëxtrapoleerd maar niettemin geloofwaardiger.

Adam

En dan is er nu dus Adam, dat in zekere zin toch sterk op Mozart & The Whale gelijkt. Een soms wel emotionerende, confronterende film, vind ik.

Het verhaaltje op zich is vrij eenvoudig. Adam is een ingenieur die in een gewoon bedrijf werkt, zij het op enige voorspraak van zijn vader. Die laatste komt te overlijden.

Dat heeft allerlei directe gevolgen voor Adam. Hij woont al heel lang in het appartement van zijn vader. Enerzijds erft hij dat, maar om de erfenisrechten te betalen moet hij zijn woning verkopen. Dat kan hij duidelijk niet aan.

In hetzelfde gebouw is er op dat moment een jonge vrouw komen wonen, Elisabeth, een lerares in een lagere school, met wie hij kennis maakt. Langzaam aan groeit er iets tussen hen. Als hij voorgesteld wordt aan haar ouders loopt ’t echter mis. Uiteindelijk verhuist Adam toch, en kiest ervoor zijn eigen leven uit te bouwen.

Adam’s autisme wordt volgens mij vooral duidelijk in zijn houterige lichaamstaal, zijn obsessie voor sterrenkunde en orde in de kleerkast (exact dezelfde kledij) en de technische details van speechtechnologie en beperkte sociale vaardigheden. Hij doet een beetje bizar maar vergeleken met andere mensen in zijn omgeving valt dat redelijk mee.

Romantisch en confronterend

‘Adam’ is voor mij vooral een erg romantische, aandoenlijke film geweest. Samen kijken naar de sterren, wasberen ontdekken in het stadspark, samen vluchten van een familiefeestje … dat ontroert mij.

Ook de manier hoe Adam & Elizabeth elkaar intiem leren kennen, komt me bekend voor. Zij is net van een irritante neurotypical verlost die enkel seks en sociale status wenst en wil het rustig aan doen. Ze gaat ook hier en daar te rade en krijgt het boek van Liane Holiday Willey mee (‘Pretending to be normal’, in het Nederlands vertaald als ‘doen alsof je normaal bent’). Elizabeth is lerares van een lagere school en als ze op een dag vraagt aan haar collega of het ‘relatiemateriaal’ is, schudt deze haar hoofd. Met autisten kan je volgens haar dus maar best geen relatie beginnen.

Daarnaast is het ook best confronterend geweest omdat zoveel van Adam ook herkenbaar was. Zoals wanneer Adam eerst toestemt om naar een feestje te gaan met Elizabeth maar dan uiteindelijk door de spanning niet kan open doen als ze voor de deur staat, en achteraf zich verslagen voelt door zijn autisme. Het is mij meermaals gebeurd : niet ‘nee’ durven zeggen op een uitnodiging en op ’t laatste moment weten dat ik niet mee kan gaan, lichamelijk en geestelijk, en daar erg veel emoties bij voelen, opluchting, boosheid, ergernis over de eigen beperkingen.

Authentistisch

Ook in contacten met de familie van mijn nieuwe vriendin loopt ’t voor Adam af en toe gigantisch fout, wat leidt tot gênante scènes. Heel herkenbaar, en daardoor toch wat ongemakkelijk om naar te kijken.

Adam is herkenbaar authentistisch. Hij zegt wat hij denkt, zonder daarbij goed de ‘familiecultuur’ aan te voelen. Terwijl de familie van Elizabeth zoals veel neurotypicals uitgaat van rotsvaste veronderstellingen van wat hoort en niet hoort, en wie daarvan afwijkt als ‘abnormaal’, ‘bizar’ of ‘ziek’ bestempelt. Die familie kent, integenstelling tot Elizabeth, erg weinig van ‘andersfunctioneren’.

Binnen een familiale context heb ik daarom geleerd van ‘interactor’ naar ‘observator’ te groeien. In menselijke taal: ik laat me niet meer verleiden tot een poging om mee te doen, en beperk een familiefeestje ook in tijd tot maximum een half uur.

Dat heeft echter wel risico’s. Om me aan het praten te krijgen hebben neurotypicals doorgaans verschillende reacties: emotioneel chanteren met schuldgevoelens om langer te blijven, aandringen om alcohol te drinken om ‘losser’ te worden, grof worden om reacties uit te lokken (vaak een specialiteit van neurotypische mannen) of betuttelend een folder toesteken van een of andere assertiviteitscursus, van een of andere middenveldorganisatie of van de VVM, de Vereniging voor Verlegen Mensen (eerder iets voor neurotypische vrouwen). Als ik dan toch niet reageer, beginnen ze over Rainman, selectief mutisme, hoe erg het is als je kind niet praat … kortom, tijd om op te stappen.

Tot slot: een lang en gelukkig leven ?

Er is daarentegen ook wel veel waar ik me niet mee associeer. Zoals de obsessie voor sterrenkunde, nabouwen van het heelal in een kamer (tenminste, ’t kwam zo over), alles ervan weten. Een obsessie die Adam trouwens aan een nieuwe job hielp. Want dat is wat de film ‘Adam’ ook toont, hoe mensen met autisme vanuit hun obsessies zowel iemand kunnen charmeren als een nieuwe baan vinden en grenzen verleggen.

Niet dat alles daardoor goed eindigt – in de neurotypische betekenis, want ze leven niet lang en gelukkig en krijgen veel kinderen. Daar stelt Elizabeth een voorwaarde voor: zelfstandig kunnen beslissen wat en waar te doen, zonder dat zij ‘nodig’ is voor hem. En daar geeft hij eerlijk op te kennen dat hij dat niet kan. Dat siert hem volgens hem, er zijn te weinig mensen die dat kunnen.

Het wordt dus misschien wel lang en gelukkig leven in de autistische betekenis : Adam eindigt in wat voor hem wellicht het Paradijs is. Met één klein wolkje misschien: zonder een geliefde. Al blijft Elizabeth nog op goede voet staan, ze stuurt af en toe een kaartje. En al weet je nooit of er daar ergens een autistisch vrouwelijk genie rondloopt. Niettemin een film die best wel genietbaar is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s