Er zit meer in je dan je denkt … maar wat?

Als ik thuis kom wacht er soep. Er staat een vaasje met enkele bloemen. Op tafel een mand vol gestreken was. De vloer glimt. Het bad blinkt. In de kasten staat alles keurig gerangschikt. Bij de telefoon een briefje met daarop ‘Alles afgevinkt. Kan er iets beter de volgende keer? Stuur gerust een smsje! Groetjes, P.V., uw poetsman’.

Alleen het tikken van de verwarming kan je horen. Of het suizen van het gas, aan de andere kant van de muur. Buiten de auto’s, iemand die aan de andere kant een schoen uit schopt. Een meeuw die landt, op het dak boven mij, en in de vlucht een stuk brood laat vallen. En het even later binnen pikt. Hoorbaar met veel plezier.

Ik sla de herfst uit mijn jas, pruts mijn veters open en kijk op mijn schema wat er te doen is. Het spoor ligt klaar. Ik heb rekening gehouden met redelijke verrassingen. Als ik zo’n tijdsschema bekijk, geeft me dat rust. Zo’n planning is niet alleen mooi, in de zin van esthetisch – getallen, kleuren, letters, lijnen. Het ontroert me ook dat het lukt om tijd zo concreet te maken.

Een mooie planning ontroert ook nog op veel andere vlakken. Het maakt geestdrift los, gretigheid om eraan te beginnen, om iets ervan te maken die week. Met de kans om op mijn bek te gaan, inderdaad. Maar er duikt ook een treurnis op: de verwachting dat het nooit volledig zal kloppen, dat er altijd wel ergens iets, gepland, zal gedwarsboomd worden. Hoewel ik weet dat de verrassing leuker kan zijn dan het geplande, zal een onaangename fysieke – geen psychosomatische – reactie overheersen.

Aan de muur hangt een tekening van hersenen. Met de benamingen erbij. Ooit zelf getekend. Om termen te memoriseren. Soms lijkt het een levend verstand, een hyperrealistisch schilderij, à la Harry Potter. Mijn hersenen. Knetterend, dampend, stomend, af en toe een kortsluiting.  Geïnspireerd door een model, met verstand. Verder hangt de muur vol met ribbeltjesbehang.

Er zit meer in jezelf dan je denkt, zei iemand me vandaag. Dat beangstigt. Nog steeds, na al die jaren. Vroeger omdat ik het erg letterlijk opvatte.

Wat zou er in mij kunnen zitten wat ik niet weet? Water en zaagsel, grapte een klasgenoot. Ziektes, gezwellen en tumoren, vermeldde de grote encyclopedie in de klasbibliotheek. Uw zieltje, dat wegloopt bij zulke vragen, fluisterde mijnheer pastoor. Dat was pas nieuws, want tot dan dacht ik dan mijn zieltje in mijn hart sliep, en overdag door mijn lichaam rond dartelde.

Telkens ik het hoor, dat er meer in mezelf zit dan ik denk, krijg ik een lichte tot zware paniekaanval. Stilaan weet ik daar wel mee om te gaan. Door me meteen te herinneren dat die zin positief bedoeld is en betekent: ‘je hebt heel wat in je mars’.

Bovendien zijn er tegenwoordig woorden, zinnen en uitspraken genoeg die de stuipen op het lijf jagen. Omdat ze een bepaald toekomstbeeld doen wankelen, omdat ze een schuldgevoel aanpraten, omdat ze bedoeld zijn om mensen te raken. Op een gevoelige plaats. Waar die ook ligt.

Telkens als ik de zin hoor, denk ik: er is ook meer buiten mezelf dan ik denk. Overweldigend veel, lijkt het soms, maar eigenlijk net genoeg.

Ik zou dat kunnen ontkennen. Dat er niet meer in mezelf zit dan ik denk, en ook niet buiten mezelf. Dat het er ook niet toe doet, en het misschien ook beter is niet te denken. Of daar toch een poging toe doen.

Ik zou daar natuurlijk ook gefascineerd door kunnen zijn. Met de nodige afstand, emoties in evenwicht en geconcentreerd blijven, gericht op het ritme. Ondanks de kunstmatige chaos, door anderen geschapen om te verwarren. Ondanks de op het eerste gezicht fantastische kansen, die misschien wel kansen. Of ik zou alles kunnen beleven op alle mogelijke wijzen. Met ervaring als alfa en beleving als omega. Met de moed der wanhoop ook.

Stilaan heb ik het anders ervaren. Stilaan kan ik er blij om zijn dat wat voor mij is altijd wel neer dwarrelt. Vaak nog op het juiste moment ook. Dat de rest is wat het is. Grotendeels absurd, nog meer mysterieus, ook wel beangstigend, en in alles voorlopig.

Nu en dan blijft er natuurlijk wel een woedebui of potje vloeken. Ingehouden vloeken en winden zijn de nagel van uw doodskist, las ik als kind eens. Sindsdien heeft de uitdrukking ‘eens goed uitwaaien’, bij een wandeling aan zee of in een bos, voor mij een bijklank (en zelfs een bij-geur). Ik wens u alvast een mooi ‘uit-waai’-seizoen toe. Laat u maar eens goed gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s